zaterdag 5 augustus 2017

Wie schiep Egypte ?

Hardstenen half bolronde kom. 
foto: Jon Bodsworth op www.egyptarchive.co.uk 
 
 
Spannend wetenschappelijk onderzoek ,  
Deze vraag is ook de titel van het boek uit 2007 van de Eindhovense ingenieur Bert Thurlings en wordt beantwoord op de laatste bladzijde. Daarbij moeten we dan wel afgaan op de oude overleveringen van de zogenaamde koningslijsten waarbij de chronologie vastgelegd is van de heersers van Egypte. Voorafgaand aan de farao’s en koningen waren dat de goden en daarna de halfgoden. Goden regeerden ook meerdere honderden jaren en tot zelfs 9000 jaar zoals de eerste god Ptah (in het Grieks Hephaistos). De opvolger God Ra die regeerde maar 992 jaar over Egypte. Bij deze perioden beginnen we al snel te twijfelen over de juistheid maar ook in de Bijbel is er sprake van illustere voorgangers uit een vèr vèr verleden, die een hele lange tijd leefden. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Noach en je verbazing is groot. Volgens dezelfde geschiedschrijvers zorgden goden onderling ook voor nakomelingen en vormden de negen belangrijkste Goden ook een soort Opperraad , de Enneaden. Ze regeerden niet tot aan hun dood en droegen de zeggenschap over aan hun nakomelingen, maar bleven nog steeds in de opperraad. Misschien waren ze toch onsterfelijk? Daarover geeft Thurlings ons geen uitsluitsel, maar verder verrast hij de lezer met vele interessante ontdekkingen en anomalieën.
Een anomalie is  een feitelijke onmogelijkheid omdat een feit bijvoorbeeld niet kan bestaan in een bepaalde tijd of in een bepaalde omgeving. Zo beschrijft Thurlings in hoofdstuk 9 een uitgebreid historisch onderzoek bij mummies waarbij door gerenommeerde wetenschappers meermaals is vastgesteld dat er sporen van nicotine, hasjiesj en zelfs cocaïne zijn gevonden in haren, huid- en orgaanweefsel. In redelijk hoge doseringen zelfs waardoor het mogelijk ook een doodsoorzaak is geweest. We praten dan over mummies van duizenden jaren oud uit Peru, Egypte en China. De anomalie bestaat daaruit dat alleen in Zuid-Amerika de nicotine plant en de cocaplant bekend waren en pas ten tijde van Columbus, dus in de Middeleeuwen, naar Europa en verder zijn gekomen. In Egypte heeft men in de oudheid nooit resten van coca- of nicotineplanten gevonden. Hoe kan dat ? Konden de oude Egyptenaren de Atlantische oceaan oversteken zoals Thor Heyendahl heeft proberen aan te tonen al ver voor Columbus of de Vikingen (rond jaar 1000)?? Was er toen al een ruilhandel in deze geestverruimende, maar zeer verslavende genotsmiddelen? Wie waren deze drugsdealers, zo vraagt Thurlings zich af?
Granieten vaas
foto: Jon Bodsworth op www.egyptarchive.co.uk 
 
