woensdag 2 september 2015

Hoe de stof de geest kreeg, -de evolutie van het ik-


 

 Dit boek van antroposofisch huisarts Arie Bos uit Amsterdam, dat in 2008 uitgegeven is door uitgeverij Christofoor had veel meer media-aandacht mogen krijgen. De auteur heeft namelijk een moedige poging gedaan om op basis van de meest recente inzichten op een breed scala van wetenschapsgebieden  definitief af te rekenen met het neo-darwinisme.  Bos komt tot de onvermijdelijke conclusie dat er onmiskenbaar sprake is van doelgerichtheid in de evolutie van de mens. Hij verwerpt daarmee de theorie dat de evolutie een kwestie zou zijn van louter statistische toevalstreffers. Hij neemt de open en onbevangen lezer mee op een lange reis van bijna vierhonderd bladzijden waarin de raadsels van het leven, de menselijke en dierlijke embryonale ontwikkeling, het bewustzijn en de hersenen en ook  geest, ziel en lichaam uitgebreid aan bod komen. Bos neemt je mee op een voortdurende ontdekkingstocht waarbij hij als scherp waarnemer en helder denker tot verrassende conclusies komt.

De bekendheid van het boek zou misschien veel groter zijn geweest als hij misschien niet Pim van Lommel, de cardioloog, had gevraagd om een inleiding bij het boek te laten schrijven. Hoe goed bedoeld ook, maar in wetenschappelijke kringen is van Lommel verguisd vanwege zijn boek Eindeloos Bewustzijn waarin de specialist een spirituele visie en verklaring geeft op het fenomeen van de bijna-doodervaring.   Van Lommel is daarentegen oprecht en trekt al jaren volle zalen in het land waar heel veel mensen op af komen. De gewone mensen nemen van Lommel wel serieus.

Het boek van dr. Bos is echter te wetenschappelijk voor de gewone man of vrouw. Zelf heb ik ook een aantal bladzijden snel doorgebladerd, die heel gedetailleerd de epigenetica en de DNA-imprinting en genexpressie behandelt. Dat gaat mijn begrip te boven, terwijl ik wel nog de conclusie kan volgen dat het huidige wetenschappelijke inzicht zover gekomen is dat het DNA of RNA  niet de volledige sleutel geven voor de menselijke evolutie. De theorie dat “alles door de genen vastligt” is gewoon niet waar. Het is niet oorzaak van iedere ontwikkeling. Sterker nog, Bos neigt meer naar de conclusie dat een extern informatie- of krachtenveld  bepaalde genen “aan- of uitzet”.  Dat komt heel erg in de buurt van wat ook Rupert Sheldrake beweerde met zijn morfogenetische veldtheorie.

Een mooi hoofdstuk heeft als titel : Wat is leven? Bos maakt na vele voorbeelden duidelijk dat de mensheid nog steeds het raadsel van het leven niet heeft ontdekt. Geen enkele wetenschapper is in staat om leven te scheppen uit dode materie. We kunnen wel het leven, of een levend organisme reproduceren, klonen en manipuleren maar niet zelf scheppen in een laboratorium in een reageerbuis. Het leven of het levende zat er vanaf het begin van de schepping mogelijk al in postuleert Bos. Moderne wetenschappers zijn nu ook zover om te bevestigen dat het leven op aarde ook te danken is aan sterrenstof. In de ruimte heerst weliswaar een vacuüm, maar die is niet leeg maar juist vol van elementen zoals koolwaterstoffen en silicaten en die als bouwstenen van ons en de wereld zijn te beschouwen en die bovendien gecreëerd zijn door sterren.

Een ander boeiend stuk gaat over fotonen, mitogene straling en het levenslicht. Mitogene straling of levenslicht is het door cellen uitgezonden licht, dat in alle levende natuur zoals planten, dieren en mensen voorkomt. Deze straling komt juist voor bij de celdeling en ook bij de celdood. Cellen van alle weefsels kunnen licht uitzenden. Deze mitogene straling is ook een soort van informatie-dragende straling,  want het kan andere cellen ook aanzetten tot celdeling. Het is deze biologische lichtstraling die goed te meten valt zoals blijkt uit de jarenlange experimenten van prof Fritz Popp. (lees ook Het Veld van Lynn McTaggart ). De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat dus niet gen-expressie via het DNA aanzet tot celdeling maar eerder deze mitogene straling of het licht van deze biofotonen (lichtdeeltjes). Deze straling is niet in het UV-bereik, maar juist in het hele zichtbare lichtspectrum.  Bijzonder aan dit licht of straling, die uit de celkern komt,  is dat het coherent, monochromatisch en gepolariseerd is, zoals we dat op een kunstmatige manier met laserlicht ook bereiken.  Daardoor heeft het een enorm bereik of doordringbaarheid, ook al gaat het om ultrazwakke straling. Hierdoor kunnen zelfs kwantumeffecten optreden.

Deze inzichten zijn nog allemaal van vrij recente datum, maar bieden ook verrassend nieuwe mogelijkheden voor  behandeling op celniveau van een organisme. Ieder organisme heeft een unieke lichtuitstraling en met bioresonantietherapie of lichttherapie is het mogelijk energie of licht van de juiste frequentie(kwaliteit) en sterkte(intensitieit) aan de cel toe te dienen.  Dat werkt gezondmakend op een organisme en herstelt het evenwicht( de homeostase) in de cel en in meercellige organismen. Kankercellen bijvoorbeeld laten een ander licht zien dan gezonde cellen. Er is mij ooit door een medicus vertelt dat deze geavanceerde bioresonantie-behandelingen ook succesvol toegepast worden bij astronauten in de ruimte. Bij gebrek aan een dokter of medicijn ter plaatste, moet men van deze computertechnologie gebruik maken.     


huisarts en auteur Arie Bos
Een ander verrassend inzicht komt aan bod bij het onderzoek naar de werking van de hersenen , het geheugen en bewustzijn. Zo constateert Bos dat er van het woord bewustzijn geen meervoudsvorm is. Dat suggereert volgens hem  dat we allen behoren of deel uitmaken van één groot (geheel van) bewustzijn. Is taal zo wijs?  Het is zeker bijzonder, want datzelfde kun je niet zeggen van het woord God of universum.

