zaterdag 21 juni 2014

"De dag dat de goden kwamen": een boekbespreking

Dit artikel is voor het eerst geplaatst op dit weblog in juni 2014


Afb. Boekomslag en Stèle uit Berlijns Oudheidkundig Museum: God daalt neer uit de hemel?

In dit boek uit 1984 neemt Von Däniken ons mee naar antieke steden in Midden-Amerika zoals Tikal en Palenque waar zelfs een trappiramide is gevonden die groter is dan die van Gizeh in Egypte. Op de inmiddels bekende manier en als een volleerd reisleider maakt deze Zwitserse journalist ons bekend met oeroude tijden en volken zoals de Maya’s , Inka’s, Tolmeken en de voorouders van de Hopi-indianen. Hij maakt ons ook deelgenoot van vele verassende ontdekkingen. Zo hadden de oude Inkasteden bijvoorbeeld al een riolering en watertoilet en ook toen al een uitgebreid straten- en wegennet. Dat laatste is bijzonder omdat hier duizenden jaren geleden het wiel nog niet was uitgevonden.  Afbeeldingen met wielen en zelfs een stenen hobbelpaard met wielen doen anders vermoeden, maar de gevestigde archeologen beschouwen dit als versieringen en niet als een gebruiksvoorwerp.  Nog verrassender is het voorkomen van afbeeldingen van olifantenhoofden, die in Zuid- en Midden-Amerika al meer dan een miljoen jaar geleden zijn uitgestorven. Zijn die afbeeldingen dan zo oud of hadden plaatselijke bewoners kennis van gebieden en dieren aan de andere kant van de wereldbol in Azië en Afrika ?

 afb: De oude Maya-stad Tikal in haar glorietijd   

Tikal is de oudste Mayastad en men neemt aan dat deze al rond 800 voor Christus is gebouwd en is dus ouder dan het antieke Rome.  Deze plaats in het huidige Guatemala , is gelegen in een dicht begroeide jungle en ligt niet aan een meer of zee zoals je eerder zou verwachten. Het was een stad met zo’n drieduizend bouwwerken verdeeld over 16 km2 en volgens schattingen zouden er 50 - 90.000 mensen gewoond kunnen hebben.  Daarvoor was het wel nodig om reusachtige waterreservoirs aan te leggen in dit stukje oerwoud. Dit geheel van fantastische bouwwerken is een architectonisch en stedenbouwkundig hoogstandje. 
Is dit gerealiseerd door primitieve indianenstammen? Er wordt beweerd dat deze indianen nog leefden in de steentijd en geen metaal kenden. Zouden deze prachtige steen reliëfs alleen met stenen bijlen gemaakt kunnen zijn?  Daarnaast getuigt de bouw van een grote astronomische kennis en een bijna perfecte kalender. De bouwers van Tikal kenden het schrift en daarnaast nog Mayahiërogliefen.  Een mooi voorbeeld daarvan is een beroemde Leidse plaquette van jade, die gevonden werd in Tikal en zich nu bevindt in het Leids Rijksmuseum voor Oudheden. De schrifttekens en hiërogliefen zijn echter nog niet helemaal ontcijferd en bevatten nog raadsels. We kennen wel hun kalender en weten dat ze werkten met een 20-talligstelsel. Ze waren echte rekengrootmeesters, die al met enorme getallen werkten. Tijdens de komst van de Spanjaarden zijn vrijwel alle handschriften vernietigd en zijn er maar een handjevol stukken bewaard gebleven. Deze schaarse gebonden en gevouwen boekwerken worden codex genoemd met als meest uitgebreide de Madrileense Codex (zie fragment op afbeelding hieronder). Deze bestaat uit twee delen met 42 en 70 bladzijden, samen bijna 7 meter. Ze zijn gemaakt van dunne lagen schors van de vijgenboom.

afb. fragment uit Maya Codex

Een klein deel is wel ontcijferd en gaat over astronomische zaken zoals over verschillende planeten. De Maya’s kenden de duur van het Venusjaar, maar ook feiten over Jupiter, Mercurius, Saturnus, de Poolster, de Pleiaden en zelfs kometen! In west Europa beschikken we pas een paar honderd jaar over gedetailleerde astronomische kennis, terwijl de Maya’s (2000 jaar geleden) alle verduisteringen uit het verleden, maar ook voor de toekomst al kenden.

De Maya tijdrekening was nauwkeuriger dan de Juliaanse (tot 1582n. Chr.) en Gregoriaanse tijdrekening (1582-heden). Zij bepaalden de omloopbaan van de aarde om de zon in 365,242129 dagen nauwkeurig. De absolute astronomische berekening van nu wijkt daar maar een heel klein beetje van af (alleen de laatste twee cijfers). Von Däniken vraagt zich ook af voor wie deze kennis zo belangrijk moet zijn geweest? Niet voor aardebewoners die inzicht wilden hebben in de seizoenen of het jaarverloop.
Maar misschien wel voor ruimtevaarders voor wie deze astronomische kennis wel belangrijk is. Waren de eerste Goden dus buitenaardse astronauten?

De Maya’s werkten met verschillende cycli, waarvan de grootste een tijdsspanne van 374.440 jaar omvatte.  Volgens verschillende wetenschappers  gaan de meeste Mayakalenders uit van een beginpunt dat omgerekend ergens 3114 voor Christus geweest moet zijn. Was dat het moment dat de Goden naar de aarde kwamen in Midden-Amerika?  

Het planetenstelsel zoals we dat in ons zonnestelsel kennen vinden we ook terug in de bouw van de oude Maya of Indianenstad Teotihuacán (nabij Mexico-stad). De onderlinge afstanden tot verschillende hoofdgebouwen komen precies overeen met de planetenafstanden uit ons zonnestelsel inclusief Uranus, Neptunus en Pluto. Uranus is pas in 1781 ontdekt, Neptunus pas in 1846 en de kleine Pluto pas in onze tijd ??   

De Mayastad Palenque (ook in Mexico) is ook een soort wereldwonder. Daar heeft men een onderaardse gang gevonden onder een grote trappiramide naar een crypte, waar men een inmiddels wereldberoemde grafplaat heeft gevonden (zie afbeelding). Was dit een van de Godheden, die over bijzonder technologie beschikte?

Afb.: Bodemplaat in onderaardse kamer onder piramide Palenque: Ancient technology?