Een andere belangrijke anomalie die Thurlings bespreekt zijn de vele honderden of misschien wel duizenden vazen en potten die gevonden zijn en gemaakt van de hardste steensoorten ( basalt, dioriet etc.), maar ook prachtig glad gepolijste faraobeelden, die getuigen van een hoog technologisch vakmanschap. Ze zijn misschien wel gemaakt met machinale instrumenten. De vastgestelde ouderdom van soms wel drie duizend jaar voor Christus stelt ons voor raadsels.  Hoe konden de oude Egyptenaren deze perfect ronde en dunne vazen met sierlijke oren (handgrepen) maken? Van glas en aardewerk kennen we dit soort voorwerpen maar van keiharde steensoorten? In een tijd waarin men  volgens historici het wiel niet eens kende en hoogstens wat koperen gereedschappen had, maar zeker geen ijzeren. Met koper kun je echter geen dioriet bewerken. Dat is volgens Thurlings hetzelfde als beton proberen te bewerken met boter. Thurlings heeft overal naar deze vazen gezocht in meerdere musea in Parijs, Londen (Brits en Petrie museum), in Caïro en ook in het Oudheidkundig museum in Leiden. Helaas zijn de gemaakte foto’s in het boek zwart/wit afgedrukt, maar nog steeds van grote schoonheid. De vazen zijn echter zo goed opgeborgen dat het niet eenvoudig is om gedegen onderzoek te verrichten, want onder een microscoop zou vast te stellen moeten zijn of zet handmatig of machinaal zijn gemaakt . Thurlings vermoedt het laatste. Wij zouden met drie dimensionale freesbanken en diamantboren of frezen zoiets ook kunnen maken, maar dat is met 21-eeuwse technologie. Het is te vergelijken met het vinden van een mobiele telefoon of computer in de reisspullen van een farao. Dat kan eenvoudig weg niet, dat lijkt een anachronisme (tijdsverwisseling).  
Thurlings heeft ook bewijzen gevonden voor het machinaal bewerken van granieten wanden zoals zaagsneden. De bewuste machines zijn echter nooit gevonden. Wel suggereert Thurlings dat de bouwers beschikten over een chemische stof die vermengt met water het graniet bros en bewerkelijk maakte waardoor het gemakkelijk was te snijden en te vormen. Hij noemt deze stof voor het gemak Thurium (naar zijn eigen achternaam).
Hardstenen faraobeeld (museum van Oudheden Leiden) 
Het voor mij meest interessante gedeelte in het boek gaat over de piramides van Gizeh en met name de grootste piramide die wordt toegeschreven aan farao en bouwheer Cheops. Deze piramide is één groot raadsel want hij is eigenlijk helemaal leeg m.u.v. een konings- en koninginnekamer, schachten en zogenaamde ontlastingskamers. De piramide heeft geen versieringen,  hiërogliefen, beelden en mummies. Thurlings lijkt er sterk van overtuigd dat het helemaal niet bedoeld was als konings- of faraograf maar eerder als een soort van geavanceerd technologisch bouwwerk. Daarvoor is dan Thurlings’ achtergrond belangrijk, want hij is een elektrotechnische ingenieur  en gespecialiseerd in golftheorie. Hij was in zijn werkzame  leven actief voor Philips. De bouw van de grote piramide en m.n. de koningskamer is volgens hem bedoeld als een trilruimte . Als de ruimte perfect gladde wanden heeft en deze precies parallel aan elkaar staan, dan kunnen golven weerkaatsen en elkaar versterken. De schachten kunnen dan misschien dienen als antennes.
Wat voor golven vraagt Thurlings zich dan af? Elektromagnetische, licht- of geluidsgolven? De eerste vallen af omdat je dan metalen wanden zou moeten hebben. Dus waarschijnlijk was het voor licht of geluid. Uitgaande van de grootte van de kamer kun je de golflengte vaststellen en Thurlings komt uit op een langste, dominante golf van 21 meter. De piramide zou dus een zend- of ontvangststation kunnen zijn. Voor interplanetaire communicatie?
Helaas borduurt Thurlings hier verder niet meer op door in dit boek. Later is er een vervolg gekomen in het boek met als  titel “De verborgen geheimen van de mensheid” uit 2013, dat bestaat uit twee delen. Het eerste deel is hetzelfde als het boek “Wie schiep Egypte”. Wellicht biedt het tweede deel uitkomst. Al met al een aanrader, deze boeken van Thurlings, zeker voor diegenen die bekend zijn  met het werk van Erich von Däniken en Zecharia Sitchin.  

dinsdag 13 juni 2017

Gelovig of niet-gelovig?


 


Deze vraag krijgen mensen vaker voorgelegd in allerlei onderzoeken. Door de verminderde rol van de kerken is ook de trend ontstaan dat steeds minder mensen gelovig zijn. Natuurlijk is het ieders vrijheid om daar zelf een keuze in te maken. Als je een open geest hebt en vanuit verschillende aspecten naar dit thema kijkt dan is het maar de vraag of de agnost dan ook de meest logische en vanzelfsprekende keuze maakt.  Er is natuurlijk geen eenduidige definitie van wel of niet gelovig zijn.
 Voor sommigen betekent dat het erkennen of ontkennen van het bestaan van God of een Opperwezen. De schepping en het wonder van het leven zijn daaraan te danken. Hoewel de Duitse filosoof Friedrich Nietsche al in het begin van de vorige eeuw God dood verklaarde, was er vrijwel tegelijkertijd een Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner, die juist een gedetailleerde geesteswetenschap heeft beschreven en het bestaan van geestelijke, goddelijke wezens duidelijk maakte.
 