Is bewustzijn en geheugen een chemisch-biologisch of elektromagnetisch proces in de hersenen? Als delen van de hersenen beschadigd zijn of ontbreken is er dan geen geheugen , geen bewustzijn? Dat blijkt niet zo te zijn. Er is ooit een hersenscan gemaakt van een jonge vrouw waarbij grote delen van de hersen eenvoudigweg ontbraken maar zij kon wel denken, en had een geheugen en bewustzijn.  Bos komt ook met een paar voorbeelden van wat in de wetenschap savanten worden genoemd. Het zijn mensen met uitzonderlijke (geheugen-) gaven. Zij kunnen de meest ingewikkelde wiskundige  en rekenkundige problemen eenvoudig en kennelijk zonder veel moeite oplossen, waar gewone mensen zelfs computers voor nodig hebben. In een afgezwakte vorm zien we het terug bij autisten die weliswaar een tekort aan sociale en soms ook verstandelijke vermogens  hebben maar daarentegen een enorm scherp ontwikkeld geheugen en ook zeer gevoelige zintuigen hebben. In de film Rainman is geprobeerd zo’n persoon te belichten.  Sommige Savants, of mensen met het savantsyndroom, zijn in staat om van het overlijdenstijdstip (jaar, dag en uur) van iemand  om te rekenen hoeveel seconden die persoon geleefd heeft. Of van een willekeurige dag in de toekomst of verleden te bepalen op welke dag van de week  dat valt (rekening houdend zelfs met schrikkeljaren) of afstanden op de millimeter inschatten. Er zijn ook Savanten die een enorm aantal boeken letterlijk kunnen reproduceren , waaronder ook telefoonboeken vanuit hun geheugen. Dit memoreren kunnen ze in een hele korte tijd. Weer anderen kunnen ingewikkelde muziekstukken meteen naspelen nadat ze het eenmaal hebben gehoord of een kathedraal natekenen met alle details. Het kan dus ook artistieke gaven betreffen.  We zouden deze mensen geniaal noemen in wat ze allemaal kunnen, maar tegelijkertijd betalen ze daarvoor een grote prijs beweert Arie Bos. Ze kunnen namelijk zichzelf op sociaal gebied niet zelfstandig redden. Ze hebben maar een heel smal en beperkt gebied waarop ze uitzonderlijk zijn.Bij gezonde mensen zie je veel beperktere vermogens maar wel op een heel breed terrein van vermogens.  Anderzijds hebben savanten ook een groot deel van hun vrijheid moeten opgeven, want hun gedrag is meestal erg dwangmatig (onvrij) in aanleg. Ze moeten voortdurend rekenen, tellen, etc. en hebben daarin geen vrije wil of keuze.
Experimenten met gewone, gezonde mensen waarbij via magnetische stimulatie delen van de hersenschors werden uitgeschakeld, blijken opeens ook tijdelijk savants te zijn geworden en te beschikken over deze (eenzijdige) talenten. Bos oppert de serieuze suggestie dat bij gewone mensen deze bij iedereen aanwezige, diepere vermogens slapend gehouden te worden. Dankzij die sluimering hebben we de vrijheid gekregen om zelf keuzes te maken en onze eigen wil te gebruiken om (weliswaar veel moeizamer) bepaalde kwaliteiten te ontwikkelen. In bijzondere gevallen kunnen we dus kennelijk toegang krijgen tot een onbegrensd en exact geheugen, maar door de frontale en temporale schors worden deze buiten het bewustzijn gehouden. Bij sommige vormen van (frontotemporale)dementie kan ook de frontale neocortex in de linker hemisfeer beschadigd zijn, waardoor savantgedrag kan optreden. Deze mensen zijn ook ongeremd en dwangmatig. Er is geen sturing vanuit het ik of zelf en dus ook geen terughouding.

Het bestaan van bewustzijn buiten de hersenen is ook aangetoond bij verschillende voorbeelden van bijna-doodervaringen. Terwijl mensen een langdurige hartstilstand en zelfs hersendood hadden (geen meetbare hersengolven) bleken zij nauwkeurige en verifieerbare waarnemingen te kunnen doen over situaties in de operatiekamer of het ziekenhuis. Het bewustzijn en hun geheugen (want ze konden er later over vertellen) bleken nog helemaal in tact te zijn. Eigenlijk nog beter dan normaal bij dag-bewustzijn. Ze hadden een 360 graden waarneming in plaats van hun normale blikveld. Verder hebben ze ook een soort direct soort weten en beleven. Heel frappant is een voorbeeld van een blind iemand die tijdens de bijna-doodervaring wel “alles” ziet. Geheugen en bewustzijn zijn dus niet vast verankerd  in het lichaam of in de hersenen. Bos beschrijft het als een informatieveld rondom de mens. Rudolf Steiner introduceerde hiervoor het ether- of levenslichaam dat als het ware rondom het fysieke lichaam is gestulpt en daaromheen nog een laag met een astraal,  ziele- of   gewaarwordingslichaam. 
Is dit hetzelfde als het licht- of levenslicht dat fotonen uitstralen en wat ook een informatiekwaliteit heeft en dat ook wel aura genoemd wordt en gemeten kan worden met Kirlian-fotografie?

