dinsdag 13 juni 2017

Gelovig of niet-gelovig?


 


Deze vraag krijgen mensen vaker voorgelegd in allerlei onderzoeken. Door de verminderde rol van de kerken is ook de trend ontstaan dat steeds minder mensen gelovig zijn. Natuurlijk is het ieders vrijheid om daar zelf een keuze in te maken. Als je een open geest hebt en vanuit verschillende aspecten naar dit thema kijkt dan is het maar de vraag of de agnost dan ook de meest logische en vanzelfsprekende keuze maakt.  Er is natuurlijk geen eenduidige definitie van wel of niet gelovig zijn.
 Voor sommigen betekent dat het erkennen of ontkennen van het bestaan van God of een Opperwezen. De schepping en het wonder van het leven zijn daaraan te danken. Hoewel de Duitse filosoof Friedrich Nietsche al in het begin van de vorige eeuw God dood verklaarde was er vrijwel tegelijkertijd een Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner, die juist een gedetailleerde geesteswetenschap heeft beschreven en het bestaan van geestelijke goddelijke wezens duidelijk maakte.
 
Het bijzondere van Rudolf Steiner is dat hij iedereen een methode aanreikt om door middel van meditatie-achtige voorbereidingen en innerlijke scholing uiteindelijk zelf in staat is om de geestelijke wereld waar te nemen. Je hoeft het dan niet langer meer als “geloof”, dus als aangereikte en overgedragen kennis/inzicht van anderen, te beschouwen.

schilderij van Rudolf Steiner
 Voor anderen betekent geloven eerder het bestaan van een geestelijke wereld boven of achter de bestaande materiële wereld. Daarbij geldt dan ook als mogelijkheid het bestaan van een doorleven na de fysieke dood en mogelijk een terugkeer (reïncarnatie). Zo zijn er in de wetenschappelijke literatuur inmiddels vele gedocumenteerde beschrijvingen van meerdere levens van een persoonlijkheid overgedragen zoals van prof. Ian Steveson en arts Raymond Moody. Wil je meer hierover lezen.  http://religieuze-ervaringen.blogspot.nl/2016/11/reincarnatie-wetenschappelijk-onderzocht.html
Verder zijn er vele voorbeelden van Bijna Dood Ervaringen (BDE) van mensen, die beschrijven hoe zij tijdens een periode van hartstilstand in een compleet andere (geestelijke) wereld terecht komen en daar bekenden en geestelijke wezens ontmoeten. De gesprekken of indrukken daarvan veranderen hun hele latere leven. Het meest bekende boek “Eindeloos Bewustzijn” is dat van de Nederlandse medisch specialist Pim van Lommel hierover. Van recente datum zijn ook de boeken van medisch specialist Eben Alexander hierover. http://religieuze-ervaringen.blogspot.nl/2014/12/de-hemel-in-kaart.html
Genoeg verschillende onafhankelijke, serieuze en betrouwbare bronnen dus voor vergelijkbare ervaringen.   

 Weer anderen geloven in het bestaan van geesten en engelen die mensen helpen en beschermen. Bekend is het boek van huisarts H. Moolenburgh die spontaan zo’n 400 patiënten in zijn praktijk vroeg in 1982 en daarna of ze wel eens een engelervaring hadden gehad. Tot zijn grote verbazing bleken dat er velen te zijn die hij vastlegde in twee boeken: “Een engel op je pad” en “New Age- Engelen” . Gek genoeg bleken engelervaringen ook voor te komen bij ongelovigen. Een interessant onderzoeksgebied is ook de mens zelf die een lichaam en ziel of geest /bewustzijn heeft en daarmee over bijzondere eigenschappen beschikt. Experimenten hebben aangetoond dat mensen kunnen bidden/mediteren voor zieke mensen op afstand of een betere samenleving en dat blijkt meetbare effecten op te leveren. De menselijke geest/bewustzijn is ook in staat waarnemingen te doen over grote afstanden en zelfs vooruit in de toekomst. Dat heet in de wetenschap "remote sensing".
Wat te denken van geestverschijningen ? De meest bekende zijn de Mariaverschijningen in Lourdes en Fatima in Portugal en vaak gaat het dan om kinderen.Wat te denken van geestelijke ervaringen en visioenen van mensen waarover in de literatuur veel is terug te vinden. Een voorbeeld daarvan is het boek “Religieuze Belevenissen” van Koert van der Velde. Daarin beschrijven tientallen gewone mensen hun bijzondere ervaringen. Daarin staat ook mijn persoonlijke verhaal.  http://religieuze-ervaringen.blogspot.nl/2009/01/persoonlijke-beleving.html


