woensdag 2 december 2015

God bestaat en hij woont in Brussel.

 
Benoît Poelvoorde als God.
 
Deze Belgische film heeft als titel “Le tout nouveau Testament”. Het is inderdaad een geheel nieuwe versie van het genoemde bijbelboek, die bovendien zich in het hier en nu afspeelt. De film past volledig in de traditie van het magisch realisme, zoals we dat kennen van de Belgische schrijver Hubert Lampo en schilders als Paul Delvaux en René Magritte. Nadat de filosofie God al dood heeft verklaard bij monde van Nietzsche, worden we nu weer wakker geschud.

Deze film is vergelijkbaar met de Nederlandse tragikomische film uit 1999 “Jezus is een Palestijn” van regisseur Lodewijk Crijns met o.a. Kim van Kooten en Hans Teeuwen.  Ook daar wordt met de historische feiten gespeeld en wordt de Verlosser of wedergeboren Christus in de huidige tijd gesitueerd op een totaal onverwachte plaats. In die film landt Jezus boven op een Bijlmerflat in een passagiersvliegtuig, maar lijkt het tegelijkertijd de crash van de Israëlische Boeing tijdens de Bijlmerramp, die zoveel doden veroorzaakte.    
Wie had verwacht God , gespeeld door Benoît Poelvoorde, nog eens te zien als een gewoon mens, een man in dit geval. Een man bovendien met allerlei onhebbelijkheden zoals roken, bier drinken en zelfs vloeken en die … getrouwd is met een vrouw die het appartementje schoon houdt. Iemand die bovendien woont in een woonflat in Brussel en de wereld bestuurt en bestiert vanachter de computer.     Het getuigt van enig surrealisme, want God “werkt” in een lege afgesloten kamer met in het midden een tafeltje waarop een oude computer staat. Daarmee sleutelt hij nog dagelijks aan zijn schepping. De wanden van dit kamertje zijn tot de nok toe gevuld met archiefkasten, want van iedere wereldburger bestaat een dossier.
De God in de film is geen verheven “stralende figuur met een mooie baard” maar is lelijk en behoeftig in meerdere opzichten. Hij schept er een vreemd genoegen in om de mensheid te confronteren met verdriet en ongeluk. Dat is dan ook de reden dat zijn tienjarige dochter Ea tegen God in opstand komt en uiteindelijk haar thuis ontvlucht met een missie om zes apostelen te zoeken. Waarom zes wordt niet duidelijk. Het idee van de apostelen komt trouwens van haar oudere broer Jezus, die allang overleden is en met wie het niet zo goed afliep. Volgens God maakte hij er een zootje van, deze rebel en wereldverbeteraar. We zien Jezus in de vorm van een heiligenbeeldje dat op een van de kasten in haar slaapkamer staat. Ea beschikt over bovennatuurlijke gaven en kan bijvoorbeeld voorwerpen met haar gedachten laten bewegen. Zo zien we aan tafel een glas melk   verschuiven, zeer tot ongenoegen van God. Zij heeft ook de gave om het beeldje Jezus weer tot leven te wekken en een gesprek met hem te voeren.  Aan Jezus vertelt ze dan ook haar voornemen om het huis te ontvluchten en Jezus vindt dat wel “cool”, maar adviseert haar om apostelen om zich heen te verzamelen. 
 
God's dochter Ea, gespeeld door Pili Groyne

Die apostelen vindt ze, of beter gezegd trekt ze, willekeurig uit een van de vele archieflades. Om in God's werkkamer te komen heeft ze stiekem de sleutel van hem gestolen terwijl hij sliep. Alvorens ze echter via de wastrommel (een soort van wormgat naar de wereld) de wereld in trekt besluit ze eerst nog een opdracht in de computer in te voeren en deze daarna “uit” te zetten. Die opdracht komt erop neer dat ieder mens vanaf dat moment een instant telefoonberichtje krijgt waarop een tijd staat in jaren, maanden, weken, dagen, uren en minuten die iemand nog te leven heeft. Die voorkennis zou de ultieme vrijheid betekenen in de ogen van Ea. De fundamentele onzekerheid over het doodsmoment houdt mensen namelijk in een soort van wurggreep en voelen ze zich daardoor erg afhankelijk van God. God oordeelt namelijk over leven en dood. 
Na deze laatste boodschap wordt de computer uitgezet, de kamer wordt afgesloten en de sleutel weggegooid. God is volledig onthandt. Voor God is er geen enkele andere optie meer dan zich onder de bevolking te mengen op zoek naar zijn dochter. Daar ontdekt hij hoe de wereld er in werkelijkheid uitziet. De gewone burgers zien in hem echter geen bijzondere persoonlijkheid en daarom belandt hij in rare situaties.
 Ea gaat zoeken in de wereld en vraagt vervolgens aan deze zes uitverkoren mensen of ze haar apostel willen worden. Het zijn personen met uitgesproken ondeugden, maar toch worden ze door EA gekozen. Zij heeft haar kinderlijke onschuld en naïviteit behouden of is het haar hoge geestelijke status? Zij oordeelt niet en ziet bij ieder mens meteen de hele levensgeschiedenis.

Zo is een van de volwassenen een man die erg sexbelust is en graag naar vrouwelijk naakt kijkt in allerlei peepshows en nachtclubs. We zien meteen in een soort van flashback de voorgeschiedenis van deze man, die als kind aan het strand in het zand zit te spelen als er onverwachts vanaf een zandduin een jong stralend meisje komt aanlopen. Dit beeld van onmetelijke schoonheid slaat een gat in zijn ziel en maakt hem voor altijd verslaafd aan vrouwelijk schoon. "Wat is daar nu verkeerd aan ?" zo lijkt de regisseur te willen uitdragen. 

Nog uitzonderlijker is een ander voorbeeld. Hierbij gaat het om een man die we in een bosje zien liggen met een groot geweer in de aanslag. Hij schept er genoegen in om mensen neer te schieten. Het lijkt een dagelijkse routine te zijn geworden. Vervolgens zien we een jeugdfilm van dezelfde man, die als kind ook alles wat leefde doodde. Dat begon “onschuldig” met vliegen, muggen, kikkers maar ontwikkelde zich in de tijd. Ook hier geen zweem van morele verontwaardiging. Het is gewoon zo. De eerste apostel die Ea vond was trouwens een verwaarloosde man die een zwerversbestaan leidde. Aan hem vraagt ze of hij alle gebeurtenissen wil optekenen, zodat er een nieuw testament geschreven kan worden. Het tragikomische is dat de dakloze eerlijk zegt dat hij niet zo goed kan schrijven en dyslectisch is. Geen probleem, vindt Ea en zo gaat hij dan toch aan de slag met aantekeningen maken. Hier en daar horen we hem in de film dan ook vragen hoe een bepaald woord geschreven moet worden. 