Je zou kunnen zeggen dat Arie Bos geprobeerd heeft op een wetenschappelijke manier het bestaan van geesteswetenschap aan te tonen. Zelf vind ik dat hij daarin geslaagd is. De geest is de onzichtbare kracht/ energie achter de stof. Door de geest komt de stof tot leven, of kreeg de stof de geest.                       

zondag 30 augustus 2015

Sint Pieter van het Noorden


                                  De Basiliek van H.H. Agatha en Barbara te Oudenbosch.

 In het meestal zo nuchtere Nederland verwacht je niet dat een pastoor het in zijn hoofd haalt om de Sint Pieter van Rome in zijn totaliteit na te bouwen. Dat gebeurde toch en al lang geleden, maar wel op een kleinere schaal (1:16) en ook nog in het kleine onbeduidende West-Brabantse plaatsje Oudenbosch. Daar was Pastoor Willem Hellemons degene die dit wilde idee kreeg en ook nog wist uit te voeren met hulp van de gemeente en parochie Oudenbosch. Voordat Hellemons pastoor werd was hij jaren in Rome geweest en was zeer gehecht geraakt aan de Sint Pieter.  

 
De bouw begon al in 1865 en werd voltooid in 1892 (ruim 27 jaar). Het was niemand minder dan de beroemdse kerkenbouwer Pierre Cuijpers (uit Roermond) die het ontwerp maakte van de kerk. Alleen de voorgevel is ontleend aan de St.Jan van Lateranen kerk in Rome en ontworpen door van Swaaij.  De naam is uiteindelijk niet Sint Pieter geworden, maar Basiliek H.H.Agatha en Barbara.


 
We kennen architect Cuijpers van het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam maar daarnaast heeft hij nog enkele tientallen prachtige kerken in Nederland gebouwd. Unieke bouwwerken maar toch in een soort van serieproduktie. Roermond heeft een museum aan hem gewijdt en zijn werkplaats is ook nu nog te bezichtigen.

 
De afmetingen van de basiliek (die naam mag het sinds 1912 dragen na toestemming van de H.Vader de Paus als het voldoet aan een aantal strenge eisen), zijn 81m lengte bij 55 meter breedte en 63 meter hoogte. In 1959 heeft de kerk een grondige restauratie ondergaan die tot 1987 heeft geduurd. 

 

Het orgel is nog ouder en al in 1773 gebouwd door Ludwig König uit Keulen en stond eerder in de al bestaande Agatha kerk van Oudenbosch. Het orgel is deels een kopie van het orgel uit de Sacramentskapel  van de St.Pieter in Rome.


De kerk is in al zijn pracht en praal te bezichtigen . Nadere bestudering laat wel zien dat de prachtige gekleurde marmeren zuilen helaas niet echt uit dooraderd marmer bestaan. Datzelfde geldt voor de beelden zoals oa de wereldberoemde Piêta van Michelangelo.  Deze is nu van kalk of hard plastic gemaakt , maar is nog steeds prachtig in zijn vorm en uitdrukking.  
 
 
 



De originele Pièta uit Rome


Uitvergroting originele Pièta van Michelangelo
 

woensdag 7 januari 2015

De Hemel volgens Emanuel Swedenborg

Wetenschapper en Mysticus



 Deze in 1688 in Stockholm geboren wetenschapper, filosoof en later mysticus heeft een rijke erfenis nagelaten in de vorm van een groot aantal religieuze boeken waarvan hij beweerde dat hij ze opgeschreven had  na gesprekken met engelen en reizen in de hemel.  Hoewel hij dezelfde onderwerpen van Hemel en Hel bespreekt als in de Divina Commedia van Dante zijn er belangrijke verschillen. Zijn visie botste ook op een aantal gebieden met de Rooms-katholieke leer en de toen gangbare theologische wetenschap.  Hij bracht daarom bewust zijn Latijnse boeken anoniem uit en financierde het met eigen middelen. Daardoor is hij aan een ketterse vervolging, die wel dreigde, ontkomen.   Zijn belangrijkste kritiek op de RK-kerk was de manier waarop zij de gelovigen onder druk zetten met het idee van het Laatste Oordeel en als institutie uit waren op macht. Er is volgens Swedenborg geen laatste oordeel aan het einde der tijden maar ieder mens velt als het ware een eigen oordeel na het overlijden en overgaan in de geestelijke wereld nadat hij zijn leven als in een spiegel terugziet.

Hij heeft jarenlang dagboeken bijgehouden en die zijn pas een eeuw later uitgegeven. Daarin beschrijft hij dat hij op Paasmorgen (1744) een openbaring kreeg van God als Jesus Christus. Deze had Swedenborg uitverkozen om beschrijvingen van de hemel vast te leggen en uit te dragen.  

Volgens Swedenborg was het Christendom wel het enige ware geloof. Hij bevestigt dat God inderdaad mens geworden is in de persoon van Jezus Christus die de mensheid redde. Een ander verschilpunt met de toen gangbare Christelijke leer was het belang van de predestinatie en het feit dat ieder mens op aarde belast is met de erfzonde. Swedenborg benadrukte juist het essentiële punt van de vrije wil en daarnaast dat mensen wel belast kunnen zijn door overgeërfd kwaad. Door predestinatie lijkt het alsof de vrije wil geen rol speelt.

Hij was een groot talent en studeerde vele verschillende vakgebieden aan de universiteit van  Uppsala. Daarnaast had hij ook een grote kennis van vreemde talen. Behalve het Zweeds, kende hij Latijn, Grieks, Hebreeuws en door zijn langere verblijven in Europa kende hij ook Engels, Duits en Nederlands. Hij overleed op 84- jarige leeftijd (1772) in London.