 Honderden jaren van wetenschappelijk onderzoek hebben het ontstaan van leven nog steeds niet kunnen verklaren en ook niet kunnen voortbrengen. We kunnen wel de omstandigheden creëren waarbij het leven wordt doorgegeven.  De kosmos stelt ons ook nog steeds voor grote raadsels en onverklaarbare fenomenen zoals antimaterie en zwarte gaten. We moeten erkennen dat er misschien hogere machten en krachten een rol spelen en dat het heelal geen perfect uurwerk is. Er is dus kennelijk nog steeds ruimte voor hogere intelligenties en/of wezens welke naam je ze ook geeft.
 Samenvattend kun je dus stellen dat er meer redenen zijn om wel te geloven in een hoger/geestelijk bestaan en/of God en de geestelijke wereld dan deze af te schrijven als fantasieën of  sprookjesverhalen.  

     

maandag 6 maart 2017

De altruïstische revolutie komt eraan.



 Dat is althans de boodschap die de Franse wetenschapper en Boeddhistische monnik Matthieu Ricard ons wil doen geloven.
Zijn nu ook in het Nederlands uitgegeven boek “Altruïsme; de kracht van compassie” vormde het uitgangspunt van de kort geleden op NPO gepresenteerde documentaire: “The altruism revolution, uit 2015 en geregisseerd door Sylvie Gilman en Thierry de Lestrade. Deze documentaire werd rond het middernachtelijk uur uitgezonden waardoor veel mensen deze misschien gemist hebben. Heel jammer, want deze boodschap is een must voor alle mens- en maatschappijwetenschappers. 


Prachtig is daarbij om te zien, bijna aan het einde van de documentaire, hoe deze als boeddhistische  monnik geklede Fransman op het World Economic Forum in Davos in 2014 in allerlei bijzaaltjes meditaties en uitleg geeft bij zijn revolutionaire visie. Deze visie luidt:
De periode van “Greed is Good” is voorbij. Oftewel egoïsme en hebzucht die aan de basis staan van ons liberale, mondiale kapitalistische en financiële systeem is definitief passé. Iedere ondernemer en ook ieder bedrijf zal moeten leren inzien en dat kan door zijn empathisch vermogen te ontwikkelen, dat ieders handelen consequenties heeft voor de ander, het milieu en de planeet. We zullen dus heel goed moeten nadenken (en voordenken) hoe we ons bedrijfsmatige handelen op een verantwoorde en duurzame manier vorm geven. De beste manier om dat empathisch vermogen te ontwikkelen blijkt de meditatie te zijn. Regelmatig een paar keer een half uur per week mediteren verandert de hersenpatronen van mensen en maakt ze bewuster, toleranter, alerter en vooral invoelender & inclusiever. Ik, de mensheid en de aarde zijn één"!  
We weten al heel lang dat egoïsme een diepe drijfveer van de mens is. Veel van het menselijk denken, voelen en handelen is vanuit eigenbelang ingegeven. Hoe profiteer ik er het meeste van? Daarnaast weten we echter sinds enkele decennia en dankzij gedegen wetenschappelijk onderzoek dat de mens ook heel altruïstisch kan zijn. Dankzij zijn empathisch inlevingsvermogen kan hij meevoelen hoe het met de medemens is en is hij/zij bereid actie te ondernemen en door middel van samenwerking om problemen van anderen op te lossen. Bij altruïsme staat het belang van de ander/gemeenschap voorop en bij egoïsme het eigenbelang. Deze uitgesproken drijfveren zijn ogenschijnlijk tegengesteld en dus lijkt het paradoxaal dat beide motieven tegelijkertijd in een mens aanwezig zijn.