Tijdens de zoektocht ontdekken we nog een andere bovenzinnelijke gave van Ea. Daaruit blijkt wel haar goddelijk geestelijke afkomst. Zij weet namelijk dat ieder mens een uniek levenslied heeft, zoals een helderziende de unieke kleuren van een menselijk aura ziet. Ea legt haar oor aan de borst van ieder persoon en luistert naar het hart. Daarna horen wij ook welk lied of melodie van deze persoon is.
 
Een aantal van de apostelen zoals Martine en haar gorilla.
 
Tijdens haar reis door de wereld (later achtervolgt door een woedende God) zien we de uitwerking van deze al eerder genoemde doodskennis bij mensen. Een oudere ambtenaar die zijn leven lang alleen met cijfers en boekhouden is bezig geweest, gooit zijn aktentas weg en gaat zijn  passie volgen. Dat is de muziek die hij hoort in de natuur en vooral bij vogels. Dankzij Ea kan hij opeens communiceren met de vogels. Hij volgt de vogels tot in eenzame streken en dirigeert later een hele zwerm vogels alsof zij zijn orkest vormen. Een geweldig mooi schouwspel op het filmdoek.

Een andere gekozen persoon is Martine, een vrouw op leeftijd, en gespeeld door Catherine Deneuve. Zij besluit haar man in de steek te laten en haar leven en bed te delen met een bultrug-gorilla met wie zij een innige relatie onderhoudt (levensecht gespeeld en ook gefilmd).                                                 Op jonge mensen heeft de verkregen levenswijsheid een totaal andere uitwerking. Zo zien we een jonge man, die weet dat hij nog lang te leven heeft, voortdurend zijn leven op het spel zetten. Zo springt hij uit het raam van een flat en later zelfs vanaf een brug en ook nog uit een vliegtuig. Steeds weer is er een miraculeuze redding. God vergist zich niet! 
In de film zitten vele magische realistische elementen. Het mooiste voorbeeld is een ogenschijnlijk afgehakte hand die danst op tafel als een volleerde ballerina en uiteindelijk een andere hand vindt alsof het zijn geliefde is. Ook zien we een enorme zwerm vogels die bewegen op de muziek en daarbij ogenschijnlijk georkestreerd worden door iemand op de grond.
Een ander verrassend element is het beroemde schilderij van "Het laatste avondmaal" van Leonardo Da Vinci, waarin Jezus is voor de laatste keer omringd wordt door zijn twaalf apostelen. Zie hieronder.

 
Naarmate God’s dochter Ea erin slaagt meer apostelen te bekeren, zien we deze ook verschijnen op het schilderij dat in de huiskamer hangt van God’s appartement en waar zijn echtgenote steeds door verrast wordt. Ea’s invloed in het leven van de verschillende apostelen is ook groot, omdat ze hen nader tot de ware liefde brengt. 

De vrouw van God speelt aan het eind ook nog een sleutelrol als zij erin slaagt om in Gods kamer door te dringen om daar te gaan poetsen. Ze ontdekt de computer die kennelijk een grote aantrekkingskracht heeft en vrolijkt de wereld op een vrouwelijke manier op. Zo zien we bijvoorbeeld opeens bloemetjes aan de hemel  

Zo is ieder minuut verrassend, ontroerend en verbazingwekkend. Het is zoals kunst bedoeld is: nooit alleen puur realistisch, maar ook niet alleen magisch, fantastisch. Deze film houdt het midden tussen beide en is daarom zo boeiend. 
Regisseur Jaco van Dormael heeft een meesterwerk gecreëerd, dat alleen al door de technische hoogstandjes heel tijdrovend en moeilijk moet zijn geweest. Het filmscript is in nauwe samenwerking met schrijver Thomas Gunzig tot stand gekomen en is niet op een boek gebaseerd. 
De film werd in 2015 in Cannes onderscheiden met de “Quinzaine des réalisateurs”   

woensdag 25 november 2015

Het Bedrog van Rome : een boekbespreking


Dit prettig leesbare boekje is een aanrader voor iedere serieuze katholiek en vooral omdat je na het lezen ervan je afvraagt waarom je überhaupt nog een katholiek zou willen zijn. Na bijna twee eeuwen van bedrog, intriges, geweld en machtsmisbruik is het instituut Room-katholieke Kerk weliswaar nog steeds een machtsfactor van belang maar haar geloofwaardigheid volledig verloren.
De bijbel is een gekunsteld boekwerk waarin bronnen lukraak zijn gebruikt en informatie is gemanipuleerd in dienst van het instituut Kerk en niet uit religieuze of spirituele motieven.
Per decreet zijn op verschillende kerkelijke concilies een aantal (heilige) stellingen vastgesteld zoals de drie-eenheid van vader , zoon en heilige geest en de rol van moeder Maria. Vele kerkelijke dogma’s zijn bedacht en opgelegd zoals de onschendbaarheid van de paus en de Paus als afgezant van God.