Het bijzondere van Rudolf Steiner is dat hij iedereen een methode aanreikt om door middel van meditatie-achtige voorbereidingen en innerlijke scholing uiteindelijk zelf in staat te zijn  om de geestelijke wereld waar te nemen. Je hoeft het dan niet langer meer als “geloof”, dus als aangereikte en overgedragen kennis/inzicht van anderen, te beschouwen.

schilderij van Rudolf Steiner
 Voor anderen betekent geloven eerder het bestaan van een geestelijke wereld boven of achter de bestaande materiële wereld. Daarbij geldt dan ook als mogelijkheid het bestaan van een doorleven na de fysieke dood en mogelijk een terugkeer (reïncarnatie). Zo zijn er in de wetenschappelijke literatuur inmiddels vele gedocumenteerde beschrijvingen van meerdere levens van een persoonlijkheid overgedragen zoals van prof. Ian Steveson en arts Raymond Moody. Wil je meer hierover lezen.  http://religieuze-ervaringen.blogspot.nl/2016/11/reincarnatie-wetenschappelijk-onderzocht.html
Verder zijn er vele voorbeelden van Bijna Dood Ervaringen (BDE) van mensen, die beschrijven hoe zij tijdens een periode van hartstilstand in een compleet andere (geestelijke) wereld terecht komen en daar bekenden en geestelijke wezens ontmoeten. De gesprekken of indrukken daarvan veranderen hun hele latere leven. Het meest bekende boek “Eindeloos Bewustzijn” is van de Nederlandse medisch specialist Pim van Lommel en gaat hierover. Van recentere datum zijn ook de boeken van medisch specialist Eben Alexander hierover. http://religieuze-ervaringen.blogspot.nl/2014/12/de-hemel-in-kaart.html
Genoeg verschillende onafhankelijke, serieuze en betrouwbare bronnen dus voor vergelijkbare ervaringen.   

 Weer anderen geloven in het bestaan van geesten en engelen die mensen helpen en beschermen. Bekend is het boek van huisarts H. Moolenburgh die spontaan zo’n 400 patiënten in zijn praktijk vroeg in 1982 of ze wel eens een engelervaring hadden gehad. Tot zijn grote verbazing bleken dat er velen te zijn die hij vastlegde in twee boeken: “Een engel op je pad” en “New Age- Engelen” . Gek genoeg bleken engelervaringen ook voor te komen bij ongelovigen. Een interessant onderzoeksgebied is ook de mens zelf die een lichaam en ziel of geest /bewustzijn heeft en daarmee over bijzondere eigenschappen beschikt. Experimenten hebben aangetoond dat mensen kunnen bidden/mediteren voor zieke mensen op afstand of een betere samenleving en dat blijkt meetbare effecten op te leveren. De menselijke geest/bewustzijn is ook in staat waarnemingen te doen over grote afstanden en zelfs vooruit te kijken in de toekomst. Dat heet in de wetenschap "remote sensing".
Wat te denken van geestverschijningen ? De meest bekende zijn de Mariaverschijningen in Lourdes en Fatima in Portugal en vaak gaat het dan om kinderen.Wat te denken van geestelijke ervaringen en visioenen van mensen waarover in de literatuur veel is terug te vinden. Een voorbeeld daarvan is het boek “Religieuze Belevenissen” van Koert van der Velde. Daarin beschrijven tientallen gewone mensen hun bijzondere ervaringen. Daarin staat ook mijn persoonlijke verhaal.  http://religieuze-ervaringen.blogspot.nl/2009/01/persoonlijke-beleving.html


 Honderden jaren van wetenschappelijk onderzoek hebben het ontstaan van leven nog steeds niet kunnen verklaren en ook niet kunnen voortbrengen. We kunnen wel de omstandigheden creëren waarbij het leven wordt doorgegeven.  De kosmos stelt ons ook nog steeds voor grote raadsels en onverklaarbare fenomenen zoals antimaterie en zwarte gaten. We moeten erkennen dat er misschien hogere machten en krachten een rol spelen en dat het heelal geen perfect uurwerk is. Er is dus kennelijk nog steeds ruimte voor hogere intelligenties en/of wezens, welke naam je ze ook geeft.
 Samenvattend kun je dus stellen dat er meer redenen zijn om wel te geloven in een hoger/geestelijk bestaan en/of God en de geestelijke wereld dan deze af te schrijven als fantasieën of  sprookjesverhalen.  

     

maandag 6 maart 2017

De altruïstische revolutie komt eraan.