Een 3D afbeelding van dit deksel ziet er ongeveer zo uit:



Een andere belangrijke Maya-stad die in Mexico is ontdekt is Calakmul , waar ook bijzondere vondsten zijn gedaan met afbeeldingen die onmiskenbaar wijzen op buitenaardsen/ kosmonauten.



zondag 8 juni 2014

De terugkeer van de Goden.

Dit artikel is voor het eerst geplaatst op dit weblog in juni 2014


 Een boekbespreking.


De Zwitserse onderzoeksjournalist Erich von Däniken schreef dit boek in 1992 en het verscheen een jaar later in een Nederlandse vertaling.  Natuurlijk en dat zijn we inmiddels wel gewend van hem, probeert hij weer met andere voorbeelden duidelijk te maken dat buitenaardse beschavingen in het verleden onze aarde hebben bezocht. Deze ontzagwekkende gebeurtenissen in een ver verleden hebben zo’n grote indruk gemaakt op de nog primitieve bevolking, dat zij dit op allerlei manieren hebben vastgelegd in rotstekeningen,  beeldjes en vooral verhalen. 

 In vrijwel alle oeroude verhalen zoals de Vedische teksten (uit India),  Kabbalateksten (oude jodendom) en zelfs Bijbelsteksten treffen we verhalen aan over Goden uit de hemel en Godenzonen die op aarde kwamen in “voertuigen”, die een enorm geraas maakten. Bij gebrek aan technologische kennis onder aardse mensen zocht men naar beeldende  omschrijvingen die de ervaringen  goed weergaven. Zoals de indianen sterke drank ook vuurwater noemden en een stoomlocomotief een brullend paard,  zo  vinden we vele nauwkeurige omschrijvingen.  

In de oudste Sanskrietteksten vinden we gedetailleerde beschrijvingen van velerlei verschillende soorten vliegmachines ,waarbij sommige zeer geavanceerd van hemelse oorsprong waren en daarnaast "menselijke" machines die meer lawaai maakten en minder mogelijkheden hadden. Ze beschrijven zelfs de verschillende eigenschappen die deze vliegende schepen hadden en de materialen waaruit ze bestonden. Ondanks al deze historische bronnen wil de wetenschappelijke wereld hieraan geen conclusies verbinden, want dat zou de wereldgeschiedenis op zijn kop zetten. Liever doet men al deze verhalen af als fantasieën  of mythen. De ware geschiedenis  is minder belangrijk dan vast te houden aan het bestaande wereldbeeld.  

Zo wordt Von Däniken  al jaren belachelijk gemaakt in wetenschappelijke kringen maar blijft hij toch volharden en is steeds overtuigender na bijna 40 jaar pionierswerk. Je zou iedere scholier een geschiedenis leraar als Von Däniken toewensen, die nieuwsgierig en kritisch de feitelijke informatie verzamelt en daarna zelf afwegingen maakt en conclusies trekt, ook al haalt hij daarmee heilige huisjes omver.  
Kennelijk is hij geen eenzame roepende meer in de woestijn, want toevallig vond ik op het internet de volgende bijzondere mededeling. De Raëliansbeweging  heeft in Canada, voorjaar 2014, een verzoek ingediend om een ambassade te mogen openen voor buitenaardsen. Deze religieuze groepering is gesticht door de journalist Claude Vorilhon,  die beweert tot tweemaal toe in de jaren zeventig van de vorige eeuw een ontmoeting te hebben gehad met een buitenaardse wezen Jaweh genaamd, die behoort tot het ras Elohim. 

Grap of geen grap, maar deze namen komen Christenen toch wel heel bekend voor. Deze groep van Elohim zou de aarde in oeroude tijden eerder bezocht en al het leven op aarde  geschapen in een laboratorium . De mensen begrepen deze wezens echter niet en noemden hun goden. Volgens Vorilhon komen de Elohim rond 2025 terug naar de aarde.

 

foto: Oprichter Vorilhon van de Raëliansbeweging


Dit mag dan zeer ongeloofwaardig schijnen, zo’n ontmoeting met een buitenaards wezen, maar past helemaal in de visie van Von Däniken. Bovendien beschrijft de Zwitserse journalist   een bijzondere gebeurtenis uit begin jaren 60 in de VS waar een echtpaar Barney en Betty Hill s’ avonds  laat op een vrij verlaten weg terugreden naar huis (Portsmouth in New Hampshire) en een UFO zagen, die hen  kortstondig ontvoerden en in hun  ruimtevaartuig onderzochten. Dit kwam pas naar boven toen ze onder hypnose, onafhankelijk van elkaar,  hetzelfde  verhaal vertelden. De vrouw had eerst gevraagd of ze een voorwerp als aandenken mocht hebben, maar kreeg dat niet. 

Later  wist ze zich te herinneren dat ze een alien vroeg (hun leider sprak een soort Engels) waar ze vandaag kwamen. Daarop liet dit wezen haar een soort sterrenkaart zien waarop bolletjes  en (stippel-) lijnen getekend waren. De bijbehorende uitleg was dat de bolletjes sterren(zonnen waren of planeten) en dat de dikkere lijnen handelsroutes(?) en de dunnere lijnen onderzoeksplaneten waren. Betty heeft het plaatje meerdere keren opnieuw getekend, maar had er geen verklaring voor. Jaren later hebben amateur astronomen een sluitende verklaring hiervoor gevonden die klopt met de posities van een aantal planeten (zie afbeelding hieronder).   Sol is de zon van ons sterrenstelsel.    



Dit is een bewijs van astronomische kennis die maar bij een paar deskundigen bekend is. 
Het is voor het eerst dat Von Däniken voorbeelden gebruikt uit de recente geschiedenis, zoals het voorbeeld van het echtpaar Hill, maar ook andere gedetailleerde voorbeelden zoals een Ufo-landing in een park in 1989 in Woronezj (500 km ten zuiden van Moskou) die door tientalen mensen van dichtbij is waargenomen.  Eerder was er ook een voorval van een aantal onbekende vliegende objecten die door radarstations en door militaire en civiele vliegers werden waargenomen in 1952 (29 juli) boven Washington en het Capitool. Het eerste onderzoek van de militaire leiding kon geen verklaring geven, maar later werd het afgedaan als luchtspiegeling?  