Erich von Däniken heeft ook een boek geschreven waarin hij de wordingsgeschiedenis van met name het nieuwe testament uit de doeken heeft gedaan.
Slechts een deel van de vele Bijbelboeken zijn in het nieuwe testament terecht gekomen. De kerkvaders hebben daarbij hun keuzes gemaakt en dit gepresenteerd als de katholieke waarheid. Pas na de ontdekking van de Dode Zee rollen uit Nag Hammadi (1945) en de Qumran perkamentrollen hebben we originele en  nog onbekende Bijbelboeken zoals de evangeliën van Thomas, Maria Magdalena en Filippus tot onze beschikking. Deze worden apocriefen genoemd door theologen. Onafhankelijke taal- en godsdienstwetenschappers zoals o.a de Nederlanders prof. Gilles Quispel en Jacob Slavenburg hebben hier studie van gemaakt. Hier komt een hele andere Jezus, Maria en Maria Magdalena uit naar voren, die behoorden tot de cultuurgemeenschap van Essenen en een duidelijke gnostische leer uitdragen.
Gnosis betekent “kennis van binnenuit”, van het hart. Het is het diepere weten waarin de wedergeboorte heel belangrijk is en waarin ieder mens uit het Licht is voortgekomen om daar ook weer naar terug te keren. We zijn verbonden met de goddelijke kern . Alles is een en verbonden met elkaar. Het goddelijke is in alles en ieder mens aanwezig. Iedereen is een vonk van het grote geheel. Dus geen God “buiten ons”,  die bestraffend en wraakzuchtig is.  
In tegenspraak met het hoogste gebod in de katholieke kerk van de naastenliefde zijn de historische daden van diezelfde kerk. Gruwelijk zijn de vervolgingen en uitroeiing geweest van de Katharen, de Tempelridders, maar ook de heksenvervolgingen en de latere jaren van kerkelijke inquisitie. Alleen al om al deze redenen zou je als fatsoenlijke gelovige  een diepe afkeer moeten hebben van het instituut katholieke kerk. Maurits Prins geeft een uitgebreide beschrijving van allerlei Pausen uit een ver verleden. Slechts weinigen zou je integer en rechtvaardig kunnen noemen. De meesten waren  uit op macht en streefden naar zelfverrijking.
Interessant in het boekje is ook de stellingname van de auteur dat Maria Magdalena en Jezus hebben kunnen vluchten uit het oude Palestina en uiteindelijk in Frankrijk (Vienne ten noorden van Marseille) terecht zijn gekomen.  Er bestaat aan deze kust een plaats met de naam " Tres Maries de la Mer", waar een boot met volgelingen van Jezus zijn aangespoeld. Na het overlijden van Jezus wilden de Romeinen ook van de andere kring rondom Christus af en zijn toen  door de Romeeinse bevelhebber op een boot  gezet zonder zeilen,roer en proviand.Toch hebben ze de zeetocht over de Middellandse zee overleefd, wonder boven wonder.
Jozef van Arimathea was een oom van Jezus en een rijk man met een vloot aan schepen, die over de kiddellandse zee voeren voor handel en tot in groot Brittannië kwamen . Jezus en zijn moeder Maria hebben tijdens hun leven al meerdere tochten meegemaakt.
Daar hebben de volgelingen  nog jaren geleefd samen met hun kinderen( Jezus II-Justus , Sarah-Tamar) begeleid door Jakobus (broer van Jezus) , Simon de Zeloot, Philippus, Thomas, Taddeus en Sarah-Salomé (de zuster van Jezus).
Dit verhaal lijkt een beetje  ook op het verhaal   van Dan Brown, “ de Da Vinci Code”.

Laatste avondmaal van L.da Vinci. ( Foto: www.milaan-nu.nl)

 Op het beroemde schilderij van het laatste avondmaal zien we Jezus en zijn apostelen maar ook aan de rechterzijde van Jezus een vrouwachtige figuur. Dan zou Maria Magdalena zijn geweest die de grootste vertrouweling van Jezus was en ook de leringen van Jezus het beste kon uitleggen en doorgeven  

Van de auteur Maurits Prins krijgen we geen levensbeschrijving op de achterflap. In het boek vertelt hij zelf wel iets over zijn leven en hoe hij ook opgeleid werd tot priester maar voor de wijding weer koos voor een burgerbestaan. In zijn werkzame leven was hij paranormaal genezer en heeft zelf ook meermaals regressietherapie ondergaan, waarbij hij ontdekte in meerdere vorige levens zelf nauw betrokken te zijn geweest bij de misdaden van de katholieke kerk. Hij deed zelfs mee als inquisiteur. Daarom moest dit boek geschreven worden als een soort van rehabilitatie. Boeiend hoe persoonlijke en historische gebeurtenissen met elkaar verweven zijn . Dat maakt het boek extra geloofwaardig.


Update november 2022:
In het begin van deze maand gaven Janet Ossebaard en Cyntha Koeter een Zoom-presentatie over het ontstaan van de Roomse Katholieke Kerk. Daarbij concludeerden zij verrassend dat Jezus, maar ook de apostel Petrus nooit in Rome zijn geweest. Daardoor is het extra vreemd dat de apostel Petrus wel de grondlegger zou zijn geweest van de H.Kerk in Rome en naar hem genoemd is . Wel is het zo dat de naam Petrus eerder een functie aanduidde van een priester of bemiddelaar tussen kerk en de mensen.  
Petrus Magus zou de eigenlijke grondlegger zijn en als magiër maakte hij indruk op de mensen. De dames Ossebaard en Koether maken verder ook duidelijk dat de Heilige Katholieke Kerk eigenlijk  eerder anti-Christelijk zijn en zichzelf belangrijker vinden dan God of Jezus. 
Dat heeft ook Maarten Luther beweert in de 15e eeuw.  Hij vertaalde de bijbel uit het latijn in het Duits zodat iedereen eer kennis mee kon maken.  Na zijn bezoek aan Rome waar hij de katholieke praktijken gezien had wilde hij de kerk volledig hervormen.        

maandag 12 oktober 2015

Positiviteit heeft invloed op de evolutie.

De afgelopen jaren zijn er vele denkers en schrijvers geweest die positiviteit hebben aangeprezen. Zo hebben we in Nederland de Tsjakka-goeroe Emile Ratelband die vele studenten en cursisten zoveel zelfvertrouwen wist te geven dat ze over gloeiende kolen konden lopen. In de Verenigde Staten gaat men nog een stapje verder door cursussen aan te bieden waarna mensen miljonair kunnen worden. Het is een kwestie van mindset veranderen en positieve affirmaties uitspreken waarna de gewenste gelukzalige toestand vanzelf zal intreden. De vraag is echter of heel veel geld wel zo gelukkig maakt. Wetenschappelijke studies lijken juist het tegendeel te beweren. Mensen die plotseling heel rijk worden krijgen er meestal veel problemen blij: hoe ga ik mijn  geld veilig stellen, wie kan ik vertrouwen, waaraan ga ik het geld besteden?
Met deze sceptische voorkennis ben ik wat kritisch en terughoudend aan het boek Spontane Evolutie begonnen, maar ben al lezende helemaal “omgeturnd”. Daarvoor is het eerst nodig om te weten dat de hoofdauteur Bruce Lipton een celbioloog is en onderzoeker aan het meest prestigieuze onderzoeksinstituut van de VS, de Stanford University School of Medicine. Wetenschappelijk gezien sta je dan aan de top. Dat hij daarnaast in staat is geweest om een  goed leesbaar en begrijpelijk boek te schrijven voor het doorsnee publiek is een groot  geschenk.