 Dat is althans de boodschap die de Franse wetenschapper en Boeddhistische monnik Matthieu Ricard ons wil doen geloven.
Zijn nu ook in het Nederlands uitgegeven boek “Altruïsme; de kracht van compassie” vormde het uitgangspunt van de kort geleden op NPO gepresenteerde documentaire: “The altruism revolution, uit 2015 en geregisseerd door Sylvie Gilman en Thierry de Lestrade. Deze documentaire werd rond het middernachtelijk uur uitgezonden waardoor veel mensen deze misschien gemist hebben. Heel jammer, want deze boodschap is een must voor alle mens- en maatschappijwetenschappers. 


Prachtig is daarbij om te zien, bijna aan het einde van de documentaire, hoe deze als boeddhistische  monnik geklede Fransman op het World Economic Forum in Davos in 2014 in allerlei bijzaaltjes meditaties en uitleg geeft bij zijn revolutionaire visie. Deze visie luidt:
De periode van “Greed is Good” is voorbij. Oftewel egoïsme en hebzucht die aan de basis staan van ons liberale, mondiale kapitalistische en financiële systeem is definitief passé. Iedere ondernemer en ook ieder bedrijf zal moeten leren inzien en dat kan door zijn empathisch vermogen te ontwikkelen, dat ieders handelen consequenties heeft voor de ander, het milieu en de planeet. We zullen dus heel goed moeten nadenken (en voordenken) hoe we ons bedrijfsmatige handelen op een verantwoorde en duurzame manier vorm geven. De beste manier om dat empathisch vermogen te ontwikkelen blijkt de meditatie te zijn. Regelmatig een paar keer een half uur per week mediteren verandert de hersenpatronen van mensen en maakt ze bewuster, toleranter, alerter en vooral invoelender & inclusiever. Ik, de mensheid en de aarde zijn één"!  
We weten al heel lang dat egoïsme een diepe drijfveer of wilsimpuls van de mens is. Veel van het menselijk denken, voelen en handelen is vanuit eigenbelang ingegeven. Hoe profiteer ik er het meeste van? Daarnaast weten we echter sinds enkele decennia en dankzij gedegen wetenschappelijk onderzoek dat de mens ook heel altruïstisch kan zijn. Dankzij zijn empathisch inlevingsvermogen kan hij meevoelen hoe het met de medemens is en is hij/zij bereid actie te ondernemen en door middel van samenwerking om problemen van anderen op te lossen. Bij altruïsme staat het belang van de ander/gemeenschap voorop en bij egoïsme het eigenbelang. Deze uitgesproken oer-motieven zijn ogenschijnlijk tegengesteld en dus lijkt het paradoxaal dat beide drijfveren tegelijkertijd in een mens aanwezig zijn.


Het psychologisch en sociologisch onderzoek naar gedrag bij volwassenen heeft altruïsme eenduidig aangetoond. Daarna rees de vraag of het een kwestie was van aangeleerd gedrag of natuurlijk, aangeboren gedrag? Zelfs al bij baby’s van 3 maanden, die wat opvoeding betreft nog bijna blanco zijn, treffen we vormen van altruïstisch gedrag aan. Dus de conclusie is dat altruïsme een aangeboren eigenschap is. Uit het vele grondige primatenonderzoek van de Nederlandse wetenschapper Frans de Waal is vastgelegd, dat bonobo’s en chimpansees ook allerlei vormen van altruïstisch gedrag vertonen. De conclusie moet dan ook zijn dat dit altruïsme al een verre evolutionaire oorsprong heeft bij de gemeenschappelijke voorouders van mensapen en primaten.
 