Soms lijkt het wel alsof er een algemeen op regeringsniveau afgesproken embargo bestaat waardoor alle UFO-bezoeken  uiteindelijk worden ontkend. 
Afbeelding: Graancirkel bij Barbury Castle 1991

Als laatste bespreekt journalist Von Däniken ook eerdere vondsten van Graancirkels in Groot Brittannië . Een graanfiguur bij Barbury Castle ontdekt op 17 juli 1991 is vanwege de omvang en complexiteit onmogelijk gemaakt door mensen, maar eerder door hogere intelligenties.  Er zijn gelijkenissen met historische afbeeldingen zoals de gouden schijf die gevonden is in Egypte.            De wetenschap mag deze verschijnselen niet zomaar wegwuiven, maar moet ze serieus onderzoeken.  De mensheid vraagt daarom.

maandag 2 juni 2014

De ogen van de Sfinx: een boekbespreking

Dit artikel is voor het eerst geplaatst op dit weblog in juni 2014


Oeroude geheimen. 

In 1989 schreef de Zwitserse journalist en amateur archeoloog Erich von Däniken dit boek na lang twijfelen. Al jaren had hij zich intensief met de piramides en antieke tempels in Egypte beziggehouden, maar hij had niet het gevoel daar als leek nog iets aan te kunnen toevoegen. Er was al zoveel over geschreven door zoveel specialisten. Zijn aanhoudende kritische onderzoek heeft echter toch weer een nieuw boeiend verhaal opgeleverd over de oude geschiedenis van Egypte, de grote piramide van Gizeh, het verloren gegane labyrint  en de indrukwekkende reeks van dierenmummies.  Natuurlijk kent iedereen de mummies van de farao’s, hogepriesters en koningen, maar minder bekend zijn de enorme aantallen dierenmummies. Zo zijn er wel tienduizenden gemummificeerde apen,  krokodillen (honderdduizenden!), stieren, katten, ibissen, valken, mussen en zelfs ratten, vissen, kevers en kikkers ! In feite waren er zo’n 42 heilige dieren, die bewaard moesten worden om onduidelijke redenen. Het meest indrukwekkend zijn de vele “goddelijke” (Apis-) Stieren waar grote graven en ook granieten  sarcofagen voor zijn gebouwd.  Toch bleek uiteindelijk na opening van deze graven en de mummie-inhoud, dat deze bestonden uit een teerachtige substantie met daarin verbrijzelde kleine botresten, die nooit van stieren afkomstig waren. Bizar. Dit geheim is nog steeds niet goed verklaard vindt Von Däniken.

Een heel spannend deel gaat over een enorm groot labyrint (deels boven- en deels ondergronds) met  grote tempelzalen, zuilengalerijen, een kunstmatig aangelegd meer met daarin twee piramides en wel 3000 kamers en lange gangen vol prachtige schilderingen . In meerdere historische beschrijvingen van Griekse en Romeinse  historici zoals   Herodotus (450 jaar v. Christus), Diodorus (100 jaar voor Chr.) en Strabo (10 na Chr.) vinden we zeer gedetailleerde beschrijvingen, omdat ze ooit in Egypte geweest zijn en deze bouwwerken (mooier en groter dan de piramiden!!)  met eigen ogen hebben aanschouwd. Tot op de dag van vandaag beweert Von Däniken heeft men dit labyrint dat immens groot en mooi moet zijn geweest nog niet ontdekt. Ook na het verschijnen van Von Dänikens boek zijn er expedities geweest waarvan de belangrijkste de Mataha-expeditie is van rond 2008. Belgische en Egyptische archeologen hebben samen na een bodemscan uiteindelijk resten gevonden van een grote muur van meters dik en een enorm netwerk van kamers, verspreid over enkele hectaren. De resultaten werden echter doodgezwegen door dr. Hawass (hoogste autoriteit in Cairo) en de onderzoekers geïntimideerd, maar zijn nu toch  verschenen op internet (www.Labyrinthofegypt.com). Hier zouden nog enorme schatten verborgen kunnen liggen als de overleveringen kloppen.  De vraag is echter of en wanneer er toestemming gegeven wordt om dit complex uit te graven. Een van de vondsten die ze gedaan hebben is onderstaande gouden "zonneschijf". Een mysterieus artefact uit verloren tijden waarvan niemand precies weet waarvoor het bedoeld is. Een antieke CD, DVD of zien we hier een graancirkel vorm ??


Veel aandacht besteedt Von Däniken aan de grote piramide van Gizeh, die hij meerdere keren heeft bezocht, onderzocht en op basis daarvan grote vraagtekens zet bij de huidige opvattingen, zoals de ouderdom, de ontwerper/architect en de ontstaansreden van de piramide.  Het is de oudste en grootste piramide (zo’n 145 meter hoog) maar van binnen in veel opzichten raadselachtig. Zo zijn er geen wandversieringen aangetroffen, geen kostbaarheden en heeft men alleen een lege sarcofaag in de zogenaamde koningskamer gevonden plus een half afgebouwde ondergrondse kamer ? Waarom heeft men zo’n immens bouwwerk gemaakt dat zoveel inspanningen heeft gevergd om deze “leeg” achter te laten en dit is niet het werk van grafrovers geweest. Algemeen wordt door archeologen aangegeven dat de bouwer farao Cheops (zo’n 2000 voor Chr.) is geweest, die maar ruim 20 jaar geleefd heeft en dus zou ook de totale bouwtijd ongeveer zo lang zijn geweest. Dat is bijna onmogelijk, zelfs als alle Egyptenaren meegeholpen zouden hebben met de bouw. Von Däniken gelooft dat de bouw veel eerder (vóór de zondvloed) heeft plaatsgehad en vindt daarbij ook steun bij historische bronnen. Die beweren dat mogelijk de Bijbelse oervader Henoch (de vader van Methusalem en grootvader van Noach) de bouwer is geweest. 

Een verrassend nieuwe en overtuigende visie vinden we terug in een nieuwe video van 2019.

De  piramide was  bedoeld als toevluchtsoord en opslagplaats voor alle waardevolle spullen en kennis die behouden moest blijven tijdens de grote zondvloed en dus geen farao- of koningsgraf ! We hebben dus zeker nog niet alles ontdekt van deze piramide, want dezelfde bronnen beweerden ook dat er grote ondergrondse gangen zijn met  vele ruimtes.  
Metingen van een Japans team van wetenschappers (van de Waseda universiteit) hebben dat, begin 1987, met behulp van moderne apparatuur ook aangetoond. Er zijn nog vele grote ruimtes en holtes onder de piramide ! Toch wordt er (nog) geen toestemming gegeven om te gaan graven. Waarvoor is men bang?? 