De kernboodschap van Lipton is dat de mens, evolutionair gesproken, een groot fenomeen is, omdat 50 biljoen cellen in een ver verleden ervoor gekozen (of besloten?) hebben om te gaan samenwerken. Dat is namelijk wat het menselijk lichaam feitelijk is. Die samenwerking hield een zekere differentiatie en specialisatie van cellen in waaruit  huid-, zenuw- en ook hersencellen ontstonden. Deze cellen wisselen onderling zeer intensief informatie en energie uit en helpen elkaar. Deze wetenschappelijk waarheid beschrijft   Lipton heel uitgebreid en dat vormt de halve kern van het boek. 
De andere helft gaat dan verder met de goed onderbouwde stelling dat de evolutie niet ophoudt en dat we nóg een grote kwantumsprong zullen gaan maken. Alle mensen samen zullen eenzelfde soort intensieve mondiale samenwerking  laten ontstaan waarin 7 of 8 miljard cellen (mensen in dit geval) samen het organisme mensheid zullen gaan vormen, dat een duurzaam evenwicht vormt met de hele wereld, de natuur en het milieu .     
Dit is een zeer hoopgevend perspectief dat mensen optimistisch en positief zou moeten stemmen. Dat is ook nodig want, zo schrijft Lipton, negativiteit kan als diepste overtuiging ook roet in het eten gooien. 
Wij zijn als mensheid namelijk in staat om gezamenlijk (als er een coherent patroon ontstaat) de realiteit om ons heen te beïnvloeden in positieve dan wel negatieve zin
Bij genezingsprocessen heeft goed wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat onze gemoedstoestand een sterke invloed heeft. 
Positieve gedachten en grondstemming versnellen het genezingsproces. Negatieve gedachten bewerkstelligen het omgekeerde.  
Zo is ook bewezen dat bidden of positieve gedachten op afstand een patiënt daadwerkelijk helpen. We kunnen zelfs met grote groepen mediterenden de omgeving  zodanig beïnvloeden dat misdaadcijfers omlaag gaan en ziektecijfers verbeteren. De Maharishi - alias TM-beweging-  heeft dat meermaals aangetoond. Gedachtenkracht werkt en is sterker naarmate we in staat zijn met een kritische massa een zekere coherentie te scheppen. Het is vergelijkbaar met laserlicht dat een vorm van coherent (gelijkgericht) licht is en die over een grote afstand zichtbaar blijft.
Lipton is geen wereldvreemde fantast die ook zo nuchter is om te constateren dat wij als moderne mensen juist in deze tijd overladen worden met crises.  Op heel veel verschillende manieren spreken de media van financiële, economische, milieu- en politieke crises. Dat is extra verwarrend en verontrustend, maar Lipton wijt het aan ingebakken, verouderde mythen die bijna in ieders onderbewustzijn zijn vastgelegd. 
Wij denken of zijn ervan overtuigd dat het leven een strijd om het bestaan is, dat niet alle mensen vredelievend zijn en dat we nooit eerlijk kunnen delen. Dat oorlogen en wapens ons moeten beschermen etc. etc.   Deze on- of onderbewuste overtuigingen hebben in het algemeen een grote invloed op ons gedrag en zijn veel belangrijker dan losse net opkomende gedachten. Voor ons uiteindelijke gedrag zijn onderbewuste motieven en overtuigingen veel bepalender, zo blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek. 
Lipton illustreert dat ook met voorbeelden van hypnose, waarbij je mensen op het diepste niveau de vreemdste inzichten en feiten kunt influisteren waar zij zich vervolgens ook naar gaan gedragen. “Dit is een sinaasappel”, wordt iemand ingeprent en je ziet daarna een gehypnotiseerde proefpersoon smaakvol aan een citroen slurpen. “Jij bent nu een hond”, waarna de proefpersoon op vier “poten” gaat lopen, kwijlen en blaffen. Er zijn psychiatrische patiënten die lijden aan een meervoudig persoonlijkheidssyndroom. Ieder van die verschillende “persoonlijkheden” heeft een geheel eigen voorkomen, taalgebruik , gebarentaal  en vooral  ik-uitstraling. Bij een bepaalde vorm van hersenstimulatie verdwijnen deze persoonlijkheden ook weer even plotseling.   
De wetenschapper Lipton heeft geen God of geestelijk wezen nodig om de evolutie verder te laten gaan. Wel verwijst hij naar het geestelijke  (lees onzichtbare) energieveld dat grote invloed heeft op de materie en het menselijk lichaam.
Het boek blijft ruim vierhonderd bladzijden lang verbazen en inspireren.                 

woensdag 2 september 2015

Hoe de stof de geest kreeg, -de evolutie van het ik-


 

 Dit boek van antroposofisch huisarts Arie Bos uit Amsterdam, dat in 2008 uitgegeven is door uitgeverij Christofoor had veel meer media-aandacht mogen krijgen. De auteur heeft namelijk een moedige poging gedaan om op basis van de meest recente inzichten op een breed scala van wetenschapsgebieden  definitief af te rekenen met het neo-darwinisme.  Bos komt tot de onvermijdelijke conclusie dat er onmiskenbaar sprake is van doelgerichtheid in de evolutie van de mens. Hij verwerpt daarmee de theorie dat de evolutie een kwestie zou zijn van louter statistische toevalstreffers. Hij neemt de open en onbevangen lezer mee op een lange reis van bijna vierhonderd bladzijden waarin de raadsels van het leven, de menselijke en dierlijke embryonale ontwikkeling, het bewustzijn en de hersenen en ook  geest, ziel en lichaam uitgebreid aan bod komen. Bos neemt je mee op een voortdurende ontdekkingstocht waarbij hij als scherp waarnemer en helder denker tot verrassende conclusies komt.