Het naast elkaar bestaan van egoïsme en altruïsme blijkt ook het resultaat te zijn van onze evolutie, waarbij het altruïsme en de empathie vooral uitgaat naar de eigen groep, de familie  en je vrienden & bekenden. Voor de buitenstaander en de anderen heb je dat sociale gevoel van inleven niet . Integendeel , je bent misschien zelfs blij als de tegenstander , de andere voetbalclub, heeft verloren en jouw club heeft gewonnen.
De empathie voor de eigen groep maakt het samenwerken en solidaire handelen mogelijk. Kun je dat gebied dan ook uitbreiden?  Kun je meer mensen tot “jouw groep” laten behoren? Kun je ook vriendelijkheid en compassie ontwikkelen?
Dat blijkt inderdaad zeer goed te kunnen en op een effectieve manier door middel van meditatie. Veel experimenten met ervaren meditatiebeoefenaren hebben aangetoond dat bij hen de gammagolven steeds intensiever worden, in plaats van de gebruikelijk alfa- en bêtagolven. Dat wijst op een  ontspannen en stabiele alertheid. Daarnaast blijkt dat tijdens meditaties bepaalde hersengebieden die emoties en vriendelijkheid reguleren actiever zijn. Dat werd een belangrijke wetenschappelijke doorbraak, want nu is aangetoond dat de mentale activiteit van mensen invloed heeft op en leidt tot structurele en functionele veranderingen  in de hersenen. Met andere woorden:  “ieder mens kan zijn eigen geestesgesteldheid op een positieve manier beïnvloeden”.  Denk niet dat dergelijke effecten alleen optreden bij zeer ervaren mediterenden, die jarenlang geoefend hebben. Het is extra hoopvol, om te weten dat deze effecten al optreden bij relatief onervaren beoefenaren. Twee weken oefenen en in totaal opgeteld misschien 7 uur mediteren blijkt al te leiden tot deze positieve veranderingen.  De afgelopen decennia zijn er daarom vele experimenten geweest met probleemjongeren en ook met delinquenten in gevangenissen wiens gedrag sterk veranderde door gerichte meditatie. In de documentaire zien we zelfs voorbeelden van een problematische zwarte lagere school in de VS waar dagelijkse meditatie, aandachts- en ademhalingsoefeningen heel veel vooruitgang heeft opgeleverd in sociaal en leergedrag van de kinderen. Het werkt ook hier.   
Daarnaast heeft onderzoek ook aangetoond dat er een soort magische besmettelijkheid is als het gaat om vriendelijkheid. Als iemand vriendelijk is voor een ander werkt dat heel sterk door. We geven dat gevoel als het ware weer door aan de volgende en raken zo allemaal een beetje besmet met vriendelijkheid. Vriendelijkheid is altijd ontwapenend en besmettelijk.
Dat zijn dus de ingrediënten voor een altruïstische revolutie !       
Zie hieronder de hele documentaire.


zondag 1 januari 2017

Mardoek, de planeet van de Goden

 
Zo heeft journalist en onderzoeker Zecharia Sitchin de planeet genoemd die in een omloop van 3600 jaar door ons zonnestelsel zou gaan en redelijk dichtbij de aarde komt. Deze planeet zou bevolkt worden door een hoge beschaving, de Nefilim (letterlijk zij die op de aarde zijn neergeworpen) en de Anoennaki die ongeveer 450.000 jaar geleden tijdens een ijstijdfase op onze aarde zijn geland, met hun “vurige raketten” en hier een beschavingsontwikkeling zijn begonnen. De Nefilim zijn de leiders van die planeet Mardoek (soms ook Nibiru genoemd)  geweest en de Anoennaki waren de lagere leden van de landingsgroep. Volgens schattingen zijn er in totaal zo'n 600 op aarde geweest die in groepen van 50 neerdaalden en die duizenden jaren op aarde het "gewone" werk moesten doen van steden bouwen en mijnwerkzaamheden uitvoeren. Volgens de overleveringen en Soemerische koningslijsten waren deze "goden" bijna onsterfelijk en regeerden over perioden van duizenden jaren op aarde. Kennelijk hebben ze het geheim van sterfelijkheid ontrafeld.  
Ze hebben steden gebouwd, vruchtdragende bloemen en planten laten ontstaan en ook landbouwgewassen meegebracht. Samen stichtten zij de hof van Eden ergens in Soemerië.
De beschaving in Soemerië stond op een heel hoog peil. Er waren grote steden met imposante piramiden, ziggoerats genaamd zoals Eridu, Ur, Uruk, Lagash, Nippur, Kish en Akkad met grote brede wegen en kanalen. Waar in de omgeving landbouw bedreven werd, muziek gemaakt, rechtspraak bestond en zelfs scholen en aangelegde tuinen. Het is een raadsel waar dit beschavingspeil vandaan komt, want we vinden nergens oudere bronnen of eerdere beschavingen. In een historisch korte periode is een geweldige welvaart ontstaan.
Uiteindelijk is er echter een opstand ontstaan omdat de Anoennaki het zware werk niet meer wilden doen. Na overleg tussen de goden is besloten om een soort werkvolk in het leven te roepen . Uiteindelijk hebben ze daarom de aardemens geschapen door middel van genetische manipulatie. Daarbij hebben zij hun eigen DNA (geschapen naar hun beeld) ingebracht in de eicel van een homo erectus (prehistorische aapmens-soort), waarna de homo sapiens ontstond.   Dat zou zo'n driehonderd duizend jaar geleden zijn gebeurd. De verschillen tussen de Homo sapiens en zijn aapachtige "voorouders" zijn ook enorm . Bij de mens gaat de ontwikkeling enorm snel en bij zijn genetische verwanten maar zeer traag. Rudolf Steiner , grondlegger van de antroposofie heeft ook altijd beweerd dat de mens niet van de "aapachtigen" afstamt,  maar ontstaan is door een geestelijke inmenging.  
 