Eind 2017 hebben wetenschappers met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aangetoond met speciale metingen dat er nog een verborgen grote ruimte moet zijn schuin boven de koningskamer van circa 30 meter lang, 2 a 3 meter breed en 2 meter hoog. Misschien gaan we daar later wel een kijkje nemen?
Hetzelfde geldt voor de grote Sfinx die waarschijnlijk net zo oud is als de grote piramide. Hier zouden weleens Godenzonen begraven kunnen liggen, zegt Erich.   
Eind 2017 hebben wetenschappers aangegeven dat de sfinx mogelijk wel meer dan 750.000 jaar oud zou kunnen zijn. Wie waren de bouwers dan die over deze technologie beschikten? https://www.ninefornews.nl/grote-sfinx-jaar-oud-oekraiense/


Interessant is ook de stellling van Von Däniken  dat de oude Egyptenaren in de piramides ook een soort van elektrisch licht hadden. We vinden daar ook mysterieuze hiërogliefen van en er zijn ook oeroude batterijen gevonden met metalen delen in een keramieken vaas.  

Edgar Cayce, de slapende profeet  zoals hij wel genoemd wordt , heeft in een van zijn "readings" aangegeven dat de grote Pyramide gebouwd is  van 10.490 tot 10.390 voor Christus en heeft dus zo'n honderd jaar geduurd. Cayce leefde tot 1945.  Zie ook https://religieuze-ervaringen.blogspot.com/2014/05/edgar-cayce-een-slapende-helderziende.html

Later heeft de Franse archeoloog Robert Bauval zijn onderzoeksresultaten gepubliceerd in het boek The Orion Mystery (1994) waarbij hij het constateerde dat de positionering van de drie pyramides van Gizeh exact overeenkwamen met de drie belangrijkste sterren in de gordel van Orion, ten tijde van het sterrenbeeld Leeuw zo'n 10.500 jaar voor Christus. 
De sfinx op het plateau van Gizeh is ook in die tijd gebouwd en lijkt natuurlijk ook het meest op een afbeelding van een leeuw.  Dus Bauval bevestigt hiermee de bewering van Cayce.  

Nog verrassender is dat Cayce ook heeft aangegeven dat er in de buurt of onder de rechter klauw van de Sfinx van Gizeh zich een geheime ondergrondse kamer bevindt, die hij de Hall of Records heeft genoemd. Daar zouden schatten te vinden zijn die ons alles vertellen over de ontstaansgeschiedenis van de mensheid. Het zouden een soort van holografische projecties zijn met drie dimensionale beelden/films over wat er echt gebeurde in het begin van de beschaving op aarde.  
Mysterieus genoeg zouden daar ook buitenaardse beschavingen zoals die van de "Avians" geholpen hebben bij de bouw. De Avians zijn een op mensen gelijkend buitenaards ras, dat wel een vogelkop heeft die lijkt op een havik,  zoals ook de nu nog gebruikelijke Egyptische afbeelding van Horus laat zien.   Cayce zag ook buitenaardse ruimtevaartuigen in de vorm van een vliegende sigaar of zeppelin, die al beschikte over anti-zwaartekracht technologie.

Per toeval ben ik een aantal bijzondere boekjes tegengekomen van auteur Radu Cinamar , een Roemeense onderzoeker. Zie ook https://religieuze-ervaringen.blogspot.com/2020/05/transsylvanian-sunrise.html
In zijn boek Mystery of Egypt beschrijft hij een reis door een ondergrondse tunnel , die begon in een ondergrondse ruimte in het Bucegi gebergte in Roemenië en uitmondde in een afgesloten ruimte onder het plateau van Gizeh.  Die reis is ergens begin van de jaren 2000 gemaakt. 

In de "geheime" kamer bevond zich inderdaad holografische apparatuur die exact voldeed aan de beschrijving van Cayce , maar ook een tijdcapsule  die het mogelijk maakte om "tijdreizen" te maken en een anti-zwaartekracht plateau waarop iemand kan zitten en zich voortbewegen. Zie onderstaande schematische tekening.
Dit wereldnieuws wordt echter niet in de openbaarheid gebracht door een geheime afspraak tussen de Verenigde Staten en de regering  van Roemenië, zoals ook alle ontdekkingen over Ufo's en buitenaardse beschavingen tot nu toe doodgezwegen wordt. Gelukkig zijn er steeds meer  openbaarmakingen dankzij nieuwe informatie van "insiders", die uiteindelijk uit de school klappen . 
  
   
Overzicht van de sfinx en piramide en ondergrondse occulte kamer, met de  Hall of Records.
    
 

De transparante halve cilinder in het midden op een platform is de tijdcapsule.
Aan de wanden zijn metalen platen met data die driedimensionale films
 projecteren over de mensheidsgeschiedenis.

Zeer uitzonderlijk is de voorspelling voor 2026 van Edgar Cayce en Dolores Cannon, die draait om de grote Pyramide van Gizeh waaronder een Hall of Records zich bevindt en die zal opengaan door aardveranderingen en zeer grote positieve implicaties de mensheid zal inhouden..
 

woensdag 28 mei 2014

Ruimtevaart volgens Von Däniken

Dit artikel is voor het eerst geplaatst op dit weblog in mei 2014


 

De fantastische werkelijkheid: een boekbespreking
Dit in 1985 voor het eerst uitgegeven boek van onderzoeker en journalist Erich von Däniken gaat uitgebreid in op de (on-)mogelijkheden van huidige ruimtevaart, maar geeft ook een goed beeld van de huidige inzichten op het gebied van de astrofysica. Von Däniken is zeer  populair en blijft vasthouden aan zijn oorspronkelijk in 1968 gepresenteerde visie, dat buitenaardse intelligenties onze aarde in vroegere tijden hebben bezocht. Van zijn boeken zijn momenteel ongeveer 45 miljoen exemplaren verkocht in 31 talen en meer dan 40 landen. Jarenlang werd hij verguisd en belachelijk gemaakt door wetenschappers maar soms krijgt hij bijval uit onverwachte hoek. Zo heeft de NASA in 2014 een uitgebreid wetenschappelijk rapport uitgebracht waarvan de conclusie is dat oude rotstekeningen met grote waarschijnlijkheid afkomstig zijn van buitenaardse beschavingen (zie:    http://www.ninefornews.nl/nasa-boek-oude-rotskunst-mogelijk-het-werk-van-buitenaardsen/ ). De publicatie is opgesteld dooor dr. Vakoch van het SETI-instituut van de Nasa.  SETI staat voor Search for ExtraTerrestrial Intelligence (buitenaardse intelligentie).