Na zijn wetenschappelijke studies vervulde hij een belangrijke functie in de Zweedse mijnbouw. Daarbij ontwikkelde hij ook mechanische hulpwerktuigen en maakte ontwerpen van vliegtuigen, duikboten en wapens.  Hierdoor werd hij later tot de adel benoemd in 1719. Zijn eerste boeken waren puur wetenschappelijk zoals over de natuurrijken, maar later vanaf 1740 gaat zijn interesse grotendeels uit naar de theologie, godsdienst en religie.

Geheel tegen de toenmalige tijdgeest, o.a. Verlichting en Reformatie, beschreef Swedenborg een theosofische wereldvisie waarbij de gehele  natuur en de mens een geestelijke en eeuwige oorsprong hebben en waarbij alle liefde en wijsheid afkomstig is van de oneindige God. De mens is naar het evenbeeld van God geschapen en beschikt over een vrije wil die hem/haar op het goede of slechte pad kan brengen.  

Wij mensen hebben volgens Swedenborg een onsterfelijke ziel, die na de dood een geestelijk omhulsel krijgt en in een geestelijk gebied terechtkomt die past bij zijn/haar staat van geestelijke en morele ontwikkeling. Overledenen worden daar naartoe geleid door al eerder overleden geliefden. Mensen worden als ze geloven en leven naar Godsliefde uiteindelijk Engelen. Voor die tijd kunnen ze ook in een overgangsperiode als geesten in het hiernamaals verblijven.  Er is echter ook een hel volgens Swedenborg, waar overledenen verblijven die God hebben afgewezen en louter egoïstische en kwaadaardige zaken hebben nagestreefd in het leven op aarde.  Het kwade is nodig om de mens uit vrijheid en uit vrije wil te laten kiezen voor het goede. Interessant is dat Swedenborg nog onderscheid maakt tussen de duivel (bozen) en satan (valsen) en hij bedoelt daar groepen mensen mee. Het is belangrijk om te benadrukken dat zowel engelen als duivels (vergeestelijkte)mensen zijn. De mens is de basis en het fundament van de hemelen, volgens Swedenborg.

De "eeuwige" rust in de hemel of geestelijke wereld is geen kwestie van "niets doen", maar de inspanning plegen en voldoening hebben van werk dat tot eer strekt voor de mensheid.   
 

 

Swedenborg geloofde niet in reïncarnatie. Na dit aardse leven begint een geestelijk of hemels leven dat oneindig is, want tijd- en ruimtegrenzen gelden daar niet. In de hemelse sferen krijgen we weer onze volwassen gezonde en stralende uiterlijk en ook daar kunnen we groeien en ontwikkelen in het geestelijke. We dragen daar ook bijzondere kleren en wonen zelfs in huizen en steden die omgeven zijn door natuur en die onze geestelijke gesteldheid uitdrukken. We zijn daar omgeven door liefhebbende geest- en zielsverwanten en de omgeving komt ook overeen met ons trillingsniveau en ontwikkelingsgraad. De intensiteit van kleuren en klanken is in de hemel echter vele malen groter en gelukzaliger.

Een citaat van Swedenborg is: "Zij die in de hemel zijn, gaan steeds vooruit naar de lente(lees bloei) van hun leven en hoe meer eeuwen zij leven, des te heerlijker en gelukkiger is die lente" of "Oud worden in de hemel is jong worden".

Andere uitspraken van Swedenborg zijn:

- De kleren in de hemel veranderen naar gelang de innerlijke toestand van de geesten of engelen.

- Hemelse engelen hebben een volmaakt inzicht in het universum, omdat zij de orde ervan zien.

- De bouw van de hemel stemt overeen met die van het menselijk lichaam.

De mens is een microkosmos en een afspiegeling van de macrokosmos. De Engelen hebben ook een taak om mensen te begeleiden en te ondersteunen. Soms als beschermengel of als reddende engel. Mannen en vrouwen die een intense liefdesband gehad hebben op aarde zien elkaar weer in het hiernamaals en als de band daar nog net zo liefdevol is kunnen zij besluiten samen verder te leven. Ze smelten als het ware samen tot een hemelwezen. Ze kunnen ook besluiten uit elkaar te gaan en dan kunnen ze afzonderlijk een nieuwe hemelse partner zoeken. Voortplanting schijnt ook in de hemel mogelijk te zijn. Er ontstaat zo een nieuw geestelijk nageslacht waardoor de hemel ook steeds meer bevolkt wordt met engelen.

 De beschrijvingen van Swedenborg over de hemel vertonen grote overeenkomsten met vele gedocumenteerde bijna-doodervaringen o.a. die van Eben Alexander en die in het boek van Pim van Lommel "Eindeloos bewustzijn". Ze komen ook heel erg overeen met de geesteswetenschappelijke visie die Rudolf Steiner heeft nagelaten. Er is wel een belangrijk verschil met het principe van reïncarnatie.

 

 


 

 

 



dinsdag 30 december 2014

De hemel in kaart





Dit is het tweede boek van de Amerikaanse neurochirurg die zelf een bijna dood ervaring (BDE) heeft gehad als gevolg van een bacteriële meningitis (hersenvliesontsteking)  die zijn neocortex  aantastte en waardoor hij uiteindelijk in een 7 dagen durende, diepe coma belandde . Toch behield hij een helder bewustzijn en beleefde levensechte (hemelse) gebeurtenissen. Deze ervaring heeft hij beschreven in zijn eerste boek : ”Na dit leven” .  Tijdens zijn geestelijke, buitenaardse reis heeft hij een vrouwelijke begeleidster die hem heel vertrouwd en bekend voorkomt. Pas als hij weken daarna uit zijn coma is ontwaakt en weer enigszins is hersteld krijgt hij een brief met daarin een foto van een vrouw die zijn biologische zus is geweest maar inmiddels overleden is en die hij zijn hele leven niet heeft gezien. Op dat moment herkent hij zijn hemelse gids.     
 