Als je dit verhaal in het boek “De twaalfde Planeet” leest, dat voor het eerst in 1976 verscheen, dan denk je aan een spannend science fiction scenario dat uit de geest van de auteur is ontsproten. Je gaat er anders over denken als je leest dat deze van oorsprong Russische onderzoeker, geboren  in Bakoe (1920) ,  opgegroeid en gestudeerd in het Midden Oosten en zich later in de Verenigde Staten heeft gevestigd, ongeveer 30 jaar over deze studie heeft gedaan. Hij heeft zich zo verdiept in Oud Testamentische, Babylonische , Akkadische geschriften en zich zelfs het spijkerschrift van de Soemerische periode eigen gemaakt, dat hij met recht een wetenschapper mag worden genoemd. Al zijn beweringen probeert hij te staven met historische bronnen, zoals teksten op kleitabletten en afbeeldingen op kleizegels. Achterin in het boek vinden we een lange lijst van wel 87  historische en wetenschappelijke bronnen, die hij bestudeerd en gebruikt heeft.
Een hele belangrijke en zeer serieuze bron is Francis Crick, die de dubbele helix structuur van het DNA beschreef, waarvoor hij later ook de Nobelprijs kreeg. Jaren na deze ontdekking schreef hij met een collega Orgel  een wetenschappelijk artikel in 1973, met daarin de theorie van “gestuurde panspermie” . Volgens deze theorie is: “ het leven op aarde van buitenaardse oorsprong,  maar ook doelbewust op onze planeet gebracht door een hogere beschaving. Ze zijn dus niet als sporen uit het heelal op aarde neergedaald of als levende organismen in een meteoriet op aarde neergestort”.
Nog later schreef Crick het boek Life Itself (1982) , waarin hij nog steeds beweert dat het onmogelijk is dat het DNA-molecuul zich op aarde heeft gevormd en dat het van buitenaardse oorsprong moet zijn.  Het is ook heel vreemd dat het DNA bestaat uit elementen, die vrij zeldzaam zijn op aarde en juist niet bestaat uit elementen die veelvuldig voorkomen.  
 