De bekendheid van het boek zou misschien veel groter zijn geweest als hij misschien niet Pim van Lommel, de cardioloog, had gevraagd om een inleiding bij het boek te laten schrijven. Hoe goed bedoeld ook, maar in wetenschappelijke kringen is van Lommel verguisd vanwege zijn boek Eindeloos Bewustzijn waarin de specialist een spirituele visie en verklaring geeft op het fenomeen van de bijna-doodervaring.   Van Lommel is daarentegen oprecht en trekt al jaren volle zalen in het land waar heel veel mensen op af komen. De gewone mensen nemen van Lommel wel serieus.

Het boek van dr. Bos is echter te wetenschappelijk voor de gewone man of vrouw. Zelf heb ik ook een aantal bladzijden snel doorgebladerd, die heel gedetailleerd de epigenetica en de DNA-imprinting en genexpressie behandelt. Dat gaat mijn begrip te boven, terwijl ik wel nog de conclusie kan volgen dat het huidige wetenschappelijke inzicht zover gekomen is dat het DNA of RNA  niet de volledige sleutel geven voor de menselijke evolutie. De theorie dat “alles door de genen vastligt” is gewoon niet waar. Het is niet oorzaak van iedere ontwikkeling. Sterker nog, Bos neigt meer naar de conclusie dat een extern informatie- of krachtenveld  bepaalde genen “aan- of uitzet”.  Dat komt heel erg in de buurt van wat ook Rupert Sheldrake beweerde met zijn morfogenetische veldtheorie.

Een mooi hoofdstuk heeft als titel : Wat is leven? Bos maakt na vele voorbeelden duidelijk dat de mensheid nog steeds het raadsel van het leven niet heeft ontdekt. Geen enkele wetenschapper is in staat om leven te scheppen uit dode materie. We kunnen wel het leven, of een levend organisme reproduceren, klonen en manipuleren maar niet zelf scheppen in een laboratorium in een reageerbuis. Het leven of het levende zat er vanaf het begin van de schepping mogelijk al in postuleert Bos. Moderne wetenschappers zijn nu ook zover om te bevestigen dat het leven op aarde ook te danken is aan sterrenstof. In de ruimte heerst weliswaar een vacuüm, maar die is niet leeg maar juist vol van elementen zoals koolwaterstoffen en silicaten en die als bouwstenen van ons en de wereld zijn te beschouwen en die bovendien gecreëerd zijn door sterren.

Een ander boeiend stuk gaat over fotonen, mitogene straling en het levenslicht. Mitogene straling of levenslicht is het door cellen uitgezonden licht, dat in alle levende natuur zoals planten, dieren en mensen voorkomt. Deze straling komt juist voor bij de celdeling en ook bij de celdood. Cellen van alle weefsels kunnen licht uitzenden. Deze mitogene straling is ook een soort van informatie-dragende straling,  want het kan andere cellen ook aanzetten tot celdeling. Het is deze biologische lichtstraling die goed te meten valt zoals blijkt uit de jarenlange experimenten van prof Fritz Popp. (lees ook Het Veld van Lynn McTaggart ). De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat dus niet gen-expressie via het DNA aanzet tot celdeling maar eerder deze mitogene straling of het licht van deze biofotonen (lichtdeeltjes). Deze straling is niet in het UV-bereik, maar juist in het hele zichtbare lichtspectrum.  Bijzonder aan dit licht of straling, die uit de celkern komt,  is dat het coherent, monochromatisch en gepolariseerd is, zoals we dat op een kunstmatige manier met laserlicht ook bereiken.  Daardoor heeft het een enorm bereik of doordringbaarheid, ook al gaat het om ultrazwakke straling. Hierdoor kunnen zelfs kwantumeffecten optreden.

Deze inzichten zijn nog allemaal van vrij recente datum, maar bieden ook verrassend nieuwe mogelijkheden voor  behandeling op celniveau van een organisme. Ieder organisme heeft een unieke lichtuitstraling en met bioresonantietherapie of lichttherapie is het mogelijk energie of licht van de juiste frequentie(kwaliteit) en sterkte(intensitieit) aan de cel toe te dienen.  Dat werkt gezondmakend op een organisme en herstelt het evenwicht( de homeostase) in de cel en in meercellige organismen. Kankercellen bijvoorbeeld laten een ander licht zien dan gezonde cellen. Er is mij ooit door een medicus vertelt dat deze geavanceerde bioresonantie-behandelingen ook succesvol toegepast worden bij astronauten in de ruimte. Bij gebrek aan een dokter of medicijn ter plaatste, moet men van deze computertechnologie gebruik maken.     


huisarts en auteur Arie Bos
Een ander verrassend inzicht komt aan bod bij het onderzoek naar de werking van de hersenen , het geheugen en bewustzijn. Zo constateert Bos dat er van het woord bewustzijn geen meervoudsvorm is. Dat suggereert volgens hem  dat we allen behoren of deel uitmaken van één groot (geheel van) bewustzijn. Is taal zo wijs?  Het is zeker bijzonder, want datzelfde kun je niet zeggen van het woord God of universum.