 In het eerste hoofdstuk beschrijft Von Däniken een bezoek aan het Amerikaanse onderzoeksinstituut Space Command in de bergen van Colorado Springs . Daar is een onderaards complex van stalen containers (drie verdiepingen hoog) ingericht dat bestand is tegen aardbevingen, overstromingen en zelfs een atoomaanval. Hier worden door zesduizend mensen continu alle bewegingen van raketten, planeten, meteorieten en vooral satellieten nauwgezet gevolgd. Alle nog te lanceren raketten en satellieten (commercieel of militair) krijgen een baan toegewezen van dit instituut. Aan Von Däniken werd verteld dat er al zo’n ruim 5.300 satellieten in de ruimte  zijn en dat vraagt dus om goede afstemming. In dit ruimtevaartcentrum is men ook in staat om gelanceerde raketten (wel of niet met een gevaarlijke lading) te monitoren en de autoriteiten op tijd te waarschuwen als deze in het verkeerde luchtruim dreigen terecht te komen of mogelijke een  vijandige aanval zou kunnen zijn. Vanuit de ruimte zou men de hele aarde kunnen aanvallen maar ook beschermen.  Gek genoeg heeft de journalist Von Däniken niet gevraagd of hier  onbekende objecten zoals UFO’s zijn gesignaleerd. Als ze ergens waargenomen zouden kunnen worden dan juist hier. Mogelijk dat er een afspraak is gemaakt om hierover geen meldingen te doen.   

  Het idee van een ruimteschild (Strategic Defense Initiative) dat de VS onder Reagan  in 1983 wilde gaan opzetten past hierin. In 1967 echter hebben alle grootmachten samen een internationaal ruimtevaartverdrag afgesproken, waarin is vastgelegd dat er geen massavernietigingswapens de ruimte in mogen worden gebracht (artikel 4).  Manen, sterren  of planeten mogen ook  geen nationaal bezit of bezet worden (artikel 2).

In het verleden is dat wel eens anders geweest. Von Däniken suggereert dat de rode planeet Mars in het verleden verwoest is door het laten ontploffen van kernwapens. In het najaar van 2016 heeft een astrofysicus dr. John E.Brandenburg dit ook bevestigd op basis van zijn onderzoek tijdens een conferentie voor de AIAA (American Institute of Aeronautics en Astronautics ). Twee grote en zware explosies in de Marsatmosfeer ten noorden van Cydonia Mensa en Galaxias Chaos, waren bedoeld om het leven op de planeet volledig uit te roeien. Isotopen wijzen op enorme schokgolven in de noordelijke regio's veroorzaakt door nucleaire ruimtewapens in een ver verleden (toen wij op aarde zeker nog geen nucleaire wapens hadden).  
  In een ander hoofdstuk beschrijft Von Däniken de stand van de ruimtevaarttechnologie en de plannen voor de nabije toekomst. Zo zijn er al vier ruimte sondes (Pioneer X en XI en Voyager I en II) gelanceerd in de jaren 70, die zelf geen eigen aandrijving hebben, maar wel heel ver de ruimte in vliegen. Na drie jaar zullen ze buiten ons zonnestelsel kunnen komen, dankzij de aantrekkings-krachten van planeten. Er zijn er ook experimenten geweest met een trans-atmosferisch vliegtuig dat buiten de dampkring kan vliegen en daardoor sneller grotere afstanden kan overbruggen. De Engelse multimiljonair Richard Branson is al bezig een dergelijk commercieel vliegtuig te bouwen.





 
Vliegtuigproducent McDonnell Douglas heeft er ook al een ontwikkeld.                                              Zeer interessant is de ontdekking van astrofysici en die nu Langrange punten (L1 tot L5) genoemd worden. De wiskundige Langrange heeft eind 1700 berekend dat er dode punten in de ruimte zijn, waar meteorieten of objecten gewoon blijven hangen, omdat ze daar buiten de aantrekkingskracht van planeten zijn. Er zijn nu meerdere van deze zogenaamde libratiepunten bekend, die uitermate geschikt zijn om daar ruimtestations te plaatsen.  Het Instituut van ruimtestudies (ISS) onder leiding van O’Neill heeft een studie uitgevoerd naar een L-5 society om de ruimte te gaan bevolken. Later heeft hij daar het boek “Onze toekomst in de ruimte” (1978) over geschreven.

De Europese ruimtevaartorganisatie ESA, maar ook de Russen en Amerikanen hebben al ervaring opgedaan met een ruimtestation (ISS). Als ruimtestations om hun as draaien wordt daarmee ook zwaartekracht opgewekt, nodig om mensen gezond te kunnen laten leven. ESA heeft het ruimteplatform Eureca ontwikkeld.
Von Däniken gaat verder en beschrijft al een echte ruimtestad waar duizenden mensen kunnen werken en wonen, zelfs met  fabrieken en energiecentrales  in de ruimte. Die fabrieken leek me eerst heel vreemd, totdat Van Däniken beschrijft wat voor stoffen er op de maan allemaal gevonden zijn en  gewonnen zouden kunnen worden in steengroeven.  Von Däniken baseert zich daarbij op een Duitse wetenschappelijke studie van prof. Hermann Koelle uit 1983 over het ontwerp en de economische haalbaarheid van een maanfabriek. Er kan gas geproduceerd worden met een hoog zuurstofgehalte, dat gebruikt kan worden in ruimtecapsules en steden. De zuurstof wordt gewonnen als bijproduct uit gesteenten, die voor 40% uit zuurstof bestaan. Zuurstof is ook nodig voor de productie van water (CO2). De zwarte meren bevatten veel ijzer van  de beste kwaliteit. Titaan (een op aarde schaars metaal) is er op de maan in overvloed. Dat geldt ook voor silicium, dat nu volop gebruikt wordt voor zonnecellen. De bauxietlagen (voor winning aluminium) zijn onuitputtelijk. De gewonnen grondstoffen kunnen bewaard blijven in ruimtestations of in containers op plaats L-2 (relatief dichtbij de maan ).

De auteur haalt ook experts aan die beweren dat we de dode planeten kunnen omvormen tot planeten waar leven op mogelijk is. Deze planeten zullen dan d.m.v. ontploffingen dichter of verder weg van de zon moeten worden gebracht om hogere of lagere oppervlaktetemperaturen te genereren. Daarna zouden er blauwalgen op deze planeten moeten worden gebracht die zuurstof opwekken. Dan ontstaat er waarschijnlijk ook een atmosfeer. Geo-engineering in het groot ! 