Sitchin weet als geen ander te bewijzen dat veel bronnen terug te herleiden zijn op de tot nu toe oudst bekende beschaving waar we geschriften van hebben gevonden en dat is de Soemerische periode die mogelijk al ergens 4.000 voor Chr. begon. Dankzij deze bronnen kunnen we latere en afgeleide geschriften zoals het oude testament en met name het boek Genesis beter begrijpen.  Daar vinden we ook beschrijvingen  van o.a.  de Nefilim (meestal met goden of reuzen aangeduid) , het scheppingsverhaal van de mens ,  Hof van Eden, de verjaging van Adam en Eva uit het Paradijs. Al deze verhalen krijgen  door de interpretatie van Sitchin en na het lezen van dit boek een veel meer samenhangende en plausibelere betekenis. Voor de gevestigde wetenschap en theologie  is dit natuurlijk te "mooi om waar" te zijn en wordt deze visie daarom heftig bestreden en verworpen.
Mijn voorkennis bestond al uit de boeken van Erich von Däniken die in 1968 faam heeft gemaakt met een boek: “ Waren de Goden kosmonauten”. Daarin wordt dezelfde hypothese geformuleerd  en geprobeerd met vele historische bronnen te onderbouwen. Sitchin gaat eigenlijk verder waar von Däniken ophoudt.  Sitchin is in oktober 2010 overleden in New York en liet  twaalf indrukwekkende boeken achter. Zijn laatste boek is : “Journeys to the Mythical Past” uit 2007 . In Nederland zijn maar een paar boeken vertaald en verschenen, o.a “Het verloren Rijk", dat gaat over de Maya- en Azteken beschavingen in Zuid en Midden Amerika.
Een belangwekkend begin in het boek de Twaalfde Planeet  gaat over het eindeloze begin en de plotselinge beschaving. Daarin beschrijft Sitchin, mede gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek  de evolutie op aarde, die miljoenen jaren heeft geduurd vanaf het prille oerbegin tot de eencellige, daarna meercellige organismen en uiteindelijk tot de ontwikkeling van reptielen, zoogdieren en als laatste de mensachtigen. Op basis van de oude gevonden schedels in Zuid Afrika (Lucy), de Neanderthaler (Duitsland)  en de  Cro Magnon  (Indonesië) kunnen we een bepaalde ontwikkeling zien richting homo erectus (de rechtopstaande aapmens) . De stap naar de homo sapiens is evolutionair gezien echter heel klein, maar naar eigenschappen gekeken enorm. Deze denkende en creatieve mens ontdekte het vuur, gebruikte gereedschappen en  “veroverde” de hele omgeving.  Een meerderheid van de wetenschappers kan deze evolutionaire kwantumsprong niet verklaren en begrijpen. Zeker is wel dat het niet het resultaat is van het darwinisme. Er moet bijna een ingrijpen van buitenaf zijn en dat is volgens Sitchin de genetische manipulatie waarbij in de aarde-aapmens het DNA van de Goden is ingebracht. Na enig experimenteren waren de Goden tevreden en hebben zij veel mensen gekloond.
Pas na de verdrijving uit de Hof van Eden waar Adam en Eva na het eten van de (verboden) vrucht van de Boom van Kennis of boom van goed en kwaad opeens hun eigen naaktheid en dus seksualiteit opmerken en zich verschuilen voor God en hun naaktheid bedekken. Daarmee hebben Adam en Eva en dus ook de mens,  van hun God Nefilim de kennis en het vermogen gekregen om zich (zelfstandig) te “vermenigvuldigen”. In Bijbelvertalingen vinden we vaker "hij bekende zijn vrouw", waarmee geslachtsgemeenschap bedoeld werd.
 In het boek staat een afbeelding van het Hof van Eden met aan de ene kant de Boom des Levens (met een soort van vaginale vruchten) en aan de andere kant de Boom van (genetische) Kennis uitgebeeld als een boom met penisachtige vruchten.  In het midden de oppergod van de Nefilim en heerser van Mardoek (de twaalfde planeet afgebeeld met achtpuntige ster ) Enlil , gezeten op een berg waaruit ook water naar beneden stroomt.  Aan de linkerkant de beschermgod van de Aarde Enki. Deze beschermgod Enki  zorgde er later ook voor dat de mensheid niet helemaal uitstierf  als gevolg van de zondvloed. Hij gaf opdracht aan Noach om  soort van waterdichte (onderzee-) boot te bouwen en daarin genoeg voedsel en mensen en dieren om enige tijd te kunnen overleven.     
De Soemerische  gebeurtenis in het paradijs en hof van Eden 
  Om vanuit het heelal of ons zonnestelsel zomaar neer te dalen op aarde (en natuurlijk ook weer te kunnen vertrekken) is behalve veel astronomische kennis  ook een goed ontwikkelde ruimtevaarttechnologie nodig. Dankzij de moderne ruimtevaarttechnologie en het Apolloprogramma dat een reis en bezoek aan de Maan opleverde, hebben wij als huidige beschaving wel enig idee. Wij kennen de drietrapsraketten met bovenin een capsule voor de astronauten (het deel dat nodig is voor de maanlanding en aardelanding zelf) . We kennen de beelden van onze ruimtevaarders in witte opgeblazen ruimtepakken met doorzichtige helmen, zuurstofmaskers , slangen en communicatiemiddelen.  We hebben ook nog scherp in ons geheugen de lanceringen van de Apollo-rakketten die met donderend geraas en een vuurzee onder zich loodrecht omhoog steeg , steeds sneller en uiteindelijk verdween achter de wolken of dampkring.  Natuurlijk rijst dan de vraag maar hoe deden de oude Goden dat dan? Gek genoeg vinden we de antwoorden in deze oude Soemerische geschriften in de vorm van afbeeldingen en teksten die heel erg lijken op onze ontwerppogingen. De overeenkomsten van ruim 3.000 jaar oude bronnen zijn meer dan frappant.
 

Met grote precisie is deze "Ruimtevaarder-God" vastgelegd met overal
hoogwaardige ruimte-technologie.