Is bewustzijn en geheugen een chemisch-biologisch of elektromagnetisch proces in de hersenen? Als delen van de hersenen beschadigd zijn of ontbreken is er dan geen geheugen , geen bewustzijn? Dat blijkt niet zo te zijn. Er is ooit een hersenscan gemaakt van een jonge vrouw waarbij grote delen van de hersen eenvoudigweg ontbraken maar zij kon wel denken, en had een geheugen en bewustzijn.  Bos komt ook met een paar voorbeelden van wat in de wetenschap savanten worden genoemd. Het zijn mensen met uitzonderlijke (geheugen-) gaven. Zij kunnen de meest ingewikkelde wiskundige  en rekenkundige problemen eenvoudig en kennelijk zonder veel moeite oplossen, waar gewone mensen zelfs computers voor nodig hebben. In een afgezwakte vorm zien we het terug bij autisten die weliswaar een tekort aan sociale en soms ook verstandelijke vermogens  hebben maar daarentegen een enorm scherp ontwikkeld geheugen en ook zeer gevoelige zintuigen hebben. In de film Rainman is geprobeerd zo’n persoon te belichten.  Sommige Savants, of mensen met het savantsyndroom, zijn in staat om van het overlijdenstijdstip (jaar, dag en uur) van iemand  om te rekenen hoeveel seconden die persoon geleefd heeft. Of van een willekeurige dag in de toekomst of verleden te bepalen op welke dag van de week  dat valt (rekening houdend zelfs met schrikkeljaren) of afstanden op de millimeter inschatten. Er zijn ook Savanten die een enorm aantal boeken letterlijk kunnen reproduceren , waaronder ook telefoonboeken vanuit hun geheugen. Dit memoreren kunnen ze in een hele korte tijd. Weer anderen kunnen ingewikkelde muziekstukken meteen naspelen nadat ze het eenmaal hebben gehoord of een kathedraal natekenen met alle details. Het kan dus ook artistieke gaven betreffen.  We zouden deze mensen geniaal noemen in wat ze allemaal kunnen, maar tegelijkertijd betalen ze daarvoor een grote prijs beweert Arie Bos. Ze kunnen namelijk zichzelf op sociaal gebied niet zelfstandig redden. Ze hebben maar een heel smal en beperkt gebied waarop ze uitzonderlijk zijn.Bij gezonde mensen zie je veel beperktere vermogens maar wel op een heel breed terrein van vermogens.  Anderzijds hebben savanten ook een groot deel van hun vrijheid moeten opgeven, want hun gedrag is meestal erg dwangmatig (onvrij) in aanleg. Ze moeten voortdurend rekenen, tellen, etc. en hebben daarin geen vrije wil of keuze.
Experimenten met gewone, gezonde mensen waarbij via magnetische stimulatie delen van de hersenschors werden uitgeschakeld, blijken opeens ook tijdelijk savants te zijn geworden en te beschikken over deze (eenzijdige) talenten. Bos oppert de serieuze suggestie dat bij gewone mensen deze bij iedereen aanwezige, diepere vermogens slapend gehouden te worden. Dankzij die sluimering hebben we de vrijheid gekregen om zelf keuzes te maken en onze eigen wil te gebruiken om (weliswaar veel moeizamer) bepaalde kwaliteiten te ontwikkelen. In bijzondere gevallen kunnen we dus kennelijk toegang krijgen tot een onbegrensd en exact geheugen, maar door de frontale en temporale schors worden deze buiten het bewustzijn gehouden. Bij sommige vormen van (frontotemporale)dementie kan ook de frontale neocortex in de linker hemisfeer beschadigd zijn, waardoor savantgedrag kan optreden. Deze mensen zijn ook ongeremd en dwangmatig. Er is geen sturing vanuit het ik of zelf en dus ook geen terughouding.

Het bestaan van bewustzijn buiten de hersenen is ook aangetoond bij verschillende voorbeelden van bijna-doodervaringen. Terwijl mensen een langdurige hartstilstand en zelfs hersendood hadden (geen meetbare hersengolven) bleken zij nauwkeurige en verifieerbare waarnemingen te kunnen doen over situaties in de operatiekamer of het ziekenhuis. Het bewustzijn en hun geheugen (want ze konden er later over vertellen) bleken nog helemaal in tact te zijn. Eigenlijk nog beter dan normaal bij dag-bewustzijn. Ze hadden een 360 graden waarneming in plaats van hun normale blikveld. Verder hebben ze ook een soort direct soort weten en beleven. Heel frappant is een voorbeeld van een blind iemand die tijdens de bijna-doodervaring wel “alles” ziet. Geheugen en bewustzijn zijn dus niet vast verankerd  in het lichaam of in de hersenen. Bos beschrijft het als een informatieveld rondom de mens. Rudolf Steiner introduceerde hiervoor het ether- of levenslichaam dat als het ware rondom het fysieke lichaam is gestulpt en daaromheen nog een laag met een astraal,  ziele- of   gewaarwordingslichaam. 
Is dit hetzelfde als het licht- of levenslicht dat fotonen uitstralen en wat ook een informatiekwaliteit heeft en dat ook wel aura genoemd wordt en gemeten kan worden met Kirlian-fotografie?

Je zou kunnen zeggen dat Arie Bos geprobeerd heeft op een wetenschappelijke manier het bestaan van geesteswetenschap aan te tonen. Zelf vind ik dat hij daarin geslaagd is. De geest is de onzichtbare kracht/ energie achter de stof. Door de geest komt de stof tot leven, of kreeg de stof de geest.                       

zondag 30 augustus 2015

Sint Pieter van het Noorden


                                  De Basiliek van H.H. Agatha en Barbara te Oudenbosch.

 In het meestal zo nuchtere Nederland verwacht je niet dat een pastoor het in zijn hoofd haalt om de Sint Pieter van Rome in zijn totaliteit na te bouwen. Dat gebeurde toch en al lang geleden, maar wel op een kleinere schaal (1:16) en ook nog in het kleine onbeduidende West-Brabantse plaatsje Oudenbosch. Daar was Pastoor Willem Hellemons degene die dit wilde idee kreeg en ook nog wist uit te voeren met hulp van de gemeente en parochie Oudenbosch. Voordat Hellemons pastoor werd was hij jaren in Rome geweest en was zeer gehecht geraakt aan de Sint Pieter.  

 
De bouw begon al in 1865 en werd voltooid in 1892 (ruim 27 jaar). Het was niemand minder dan de beroemdse kerkenbouwer Pierre Cuijpers (uit Roermond) die het ontwerp maakte van de kerk. Alleen de voorgevel is ontleend aan de St.Jan van Lateranen kerk in Rome en ontworpen door van Swaaij.  De naam is uiteindelijk niet Sint Pieter geworden, maar Basiliek H.H.Agatha en Barbara.


 
We kennen architect Cuijpers van het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam maar daarnaast heeft hij nog enkele tientallen prachtige kerken in Nederland gebouwd. Unieke bouwwerken maar toch in een soort van serieproduktie. Roermond heeft een museum aan hem gewijdt en zijn werkplaats is ook nu nog te bezichtigen.

 
De afmetingen van de basiliek (die naam mag het sinds 1912 dragen na toestemming van de H.Vader de Paus als het voldoet aan een aantal strenge eisen), zijn 81m lengte bij 55 meter breedte en 63 meter hoogte. In 1959 heeft de kerk een grondige restauratie ondergaan die tot 1987 heeft geduurd. 

 

Het orgel is nog ouder en al in 1773 gebouwd door Ludwig König uit Keulen en stond eerder in de al bestaande Agatha kerk van Oudenbosch. Het orgel is deels een kopie van het orgel uit de Sacramentskapel  van de St.Pieter in Rome.