Het boek eindigt met ruimtevaart uit.... een ver verleden! 
Een professor uit India genaamd Kanjilal stuurde Von Däniken een tekst met daarin beschrijvingen van Vimana's (vliegende machines) uit de oudste Vedische literatuur en klassieke Sanskriet-teksten.  Daar vind je een keur van verschillende beschrijvingen van technische objecten die door het luchtruim vlogen in verschillende afmetingen en vormen. Er is zelfs sprake van dat men in staat was over grote afstanden te vliegen en zo mogelijk zelfs in Zuid-Amerika terecht konden komen. Dat zou wel een verklaring zijn voor de opvallende gelijkenissen in de piramidevorm en afbeeldingskunst tussen tempels en bouwwerken in Zuid India (gebied Madras) en die van Zuid Amerika ten tijde van de oude Inka's en Maya's.  Men heeft ook onbekende schrifttekens gevonden op oude panelen in Equador die zo'n dertig jaar geleden zijn ontcijferd door Sanskrietgeleerden !
Von Däniken blijft je verbazen, maar met zijn gezonde dosis nieuwsgierigheid en brede kennis komt hij verder dat de meeste specialistische deskundigen.               

 
 



 
 
 

woensdag 21 mei 2014

Goud der Goden: een boekbespreking



Dit artikel is voor het eerst geplaatst op dit weblog in mei 2014



Erich von Däniken schreef dit boek in een Nederlandse uitgave in 1972. In dit boek brengt hij weer nieuwe inzichten en voorbeelden naar voren die moeten ondersteunen/ bewijzen dat er in het verre verleden buitenaardse beschavingen zijn geweest op de aarde en dat we daar nog steeds sporen en overblijfselen van kunnen vinden.

Hoofdthema in dit boek zijn de vele enorme onderaardse gangenstelsels van soms wel honderden kilometers lang, die zeker niet van natuurlijke oorsprong zijn, maar waar technische hulpmiddelen voor zijn gebruikt. Een vrij onbekend voorbeeld daarvan zijn de wel duizend kilometer lange tunnels en ruimten onder Ecuador (en deels Peru) die in 1965 met hulp van plaatselijke indianen zijn ontdekt door de Argentijn Juan Moricz. De ingang is gelegen in het oostelijk deel van Ecuador in de provincie Morona- Santjago. Na drie jaar heeft Moricz een audiëntie bij de president van Ecuador aangevraagd en hem verteld over zijn ontdekkingen. Helaas, aangezien Ecuador een arm land is heeft men niet de moeite gedaan hier grootschalig archeologisch onderzoek te verrichten.





















• Links: Gouden plaat met figuur van 52 cm hoog en vier tenen en vingers.
• Rechts: Gouden vierkante plaat van 1 meter bij 50 cm en 3 cm dik























Linksboven : een gouden schijf van 22 cm doorsnede. Onder: vierkante gouden platen met piramide vormen. Rechtsboven: pater Cresp die in de kerk in Cuenca enorme goud- en zilverschatten bewaard, gekregen van de Peruaanse indianen en afkomstig uit onderaardse tunnels.


Dat is een grote gemiste kans, want men heeft er tot nu toe al bijzondere gouden schatten gevonden. De waarde schuilt niet zozeer in het gebruikte edelmetaal als wel de bijzondere voorstellingen en de archeologische waarde. Zo is op de linker vierkante plaat rechtsonder klein aan de voet van de piramide een klein olifantje te zien. In Zuid-Amerika zijn echter olifanten al 12.000 jaar geleden uitgestorven!? Hoe oud zijn deze platen dan?? Apart is ook de vorm van de piramiden met punten zoals we die in Egypte kennen, maar in Zuid Amerika komen alleen afgeplatte piramides voor ??
Verder heeft men er ook voorwerpen van steen en metalen bladen gevonden met gegraveerde tekens en schriften erop . Dat zou misschien wel eens de complete geschiedenis van de mensheid kunnen bevatten als we de tekens of schrift kunnen ontcijferen.

Von Däniken heeft in 1972 samen met Moricz deze gangen persoonlijk bezocht. De ingang is uit de rotsen gehouwen maar zo breed als een schuurdeur. Eenmaal binnen moet je 80 meter afdalen aan een touw en dan kom je in een eeuwenoude onderwereld . De gangen zijn allemaal rechthoekig en de muren glad alsof ze gepolijst zijn. Er bevindt zich ook een enorme onderaardse zaal of gewelf met een grondoppervlak van 110 bij 130 meter. Deze gangen moeten met technische hulpmiddelen (laserstralen??) gemaakt zijn zo recht en gelijkmatig zijn ze.
In de zaal staan een soort tafel en stoelen maar ook figuren van dieren : sauriërs, olifanten, leeuwen, krokodillen, kamelen, bizons etc. Het is een tuin van dwaasheden want nergens ter wereld komen al deze dieren tegelijkertijd voor én de dieren zijn van puur goud !
Je vindt hier ook de meer dan duizend metalen platen, die soms maar millimeter-dun zijn maar met afmetingen van zo’n meter bij 50 cm en heel gelijkmatig bedrukt met tekens en stempels als door een machine gedaan. De lettertekens zijn onbekend en volgens de huidige archeologische inzichten hebben de oude Inca's en Maya’s nooit het schrift gekend. Van welke wezens vinden we hier dan de bewijzen??
Von Däniken maakt zijn theorie heel aannemelijk door te veronderstellen dat de gevallen engelen (of verstoten ruimtewezens uit de hemel) bij hun komst op de aarde hun heil zochten in onderaardse schuilplaatsen, onzichtbaar voor bedreigende aardebewoners of andere ruimtewezens.

foto: Blumrich


In eerdere boeken heeft Von Däniken vaak teksten uit het Oude Testament aangehaald en vooral die van Ezechiël. Deze verhalen lijken geschreven te zijn door iemand die iets zeer ongewoons heeft meegemaakt en het daarom zo gedetailleerd en levendig beschrijft. Volgens de amateurarcheoloog en journalist Von Däniken staan hierin nauwkeurige beschrijvingen van ruimtevoertuigen of zelfs raketten. Dat leverde hem veel kritiek op uit de wetenschappelijke wereld. In 1972 heeft een Amerikaanse ruimtevaartwetenschapper Joseph Blumrich, die jarenlang gewerkt heeft voor de NASA aan de ontwikkeling van Apollo- en Saturnusraketten een gedegen eigen onderzoek uitgevoerd. Aanvankelijk was Blumrich zelf heel sceptisch, maar uiteindelijk moest hij erkennen en concluderen dat de beschrijvingen zo nauwkeurig waren dat hij zelfs ontwerpen en berekeningen kon uitvoeren van deze ruimtevoertuigen. Hij moest erkennen dat Von Däniken gelijk had.
Zijn ontdekkingen zijn gepubliceerd in het boek: "The Spaceships of Ezekiel", uitgeverij Bantam Books, Februari 1974. Hij heeft jaren later de ontwerpen ook gerealiseerd (zie onderstaande foto).