Een ruimtestation of moederschip met uitgeklapte zonnepanelen en communicatie-
antennes in de ruimte. Links en rechts de ruimtevaart-Goden in hun technologische outfit. 

De (los-) koppeling van de ruimtevaartcapsule (GIR) van de draagraket (DIN) 
De tweede vereiste is een gedegen astronomische kennis van minimaal ons zonnestelstel met een centrale ster (de zon) en daaromheen een aantal hemellichamen/planeten die in elliptische banen om de zon cirkelen. Men zou de wiskundige en natuurkundige kennis moeten hebben om deze banen, precieze plaatsen en omlooptijden  te bepalen alsook hun eventuele verduisteringen. Al deze kennis hebben wij pas ongeveer een eeuw  na de ontdekkingen van onze belangrijkste planeten. Zo is Uranus in 1781 ontdekt met een telescoop. Neptunus in 1846 en pas in 1930 planeet Pluto. Het heliocentrische wereldbeeld met een centrale zon danken we aan Copernicus (1543). Wat wisten de oude Soemeriërs van dit alles?

De ster is de zon, maan en daarnaast zeven planeten(bolletjes)


 

Planeet Mardoek (de twaalfde planeet) zou in een enorme elliptische baan om de zon
draaien en iedere 3600 jaar voorbij Jupiter afbuigen naar de astroïden gordel
en dan het dichtst bij de aarde komen.  
 De Soemeriërs wisten al dat de maan een unieke planeet was (met een eigen samenstelling) en niet een van de aarde afkomstig deel, ondanks zijn baan om de aarde. De Sumeriërs kenden ook de onderlinge verhoudingen in grootte  met Jupiter en Saturnus veruit als grootste planeten en Uranus & Neptunus als een soort kleinere tweelingplaneten maar nog altijd veel groter dan Aarde, Mars, Venus, Mercurius en Pluto . In meerdere verschillende teksten (oa de Grote Sterrenlijst) worden vele hemellichamen gerangschikt en astronomische kennis beschreven.
Het meest bijzonder is echter dat er een tekst, het Scheppingsepos, bestaat, die de evolutie van ons eigen zonnestelsel beschrijft. Zover zijn "onze" astronomen nog niet gekomen.
Volgens dat verhaal zouden er in den beginne drie hemellichamen zijn in ons zonnestelsel: De zon (die er het eerste was en Apsoe genoemd werd) en verder Tiamat (bestaat niet meer) en Mercurius (Moemoe). Daarna ontstaan de planeten Mars (Lahmoe) en Venus (Lahamoe) . Weer later komen daar de reuzeplaneten bij van Jupiter (Kisjar), Saturnus (Ansjar) en de veel kleinere Pluto (Gaga). Als laatste Uranus (Anoe) en Neptunus (Ea). De aarde en de maan zijn weer later "geschapen", door een bijna-botsing tussen Tiamat en Mardoek (de godenplaneet) . Tiamat heeft in deze strijd het onderspit gedolven en is uiteen gevallen in een asteroïdengordel van kleinere brokstukken én .. de aarde en de maan. De asteroïdengordel vormt een soort grensvlak tussen de binnen- (zon, mercurius, venus, aarde/maan en mars) en buitenplaneten (Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto). Dit alles overziende is het bijna onvoorstelbaar dat een heel oude beschaving over al deze astronomische, wiskundige en natuurkundige kennis beschikte , tenzij het afkomstig is van een veel oudere buitenaardse beschaving,  die dit meebracht naar de aarde.
 Mijn conclusie is in ieder geval dat het aardse scheppingsverhaal van Sitchin, gebaseerd op de oudste overgeleverde bronnen meer waarheid bevat dan welk ander wetenschappelijk of religieus boek. De toekomst zal het ons leren !    

Update.
In juni 2017 hebben astronomen op basis van nieuwe berekeningen het sterke vermoeden uitgesproken dat er inderdaad in ons zonnestelsel nog een of zelfs twee extra planeten moeten zijn, die planeet 9 en 10 worden genoemd. Zou De twaalfde planeet, Nibiru of Mardoek dan toch reëel zijn?!
In juli 2017 komt er een vergelijkbaar bericht van een groep Spaanse astronomen, die aanwijzingen hebben gevonden van een hemellichaam op 300 keer de afstand van de aarde tot de zon die invloed uitoefent op banen voorbij Neptunus. Deze planeet of hemellichaam zou tien keer zwaarder zijn dan de aarde.  Weer een sterke aanwijzing voor de 12e planeet?