Het is uitzonderlijk omdat de wetenschapper jarenlang zelf mensen behandelde en opereerde en hun ervaringen als fantasie en hallicunaties bestempelde. Nu is hij volledig overtuigd van het bestaan van een bovenaardse of geestelijke wereld waar men oude bekenden terugziet en waar liefde de alles verbindende factor is. In die geestelijke hemel (al zijn het er meerdere)  bestaat  ook water, weidevelden, bomen en bloeiende planten  maar met een meer intense kleurervaring.  Er is ook muziek die vele malen mooier is dan op aarde.
In dit 2e boek probeert hij zijn ervaringen beter te begrijpen en te verklaren door zich te verdiepen in historische personen zoals filosofen en mystici.  Hij noemt bijvoorbeeld Plato( 427- 358 voor Chr.), Aristoteles (384- 322 voor Chr.),  Jacob Böhme (1575-1624), Emanuel Swedenborg  (1688-1772), maar ook moderne onderzoekers als William James (1842-1910) en Allister Hardy (1896-1985). 
Daarnaast heeft hij in zijn nieuwe boek veel teksten opgenomen van mensen die na het lezen van zijn eerste boek hun persoonlijke ervaringen hebben opgeschreven en naar Eben Alexander hebben opgestuurd. Dit zijn soms verhalen met vergelijkbare BDE-ervaringen, maar het zijn ook getuigenverslagen van mensen die het overlijden  of overgaan van hun naaste geliefden intens hebben meegemaakt . In weer andere gevallen gaat het om spontane, mystieke (verlichtings-) momenten die mensen in hun leven  hebben meegemaakt.  Al deze verhalen vormen een aanvullend bewijs voor het feit dat mystieke of geestelijke belevenissen veel vaker voorkomen dan wij denken en een diepe indruk achterlaten, die mensen hun leven lang niet meer vergeten. Er ontstaat dan ook een besef dat er een geestelijk hiernamaals is en dat we niet bang hoeven te zijn voor de dood.  Iemand schreef zelfs dat ” het doodgaan het grootste avontuur van het leven is”. 

Wat mij bijzonder raakte was een beschrijving van het overlijden van een familielid , dat ’s nachts gebeurde,  waarbij vanuit het hoofd (bij de slaap) plotseling een bolvormig licht tevoorschijn kwam dat van binnen diepblauw was met lichtstralen erom heen. Het geheel was maar een centimer groot. Het zweefde uiteindelijk naar het plafond en verdween daarna.
Een andere indrukwekkende ervaring gaf iemand die in een treincoupé zat en merkte dat gedurende een paar seconden de ruimte gevuld werd met licht. Daarbij ontstond tegelijkertijd het gevoel  van onvoorwaardelijke liefde en verbondenheid met alle mensen. Alle mensen waren schitterende en stralende wezens . Een soort van Pinksterervaring zoals in de Bijbel beschreven staat, toen de apostelen de heilige geest in de vorm van vurige tongen over zich heen voelden komen en hun doorstraalden.  
Dit boek is enigszins vergelijkbaar met het boek “Eindeloos  Bewustzijn” van medisch specialist Pim van Lommel , die ook vele verschillende BDE-ervaringen van mensen heeft beschreven en deels vergeleken met elkaar en andere geesteswetenschappelijke stromingen.


Een punt van kritiek is misschien het feit dat de titel te veelbelovend is. Het boek zelf geeft maar vrij globaal een beschrijving van de verschillende geestelijke werelden.  Anderzijds staat er ook een storende fout in. Zo wordt Jacob Böhme beschreven als Nederlander, terwijl het een Duitse mysticus was.  
 

zondag 7 december 2014

Geestelijke of Buitenaardse wereld ?

Steiner versus Von Däniken.

Al bijna 30 jaar ben ik een bewonderaar van Rudolf Steiner (1861-1925) die wel eens de belangrijkste westerse ingewijde wordt genoemd van de vorige eeuw. Hij heeft met zijn bovenzinnelijke en/of geesteswetenschappelijke kennis verruiming en verdieping gegeven aan de gehele wetenschap. Dat geldt zeker voor de medische , sociale en economische wetenschapsgebieden. Nog indrukwekkender zijn Steiner ’s overgeleverde inzichten over de mensheidsontwikkeling en de ontwikkeling van de kosmos. 

Een goede inleiding krijg je door deze kort durende video:



Nog niet zo lang geleden heb ik me daarnaast diepgaand bezig gehouden met de inzichten van Erich von Däniken. Zijn bekendste boek “Waren de Goden Astronauten” dat in 1972 verscheen, werd een bestseller. Daarin schrijft hij met vele verschillende voorbeelden en archeologische bewijzen dat de mensheid al veel ouder is dan de huidige wetenschappers beweren. Verder dat de mensheid een belangrijke ontwikkeling heeft kunnen doormaken door het ingrijpen van hoogontwikkelde (buitenaardse) wezens die in een ver verleden de planeet aarde hebben bezocht en zich genetisch gezien vermengd hebben met mensen. 
  