vrijdag 9 mei 2014

Terug naar de sterren: een boekbespreking

Dit artikel is voor het eerst geplaatst op dit weblog in mei 2014




Dit boek van de Zwitserse journalist en amateur archeoloog Von Däniken is oorspronkelijk verschenen in 1969 ruim een jaar na zijn veel bekendere boek “Waren de Goden Kosmonauten”. Het kernthema van deze autodidact is echter hetzelfde gebleven. Hij probeert door middel van vele verschillende bronnen uit diverse gebieden en culturen van de wereld te bewijzen dat er ooit in een ver verleden hoog intelligente wezens van buitenaardse oorsprong geland zijn op onze aarde. Dat heeft zoveel indruk gemaakt op de toen aanwezige mensachtige bevolking dat we nog steeds veel sporen daarvan kunnen vinden in de orale en schriftelijke overleveringen, in de oeroude rotstekeningen en in oude beelden of kleitabletten. Lezen we de bijbel en dan met name het oude testament met de boeken van Mozes vanuit dit perspectief , de Mahabharata of de Kabbala dan ontstaan er opeens hele andere verklaringen dan de gebruikelijke. Het zijn dan mogelijk geen fantasieën meer van culturele rituelen of magische droomverhalen maar zouden veel eerder daadwerkelijke beschrijvingen van historische gebeurtenissen kunnen zijn.














Von Däniken is een meesterverteller en hij is een uitstekende leraar die moeilijke onderwerpen glashelder kan uitleggen. Dat lukt niet alleen met antieke teksten maar ook als het gaat om wetenschappelijke vakgebieden en moderne inzichten. Hij weet de astronomie, de natuurkunde, de biologie, de geologie en zelfs DNA-technologie haarfijn uit te leggen. Hieruit blijkt zijn kwaliteit als ervaren journalist en autodidact die zich goed kan inleven in een (kritisch en onwetend ) publiek. Zijn boeken blijven dan ook van begin tot eind boeien.
 
Een prachtig voorbeeld dat ik zelf niet kende, omdat ik geen scheikunde en biologie in mijn middelbare schoolpakket heb gehad, was een wetenschappelijk model voor het ontstaan van leven. Het zogenaamde Stanley Miller-experiment (1953) is opgezet om aan te tonen dat uit anorganische (dode materie) stoffen van de oeratmosfeer opeens organische (levende)stoffen kunnen ontstaan. Een glazen kolf (kiemvrij gesteriliseerd) wordt deels gevuld met waterdamp, ammoniak, waterstof en methaan. In deze kolf worden twee elektroden gehangen waar later vonken uit overslaan bij 60.000 Volt. Een andere lager gelegen kolf wordt gevuld met water en verhit tot 180 graden. De waterdamp van de lager gelegen kolf stijgt op en komt terecht in de kolf gevuld met de vier gassen en wordt bestookt met "bliksem". Na afkoeling stroomt het residu van de hoger gelegen kolf weer terug naar de kleinere kolf gevuld met water. Deze kringloop ging langere tijd door, wel een week lang. Toen men ging onderzoeken wat voor stoffen er in de "oersoep" zaten bleken dat aminoboterzuren, asparaginezuren, alanine en glycocol te zijn. Dat zijn gecompliceerde stoffen die noodzakelijk zijn voor biologische, organische systemen. Via allerlei verschillende proeven zoals stikstof in plaats van ammoniak of formaldehyde en zelfs kooldioxide in plaats van methaan, heeft men zo twaalf verschillende aminozuren voortgebracht. De proef lukte ook zonder vonkenbliksem maar met gebundeld licht of zelfs ultrageluid. Soms ontstond er ook suiker.

Persoonlijk hebben mij vooral bepaalde passages uit de oude geschriften getroffen zoals een beschrijving van verschillende werelden in de Kabbala (een oud mystiek joods boekwerk waarvan een zesdelige uitgave bewaard wordt in de Parijse Sorbonne). Daarin is sprake van zeven verschillende planeten(werelden) waar de bewoners er anders uitzien (zonder neus maar met twee gaten of een groot lichaam hebben), waar het hemelgewelf opeens een rode zon heeft of zelfs twee zonnen en waar de jaar- of dagritmes anders zijn. Hoe kan men dat weten? Fantasie? Nog niet heel lang geleden dachten aardebewoners dat de aarde nog een platte schijf was.

Een ander interessant onderwerp dat in dit boek uitgebreid aan bod komt zijn de vele gevonden ronde bollen van graniet of lava met verschillende afmetingen door heel Zuid-Amerika. Soms van maar 20 of 30 centimeter maar er zijn ook voorbeelden van meer dan 2 meter en wel 16 ton zwaar (Costa Rica). Bijzonder zijn ook de vindplaatsen van dergelijke stenen. Soms in een dicht oerwoud of boven op heuveltoppen en meestal is er in de wijde omtrek geen steengroeve waar ze vandaan kunnen komen. Soms liggen er meerdere ballen (zo’n 12 of 15 stuks) in een rechte lijn maar soms liggen ze er ook alleen. De ronde gladde afwerking van deze bollen vergt ook technische kennis en middelen en kunnen zeker niet ontstaan zijn door langdurig rollen en rondslijpen in een rivierbedding, want die zijn er niet eens in de buurt. Von Däniken heeft er ook geen plausibele verklaring voor maar ontkracht wel bestaande archeologische verklaringen. Zelfs de plaatselijke indianenvolken hebben er geen verklaring voor, maar zijn er wel heel bang van alsof het werktuigen van de goden zijn die hun destructieve werk nog steeds zouden kunnen doen. Waren het wapens of kogels van zeer grote kanonnen? Dit mysterie is nog niet opgelost.