De kerk is in al zijn pracht en praal te bezichtigen . Nadere bestudering laat wel zien dat de prachtige gekleurde marmeren zuilen helaas niet echt uit dooraderd marmer bestaan. Datzelfde geldt voor de beelden zoals oa de wereldberoemde Piêta van Michelangelo.  Deze is nu van kalk of hard plastic gemaakt , maar is nog steeds prachtig in zijn vorm en uitdrukking.  
 
 
 



De originele Pièta uit Rome


Uitvergroting originele Pièta van Michelangelo
 

woensdag 7 januari 2015

De Hemel volgens Emanuel Swedenborg

Wetenschapper en Mysticus



 Deze in 1688 in Stockholm geboren wetenschapper, filosoof en later mysticus heeft een rijke erfenis nagelaten in de vorm van een groot aantal religieuze boeken waarvan hij beweerde dat hij ze opgeschreven had  na gesprekken met engelen en reizen in de hemel.  Hoewel hij dezelfde onderwerpen van Hemel en Hel bespreekt als in de Divina Commedia van Dante zijn er belangrijke verschillen. Zijn visie botste ook op een aantal gebieden met de Rooms-katholieke leer en de toen gangbare theologische wetenschap.  Hij bracht daarom bewust zijn Latijnse boeken anoniem uit en financierde het met eigen middelen. Daardoor is hij aan een ketterse vervolging, die wel dreigde, ontkomen.   Zijn belangrijkste kritiek op de RK-kerk was de manier waarop zij de gelovigen onder druk zetten met het idee van het Laatste Oordeel en als institutie uit waren op macht. Er is volgens Swedenborg geen laatste oordeel aan het einde der tijden maar ieder mens velt als het ware een eigen oordeel na het overlijden en overgaan in de geestelijke wereld nadat hij zijn leven als in een spiegel terugziet.

Hij heeft jarenlang dagboeken bijgehouden en die zijn pas een eeuw later uitgegeven. Daarin beschrijft hij dat hij op Paasmorgen (1744) een openbaring kreeg van God als Jesus Christus. Deze had Swedenborg uitverkozen om beschrijvingen van de hemel vast te leggen en uit te dragen.  

Volgens Swedenborg was het Christendom wel het enige ware geloof. Hij bevestigt dat God inderdaad mens geworden is in de persoon van Jezus Christus die de mensheid redde. Een ander verschilpunt met de toen gangbare Christelijke leer was het belang van de predestinatie en het feit dat ieder mens op aarde belast is met de erfzonde. Swedenborg benadrukte juist het essentiële punt van de vrije wil en daarnaast dat mensen wel belast kunnen zijn door overgeërfd kwaad. Door predestinatie lijkt het alsof de vrije wil geen rol speelt.

Hij was een groot talent en studeerde vele verschillende vakgebieden aan de universiteit van  Uppsala. Daarnaast had hij ook een grote kennis van vreemde talen. Behalve het Zweeds, kende hij Latijn, Grieks, Hebreeuws en door zijn langere verblijven in Europa kende hij ook Engels, Duits en Nederlands. Hij overleed op 84- jarige leeftijd (1772) in London.

Na zijn wetenschappelijke studies vervulde hij een belangrijke functie in de Zweedse mijnbouw. Daarbij ontwikkelde hij ook mechanische hulpwerktuigen en maakte ontwerpen van vliegtuigen, duikboten en wapens.  Hierdoor werd hij later tot de adel benoemd in 1719. Zijn eerste boeken waren puur wetenschappelijk zoals over de natuurrijken, maar later vanaf 1740 gaat zijn interesse grotendeels uit naar de theologie, godsdienst en religie.

Geheel tegen de toenmalige tijdgeest, o.a. Verlichting en Reformatie, beschreef Swedenborg een theosofische wereldvisie waarbij de gehele  natuur en de mens een geestelijke en eeuwige oorsprong hebben en waarbij alle liefde en wijsheid afkomstig is van de oneindige God. De mens is naar het evenbeeld van God geschapen en beschikt over een vrije wil die hem/haar op het goede of slechte pad kan brengen.  

Wij mensen hebben volgens Swedenborg een onsterfelijke ziel, die na de dood een geestelijk omhulsel krijgt en in een geestelijk gebied terechtkomt die past bij zijn/haar staat van geestelijke en morele ontwikkeling. Overledenen worden daar naartoe geleid door al eerder overleden geliefden. Mensen worden als ze geloven en leven naar Godsliefde uiteindelijk Engelen. Voor die tijd kunnen ze ook in een overgangsperiode als geesten in het hiernamaals verblijven.  Er is echter ook een hel volgens Swedenborg, waar overledenen verblijven die God hebben afgewezen en louter egoïstische en kwaadaardige zaken hebben nagestreefd in het leven op aarde.  Het kwade is nodig om de mens uit vrijheid en uit vrije wil te laten kiezen voor het goede. Interessant is dat Swedenborg nog onderscheid maakt tussen de duivel (bozen) en satan (valsen) en hij bedoelt daar groepen mensen mee. Het is belangrijk om te benadrukken dat zowel engelen als duivels (vergeestelijkte)mensen zijn. De mens is de basis en het fundament van de hemelen, volgens Swedenborg.

De "eeuwige" rust in de hemel of geestelijke wereld is geen kwestie van "niets doen", maar de inspanning plegen en voldoening hebben van werk dat tot eer strekt voor de mensheid.   
 

 

Swedenborg geloofde niet in reïncarnatie. Na dit aardse leven begint een geestelijk of hemels leven dat oneindig is, want tijd- en ruimtegrenzen gelden daar niet. In de hemelse sferen krijgen we weer onze volwassen gezonde en stralende uiterlijk en ook daar kunnen we groeien en ontwikkelen in het geestelijke. We dragen daar ook bijzondere kleren en wonen zelfs in huizen en steden die omgeven zijn door natuur en die onze geestelijke gesteldheid uitdrukken. We zijn daar omgeven door liefhebbende geest- en zielsverwanten en de omgeving komt ook overeen met ons trillingsniveau en ontwikkelingsgraad. De intensiteit van kleuren en klanken is in de hemel echter vele malen groter en gelukzaliger.

Een citaat van Swedenborg is: "Zij die in de hemel zijn, gaan steeds vooruit naar de lente(lees bloei) van hun leven en hoe meer eeuwen zij leven, des te heerlijker en gelukkiger is die lente" of "Oud worden in de hemel is jong worden".