Zijn zoektocht heeft geleid tot meer dan 25 boeken (waarvan er 18 ook in het Nederlands zijn verschenen) waarin hij al zijn archeologische inzichten opgedaan tijdens wereldreizen en langdurige studie van oude geschriften wereldkundig maakt. In veel gevallen zijn ze zeer controversieel en druisen volledig in tegen de gangbare wetenschap, die hij te specialistisch en conformistisch vindt. Wat afwijkt van de gangbare opvattingen wordt liever verborgen gehouden door wetenschappers. Von Däniken heeft echter niets te verliezen dan zijn persoonlijke eer, maar weet steeds meer mensen te overtuigen. Steeds weer weet Von Däniken duidelijk te maken dat er geen Goden of Geestelijke wezens nodig zijn geweest zoals de Bijbel en andere heilige geschriften beweren. 

Inmiddels is hij een ware kenner van hele oude Sanskrietteksten waarin gedetailleerd raketten, geavanceerde wapens  en ruimtevaarttechnologieën worden beschreven, die wij tot op de huidige dag nog niet eens allemaal kennen. Hij heeft zich ook intensief beziggehouden met oude mythische verhalen zoals van Oude Grieken en Indiërs, maar ook van zogenaamde primitieve stammen en exotische eilandbewoners met hun scheppingsverhalen. Ze worden mythisch beschouwd omdat de verhalen ogenschijnlijk zo uitzonderlijk en onrealistisch lijken. Het is daarom gemakkelijker om ze dan maar als beeldende, gefantaseerde verhalen te beschouwen. Bij nadere beschouwing zijn het echter vaak waarheids-getrouwe waarnemingen geweest van mensen die echter niet de kennis hadden om technisch, wetenschappelijk de fenomenen te verklaren
Het verhaal van de Argonauten is zo’n voorbeeld van bovenmenselijke helden die over bijzondere krachten beschikten.
Door de jaren heen heeft Von Däniken steeds weer nieuwe bewijzen aangedragen om zijn visie die in het algemeen, de paleo-SETI-theorie wordt genoemd te ondersteunen.

Uiteindelijk zat ik met een groot dilemma. Moet ik de kosmologische theorieën over de mensheidsontwikkeling en de beïnvloeding vanuit de geestelijke wereld van Steiner laten vallen en kan ik deze vervangen door de inzichten van Von Däniken??




Hier begon mijn speurtocht en allereerst bij onderwerpen waarover beide personen hebben geschreven. Dankzij de website AntroWiki kun je op steekwoorden zoeken in het gehele werk van Steiner en mijn  eerste poging was “buitenaards leven” maar dat leverde geen hits op. Voorlopig concludeer ik dus dat Steiner hier nooit iets over gezegd heeft.  Daarna Atlantis en dat leverde wel zoekresultaten op.



Steiner beweert op basis van zijn geesteswetenschappelijke onderzoeken en zijn directe  toegang tot de Akashakronieken (soort wereldgeheugen)  dat in een ver verleden een groot land (Atlantis) gelegen was tussen Europa en de Verenigde Staten (en dus niet in de Middellandse Zee). De aanduiding van de Atlantische Oceaan is daarom zeker geen toeval. Het laatste en kleinste deel van Atlantis was een eiland, dat voor de westkust lag van de Verenigde Staten (in de buurt van het huidige Cuba). Dat beweerde ook al de in slaaptoestand helderziende Edgar Cayce.  

Von Däniken beweert hetzelfde en baseert zich daarbij op allereerst Plato maar daarna ook op een oude, zeer bijzondere wereldkaart van de Turkse admiraal Piri Reis (1500) die nu in het museum Topkapi bewaard wordt. Op deze wereldkaart staan minutieus en waarheidsgetrouw de contouren van het verre en toen nog grotendeels onbekende land “Amerika” en nog uitzonderlijker de omtrekken van het land onder de Zuidpool. De huidige Zuidpool gaat onder een honderden zo niet kilometers dik ijs verborgen maar was ooit land dat boven de zeespiegel uitstak. Op die kaart staat ook een eiland getekend met de naam Espaniola voor de kust van Amerika en inderdaad in de buurt van Cuba. Die naam gaf Columbus aan het huidige Haïti. Was dat toch Atlantis??
  
In 2001 hebben Canadese wetenschappers voor de westkust van Cuba inderdaad een 6000 jaar oude verzonken stad gevonden op een diepte van 650 meter. Nader onderzoek met een onderzeerobot gaf aan dat het om granieten bouwwerken gaat en dat er ook piramides bij zijn. Sommige blokken zijn wel 2,5 a 3 meter van omvang. Nader onderzoek zal moeten aantonen welke beschaving dit mogelijk is geweest. Zie ook http://religieuze-ervaringen.blogspot.nl/2014/08/het-geheim-van-atlantis.html Op deze punten verschillen Steiner en Von Däniken dus niet.

Menselijke evolutie

 Een andere belangrijke overeenkomst is het feit dat beide er van overtuigd zijn dat de mens niet ontstaan is uit dierlijke voorouders, zoals het Darwinisme en de evolutiebiologen dat beweren.      De genetische overeenkomst tussen “mensapen” (chimpansee en gorilla) en de mens is weliswaar zeer groot (95% of meer), maar geslachtelijke voortplanting tussen beide soorten is niet mogelijk. 
Volgens Steiner hebben hogere geestelijke wezens (onder andere Geesten van de Vorm) ingegrepen in de mensheidsontwikkeling waardoor de huidige mens een totaal andere mens is dan de vroegere mens uit Lemurië (Azië) of Atlantis (Westen). De vier wezensdelen van het fysieke, etherische, astrale en ik-lichaam waren in die vroegere aardefasen zeer verschillend ontwikkeld

Volgens Von Däniken hebben buitenaardse hoogontwikkelde wezens ingegrepen in de menselijke evolutie en hebben zij belangrijke kwaliteiten van het denken en zelfbewustzijn ingebracht via geslachtsgemeenschap met mensen.  Dat leverde in eerste instantie een soort reuzenras op van “Goden of Halfgoden” die honderden jaren leefden zoals ook in de Bijbel staat beschreven. Deze bijzondere godenmensen zijn de belangrijke cultuurdragers geweest van oude beschavingen  zoals bij de Olmteken, Azteken, Joden en Egyptenaren.   