In het boek komen meerdere reizen aan bod die Von Däniken gemaakt heeft voor zijn onderzoekingen. Zo heeft hij ook contact gehad met Russische wetenschappers die hem vertelden over vondsten in grotten in Baian Kara Ula (China) in 1939. Het ging om kleine skeletten van wezens met een ranke lichaamsbouw maar met vrij grote schedels. Op de rotsen vond men tekeningen van wezens met ronde helmen. Ze vonden ze er ook borden van graniet en wel meer dan 700 stuks. Ze waren 2 cm dik met in het midden een gat van waaruit spiraalvormig een dubbel spoor van beeldschrift tot aan de rand liep. Uit verder onderzoek bleek dat de granieten borden veel kobalt en metaal bevatten hetgeen ongewoon is. Pas na jarenlange inspanningen heeft men een deel van het schrift kunnen ontcijferen. De tekst blijkt een stuk geschiedenis weer te geven. Het zou gaan om buitenaardse wezens die twaalf duizend jaar geleden op onze aarde terecht zijn gekomen die niet meer terug konden. Ze werden echter door de plaatselijke bevolking gemeden en veracht en later mogelijk bedreigd. Het strookt wel met oude Chinese sagen die vertellen dat er kleine gele broodmagere wezens uit de hemel kwamen vallen. Dat is echter geen bewijs voor de wetenschap.

Voor mij het meest overtuigend zijn de besprekingen van stukken uit het oude testament . In de boeken van Mozes blijkt dat God meestal op een berg of heuvel verschijnt en vaak met donderend geraas en kabaal. Zou de almachtige God geen elegantere stille manier hebben om zich te verplaatsen of om te verschijnen? Verder kennen we natuurlijk ook het scheppingsverhaal waarbij Adam werd geschapen naar zijn evenbeeld en over het resultaat was God tevreden. Toch lezen we op veel plaatsen bij Mozes dat God later zeer ontevreden en zelfs woedend is over de mensheid. Zozeer zelfs dat ze gestraft moesten worden door de zondvloed of vernietigd door vuur (Sodom en Ghomorra) . Dit roept geen beeld op van een zachtmoedige, altijd vergevende godheid die de mens vrij laat en de hele schepping ter beschikking heeft gesteld. God zag kennelijk zaken over het hoofd, of het liep anders dan gehoopt? Zo heeft Von Däniken ook interessante theorieën over de schepping van Eva (uit een rib van Adam) en wat een onbevlekte ontvangenis zou kunnen zijn.




maandag 5 mei 2014

Tekens voor de Eeuwigheid

  Dit artikel is voor het eerst geplaatst op dit weblog in mei 2014











Zo luidt de titel van het boek van Erich von Däniken dat hij in 1997 schreef en geheel gewijd is aan het mysterie van de vlakte bij Nazca in Peru en dichtbij de Grote Oceaan.

















Op deze vlakte zijn mysterieuze kaarsrechte lijnen en trapeziumvormige vlakken te zien alsook reuzengrote afbeeldingen van dierenfiguren. Toeristen die over de vlakte vliegen kunnen deze figuren direct herkennen zoals een aap met opgerolde staart en een gestileerde kolibrie.















Von Däniken heeft zelf meerdere bezoeken aan het gebied gebracht en ook het hele gebied per vliegtuig verkend. Hem interesseerden vooral de lijnen en vlakken en de functie ervan.
Uiteindelijk komt hij tot de conclusie dat dit gebied ooit gebruikt is door buitenaardse beschavingen die hier geland zijn. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat het een groot landingsgebied moet zijn geweest, waarbij figuren als oriëntatiepunten dienden.


Verder is het heel bijzonder dat het gebied beschikt over een uitgestrekt oud ondergronds leidingenstelsel met verschillende waterputten, waar ook nu nog schoon drinkwater is te vinden. Ze worden door de huidige bewoners puquios genoemd. Welke waterbouwkundige ingenieurs hebben die aangelegd en waarom ?? Het hele gebied is al eeuwen een soort woestijn waar zelden regen valt, waar niets groeit en dat totaal ongeschikt is voor landbouw of veeteelt. Hier te gaan wonen heeft dus geen zin. Men vindt hier ook geen menselijke ruïnes die zouden kunnen duiden op oude nederzettingen. Volgens legenden van voor de Inca-tijd waren er in de begintijd "Goden uit de hemel" .

Zo heeft men in het verder weg gelegen Colombia in Indiaanse graven van vorsten gouden sieraden gevonden in de vorm van vliegtuigen of insecten. Nadere bestudering laat zien dat het niet om insecten gaat. Als proef op de som heeft Von Däniken een goede vriend Peter Belting, die ook piloot was, gevraagd een proefmodel(in formaat van modelvliegtuig) te maken om te testen of het ook echt kon vliegen. De testvluchten overtroffen alle verwachtingen. Het toestel was gemakkelijk manoeuvreerbaar ondanks het gat in de romp en de stompe neus en ook zonder landingskleppen of richtingsroeren.












Wat men later wel gevonden heeft in het gebied rondom Ica zo’n 150 km ten noorden van Nazca zijn kleifiguren en duizenden gegraveerde stenen met bizarre voorstellingen van wezens met meerdere hoofden maar ook mensfiguren die op sauriers (uitgestorven dynosauriers) rijden, figuren die met verrekijkers naar de lucht staren en figuren waar medische handelingen mee verricht worden op een manier die wij niet kennen. De huidige wetenschap gaat er vanuit dat dinosaurussen zo'n 65 miljoen jaar geleden zijn uitgestorven en waarschijnlijk door een meteorietinslag. Zo oud is de mensheid zeker niet en dus kunnen mensen en dinosaurussen nooit tegelijkertijd geleefd hebben. Toch heeft de universiteit van Georgia (VS) een hoorn gevonden in Montana van een triceratops en later gedateerd met de C14 methode en daarbij vastgesteld dat deze 33.500 jaar oud is. Als dat juist is zou het inderdaad wel eventueel kunnen.
Von Däniken is daarbij in contact gekomen met een plaatselijke arts Cabrera die hiervan een enorme verzameling heeft vergaard. Sommige zijn vervalsingen en worden verkocht aan toeristen maar er zijn ook hele oude exemplaren.


Deze overtuigende bewijzen bij elkaar hebben Von Däniken de overtuiging gegeven dat buitenaardse hoge beschavingen ooit de aarde hebben bezocht en mogelijk zelfs bijgedragen hebben aan de ontwikkeling en evolutie van de mensheid . Niet alleen door kennis over te dragen maar zich ook genetisch te mengen met menselijke voorouders.

Update 2017

In het nieuws kwam een bericht van nieuwe vondsten van antieke stenen met vreemde voorstellingen die  gevonden waren in grotten in Mexico.

foto: Cinco Radio door Javier LopezDiaz