Andere uitspraken van Swedenborg zijn:

- De kleren in de hemel veranderen naar gelang de innerlijke toestand van de geesten of engelen.

- Hemelse engelen hebben een volmaakt inzicht in het universum, omdat zij de orde ervan zien.

- De bouw van de hemel stemt overeen met die van het menselijk lichaam.

De mens is een microkosmos en een afspiegeling van de macrokosmos. De Engelen hebben ook een taak om mensen te begeleiden en te ondersteunen. Soms als beschermengel of als reddende engel. Mannen en vrouwen die een intense liefdesband gehad hebben op aarde zien elkaar weer in het hiernamaals en als de band daar nog net zo liefdevol is kunnen zij besluiten samen verder te leven. Ze smelten als het ware samen tot een hemelwezen. Ze kunnen ook besluiten uit elkaar te gaan en dan kunnen ze afzonderlijk een nieuwe hemelse partner zoeken. Voortplanting schijnt ook in de hemel mogelijk te zijn. Er ontstaat zo een nieuw geestelijk nageslacht waardoor de hemel ook steeds meer bevolkt wordt met engelen.

 De beschrijvingen van Swedenborg over de hemel vertonen grote overeenkomsten met vele gedocumenteerde bijna-doodervaringen o.a. die van Eben Alexander en die in het boek van Pim van Lommel "Eindeloos bewustzijn". Ze komen ook heel erg overeen met de geesteswetenschappelijke visie die Rudolf Steiner heeft nagelaten. Er is wel een belangrijk verschil met het principe van reïncarnatie.

 

 


 

 

 



dinsdag 30 december 2014

De hemel in kaart





Dit is het tweede boek van de Amerikaanse neurochirurg die zelf een bijna dood ervaring (BDE) heeft gehad als gevolg van een bacteriële meningitis (hersenvliesontsteking)  die zijn neocortex  aantastte en waardoor hij uiteindelijk in een 7 dagen durende, diepe coma belandde . Toch behield hij een helder bewustzijn en beleefde levensechte (hemelse) gebeurtenissen. Deze ervaring heeft hij beschreven in zijn eerste boek : ”Na dit leven” .  Tijdens zijn geestelijke, buitenaardse reis heeft hij een vrouwelijke begeleidster die hem heel vertrouwd en bekend voorkomt. Pas als hij weken daarna uit zijn coma is ontwaakt en weer enigszins is hersteld krijgt hij een brief met daarin een foto van een vrouw die zijn biologische zus is geweest maar inmiddels overleden is en die hij zijn hele leven niet heeft gezien. Op dat moment herkent hij zijn hemelse gids.     
 
Het is uitzonderlijk omdat de wetenschapper jarenlang zelf mensen behandelde en opereerde en hun ervaringen als fantasie en hallicunaties bestempelde. Nu is hij volledig overtuigd van het bestaan van een bovenaardse of geestelijke wereld waar men oude bekenden terugziet en waar liefde de alles verbindende factor is. In die geestelijke hemel (al zijn het er meerdere)  bestaat  ook water, weidevelden, bomen en bloeiende planten  maar met een meer intense kleurervaring.  Er is ook muziek die vele malen mooier is dan op aarde.
In dit 2e boek probeert hij zijn ervaringen beter te begrijpen en te verklaren door zich te verdiepen in historische personen zoals filosofen en mystici.  Hij noemt bijvoorbeeld Plato( 427- 358 voor Chr.), Aristoteles (384- 322 voor Chr.),  Jacob Böhme (1575-1624), Emanuel Swedenborg  (1688-1772), maar ook moderne onderzoekers als William James (1842-1910) en Allister Hardy (1896-1985). 
Daarnaast heeft hij in zijn nieuwe boek veel teksten opgenomen van mensen die na het lezen van zijn eerste boek hun persoonlijke ervaringen hebben opgeschreven en naar Eben Alexander hebben opgestuurd. Dit zijn soms verhalen met vergelijkbare BDE-ervaringen, maar het zijn ook getuigenverslagen van mensen die het overlijden  of overgaan van hun naaste geliefden intens hebben meegemaakt . In weer andere gevallen gaat het om spontane, mystieke (verlichtings-) momenten die mensen in hun leven  hebben meegemaakt.  Al deze verhalen vormen een aanvullend bewijs voor het feit dat mystieke of geestelijke belevenissen veel vaker voorkomen dan wij denken en een diepe indruk achterlaten, die mensen hun leven lang niet meer vergeten. Er ontstaat dan ook een besef dat er een geestelijk hiernamaals is en dat we niet bang hoeven te zijn voor de dood.  Iemand schreef zelfs dat ” het doodgaan het grootste avontuur van het leven is”. 

Wat mij bijzonder raakte was een beschrijving van het overlijden van een familielid , dat ’s nachts gebeurde,  waarbij vanuit het hoofd (bij de slaap) plotseling een bolvormig licht tevoorschijn kwam dat van binnen diepblauw was met lichtstralen erom heen. Het geheel was maar een centimer groot. Het zweefde uiteindelijk naar het plafond en verdween daarna.
Een andere indrukwekkende ervaring gaf iemand die in een treincoupé zat en merkte dat gedurende een paar seconden de ruimte gevuld werd met licht. Daarbij ontstond tegelijkertijd het gevoel  van onvoorwaardelijke liefde en verbondenheid met alle mensen. Alle mensen waren schitterende en stralende wezens . Een soort van Pinksterervaring zoals in de Bijbel beschreven staat, toen de apostelen de heilige geest in de vorm van vurige tongen over zich heen voelden komen en hun doorstraalden.  
Dit boek is enigszins vergelijkbaar met het boek “Eindeloos  Bewustzijn” van medisch specialist Pim van Lommel , die ook vele verschillende BDE-ervaringen van mensen heeft beschreven en deels vergeleken met elkaar en andere geesteswetenschappelijke stromingen.


Een punt van kritiek is misschien het feit dat de titel te veelbelovend is. Het boek zelf geeft maar vrij globaal een beschrijving van de verschillende geestelijke werelden.  Anderzijds staat er ook een storende fout in. Zo wordt Jacob Böhme beschreven als Nederlander, terwijl het een Duitse mysticus was.