Concluderend verklaren beide de menselijke evolutie door ingrepen van buitenaf door "hogere, verder ontwikkelde" wezens.

Buitenaards Leven   

Steiner beschrijft ook hele vroege aardefasen (toen het nog een geheel vormde met de huidige maan) en wist ook de andere planeten een meer geesteswetenschappelijke betekenis te geven. Zo is er sprake van Saturnus- en Maanwezens als verschillende geesteswezens.

Von Däniken beschrijft ook dat er op meerdere planeten hogere beschavingen waren met mensachtige wezens, die in vroegere tijden de aarde hebben bezocht. Dus ook hiervoor geldt dat zowel Steiner alsook Von Däniken buitenaardse beschavingen erkennen.

Lijkt het dan dus maar alleen een semantisch verschil met Von Däniken ? Buitenaardse wezens of Geesteswezens?? 

Een definitieve verklaring vond ik echter in een bijzonder boek van Von Däniken , getiteld: "Verschijningen". Daarin beschrijft hij de resultaten van zijn jarenlange onderzoek naar verschijningen zoals die aan de kinderen in Fatima en Lourdes. Zijn conclusie was dat het niets te maken had met hemelse wezens zoals Maria of Jezus. 
Het zijn meer fenomenen vanuit de geest (onder- of bovenbewuste). Von Däniken is weliswaar katholiek opgevoed, maar geeft eerlijk toe zelf niet religieus te zijn. Des te opmerkelijker is het als hij concludeert dat "de stof van de wereld de stof van de geest is". Dat is een wetenschappelijke stelling van Arthur Eddington. Verder baseert hij zich ook op wetenschappers als Bernard Bavink en zelfs Max Planck. De laatste zei ooit : "dat er een intelligente kracht in het universum moet zijn die de atoomdeeltjes in beweging brengt en ze bij elkaar houdt en achter die kracht moet een bewuste intelligente geest zijn. 
Deze geest is de oorsprong van de gehele materie".  Dat komt volledig overeen met de geesteswetenschappelijke visie van R.Steiner. Dus ook hier zijn beide heren geestverwanten.

  

     

maandag 18 augustus 2014

Prehistorische vuursteengroeve in Zuid-Limburg





 












 Het laatste vierde hoofdstuk gaat over de vroegere wapens van de Goden die in de oude Indiase geschriften uitgebreid en gedetailleerd worden beschreven. Hypnosewapens, laserwapens en zelfs stralingswapens hadden zij al tot hun beschikking. Zonder enige technische kennis hebben historici deze verhalen opgetekend die zo’n enorme indruk gemaakt moeten hebben. Die wapens zijn hier op aarde in het verleden gebruikt omdat er ook een onderlinge strijd was tussen de (buitenaardse) goden. 
Volgens von Däniken zullen we daarvan ook bewijzen gaan vinden al dan niet onder water of op de Maan danwel Mars, bijvoorbeeld van neergestorte hemelvoertuigen of verwoeste steden.  Een mogelijke aanwijzing daarvoor zijn de grote gevonden hoeveelheden steenglazuur (India) en zandglazuur of ook wel woestijnglas genoemd (in Lybië en Egypte), dat alleen  kan zijn ontstaan door enorme hitte of straling op plaatsen waar helemaal geen vulkanen of vergelijkbare bronnen zijn ??!!. Het lijkt erop dat Von Däniken later gelijk krijgt.
  Zo heeft de Amerikaanse astrofysicus dr. John Brandenburg eind 2014 in een wetenschappelijk artikel de stelling verdedigd dat Mars in een ver verleden is getroffen door nucleaire explosies. Het bewijs daarvoor is verzameld door ruimtesondes en ook een marsvoertuig, die stoffen in de mars-atmosfeer en op het oppervlak van Mars hebben gevonden zoals Xenon-129 en radioactief uranium, thorium, en kalium. Brandenburg beweert zelfs de plaatsen op Mars te kunnen aanduiden waar deze twee explosies zich hebben voorgedaan. Dat is gedaan om een vroegere ontwikkelde Marsbeschaving  te vernietigen. Met een bemande marslander zouden resten van vroegere beschavingen gevonden kunnen worden. Foto's van het oppervlak hebben ook al vele verrassingen opgeleverd.

Een laatste interessante ontdekking dichtbij is een prehistorische vuursteengroeve in Zuid Limburg, het plaatsje Rijckholt, die al 5.000 jaar oud moet zijn en een enorme omvang had . Uit honderden mijnschachten moet zo’n 40.000 m3 vuursteen zijn gedolven oftewel 150 miljoen bijlen?? Voor wie en door wie en hoe wisten ze dat ? Vuursteenconcentraties zitten met name tussen kalksteenlagen uit het Krijt en behoorlijk diep. Het kost al meerdere steenbijlen (van vuursteen) om één m3 kalksteen te verwijderen? In die tijd zouden mensen nog jagers en verzamelaars zijn en zeker geen mijnbouwers??        
  
Op You Tube zijn ook veel video's te vinden waarin Erich von Däniken voorkomt en zijn visie uitdraagt. Een korte presentatie van ongeveer 20 minuten is opgenomen tijdens een Alien congres in de VS . https://youtu.be/dc1QUbSN9uo

Begin januari van het jaar 2026 kwam het bericht dat Erich von Däniken is overgegaan olp een leeftijd van begin 90.  Hij laat een geweldige schat aan boeken en wijsheid achter. Dank!
 
ERICH VON DÄNIKEN R.I.P. | A PERSONAL TRIBUTE BY PAUL WALLIS - YouTube

vrijdag 1 augustus 2014

Het geheim van Atlantis



In dit boek uit 2000 gaat de Zwiterse journalist Erich von Däniken uitgebreid in op de oude Griekse mythen en sagen zoals de reis van de Argonauten, de reizen van Odysseus en vooral ook het verhaal van Plato over het verdwenen rijk en eiland Atlantis.   

Volgens von Däniken is het verhaal van Plato niet gebaseerd op fantasie, maar berust het grotencdeels op waarheid. Plato kende het verschil tussen fictie en realiteit heel goed en was in al zijn geschriften heel nauwkeurig en waarheidsgetrouw. Toch is en blijft het verhaal je heel erg verrassen omdat er sprake is van een enorme schoonheid op dat eiland met prachtige gouden tempels omgeven door wallen en grachten zoals op onderstaande afbeelding is te zien. Een bijzonder metaal dat op het eiland rijkelijk gevonden werd was goudkopererts dat ook overal gebruikt werd en iets minder kostbaar was dan goud. Volgens Plato lag het eiland in de Atlantische Oceaan (en dus niet in de Middellandse Zee) maar is het door een zondvloed onder water verdwenen. Ook op andere plaatsen is bewezen dat de zeespiegel inderdaad wel met ruim 30 tot 35 meter is gestegen en dat dit waarschijnlijk zo’n 18.440 jaar geleden is gebeurd. Volgens de gangbare archeologen waren er toen echter geen beschavingen die een hoog ontwikkelingsniveau hadden en dus wordt dat van tafel geveegd.

Een mogelijk bewijs komt uit een antieke zeekaart van Piri Reis, een Turkse admiraal uit omstreeks 1500, die gevonden is in paleis (nu museum) Topkapi in Istanbul. Daarop zijn al de Amerikaanse continenten getekend inclusief de Noord- en Zuidpool. De kustlijn en zelfs  geografische kenmerken van Antartcia zijn daarop te zien terwijl het land met een kilometers dikke ijslaag is bedekt.  Met moderne apparatuur hebben wetenschappers in de 20e eeuw deze kustlijn en bijzonderheden ook ontdekt, maar Piri Reis wist dat kennelijk al in 1500 !! In relatie tot het verdwenen eiland Atlantis biedt de kaart ook een verrassing. Daar waar vrijwel alle continenten nauwkeurig zijn gepositioneerd is er een slordigheid of onnauwkeurigheid bij het eiland Cuba voor de kust van de VS. getekend. Dat eiland is maar half zo groot getekend en vlak daarbij een ander eiland dat keer zo groot is als Cuba en de naam Espaniola heeft gekregen. Die naam heeft Columbus gegeven aan Haïti toen hij daar voet aan land zette. Zou dit eiland dat er nu niet meer ligt, dan het eiland Atlantis zijn??


In 2001 hebben Canadese wetenschappers voor de westkust van Cuba inderdaad een 6000 jaar oude verzonken stad gevonden op een diepte van 650 meter. Nader onderzoek met een onderzeerobot gaf aan dat het om granieten bouwwerken gaat en dat er ook piramides bij zijn.
Sommige blokken zijn 2,5 a 3 meter van omvang. Nader onderzoek zal moeten aantonen welke beschaving dit mogelijk is geweest.





Een andere bijzondere archeologische vondst is de zogenaamde "machine van Antikythira". Dit  apparaat is gevonden in een scheepswrak ten noorden van Kreta in het kanaal van Antikythira in 1900. Men vond er nog allerlei andere spullen, vaasjes en marmeren beeldjes uit circa 80 voor Christus. Dit technisch uitziend ding had meerdere tientallen millimeter dunne tandwielen en kruiselings geplaatste lijsten. Het was iets technisch, maar wat precies werd pas jaren later duidelijk toen de Britse wiskundige (en sterrenkundige) Derek Solla Price toestemming kreeg om er een studie van te maken.  De metaaldeeltjes bestonden uit zuiver brons, of koper-tinlegeringen in verschillende mengverhoudingen.  Asjes en verschillende tandwieltjes grepen in elkaar als overbrengingen. Tandwieltjes hadden soms wel 240 tandjes en waren minuscuul dun en klein

Er stonden ook teksten in het oud-Grieks, met fragmenten die verwijzen naar de sterren zoals Wega en Pleiaden, maar ook Sterrebeelden Tweeling, Arcturus en Altaïr. Na jaren studie concludeerde hij dat het een apparaat was voor het aanduiden van de verschillende sterrenposities. Zo waren de maanstanden afleesbaar in relatie tot de zon  en de aarde en de opkomst en ondergang van Sirius in verhouding tot Wega.

 Het vereiste niet alleen een hoge technologische kennis en vakmanschap maar ook astronomische kennis en dat al honderd jaar voor onze jaartelling ! Dit zet de wetenschap voor een groot raadsel. Wie heeft dit gemaakt en waarvoor werd het gebruikt in de zeevaart? Voor navigatie?   Nu ligt het in het Grieks Nationaal museum in Athene.
De Amerikaanse slapende helderziende Edgar Cayce wiens voorspellingen en diagnoses en de meeste gevallen zeer accuraat en nauwkeurig waren, geeft ook aan dat Atlantis mogelijk voor de kust van de VS en in de toekomst weer uit de zee zal verrijzen.             

                                                              Impressie van eiland Atlantis.

Begin januari van het jaar 2026 kwam het bericht dat Erich von Däniken is overgegaan olp een leeftijd van begin 90.  Hij laat een geweldige schat aan boeken en wijsheid achter. Dank!