Het psychologisch en sociologisch onderzoek naar gedrag bij volwassenen heeft altruïsme eenduidig aangetoond. Daarna rees de vraag of het een kwestie was van aangeleerd gedrag of natuurlijk, aangeboren gedrag? Zelfs al bij baby’s van 3 maanden, die wat opvoeding betreft nog bijna blanco zijn, treffen we vormen van altruïstisch gedrag aan. Dus de conclusie is dat altruïsme een aangeboren eigenschap is. Uit het vele grondige primatenonderzoek van de Nederlandse wetenschapper Frans de Waal is vastgelegd, dat bonobo’s en chimpansees ook allerlei vormen van altruïstisch gedrag vertonen. De conclusie moet dan ook zijn dat dit altruïsme al een verre evolutionaire oorsprong heeft bij de gemeenschappelijke voorouders van mensapen en primaten.
 
Het naast elkaar bestaan van egoïsme en altruïsme blijkt ook het resultaat te zijn van onze evolutie, waarbij het altruïsme en de empathie vooral uitgaat naar de eigen groep, de familie  en je vrienden & bekenden. Voor de buitenstaander en de anderen heb je dat sociale gevoel van inleven niet . Integendeel , je bent misschien zelfs blij als de tegenstander , de andere voetbalclub, heeft verloren en jouw club heeft gewonnen.
De empathie voor de eigen groep maakt het samenwerken en solidaire handelen mogelijk. Kun je dat gebied dan ook uitbreiden?  Kun je meer mensen tot “jouw groep” laten behoren? Kun je ook vriendelijkheid en compassie ontwikkelen?
Dat blijkt inderdaad zeer goed te kunnen en op een effectieve manier door middel van meditatie. Veel experimenten met ervaren meditatiebeoefenaren hebben aangetoond dat bij hen de gammagolven steeds intensiever worden, in plaats van de gebruikelijk alfa- en bêtagolven. Dat wijst op een  ontspannen en stabiele alertheid. Daarnaast blijkt dat tijdens meditaties bepaalde hersengebieden die emoties en vriendelijkheid reguleren actiever zijn. Dat werd een belangrijke wetenschappelijke doorbraak, want nu is aangetoond dat de mentale activiteit van mensen invloed heeft op en leidt tot structurele en functionele veranderingen  in de hersenen. Met andere woorden:  “ieder mens kan zijn eigen geestesgesteldheid op een positieve manier beïnvloeden”.  Denk niet dat dergelijke effecten alleen optreden bij zeer ervaren mediterenden, die jarenlang geoefend hebben. Het is extra hoopvol, om te weten dat deze effecten al optreden bij relatief onervaren beoefenaren. Twee weken oefenen en in totaal opgeteld misschien 7 uur mediteren blijkt al te leiden tot deze positieve veranderingen.  De afgelopen decennia zijn er daarom vele experimenten geweest met probleemjongeren en ook met delinquenten in gevangenissen wiens gedrag sterk veranderde door gerichte meditatie. In de documentaire zien we zelfs voorbeelden van een problematische zwarte lagere school in de VS waar dagelijkse meditatie, aandachts- en ademhalingsoefeningen heel veel vooruitgang heeft opgeleverd in sociaal en leergedrag van de kinderen. Het werkt ook hier.   
Daarnaast heeft onderzoek ook aangetoond dat er een soort magische besmettelijkheid is als het gaat om vriendelijkheid. Als iemand vriendelijk is voor een ander werkt dat heel sterk door. We geven dat gevoel als het ware weer door aan de volgende en raken zo allemaal een beetje besmet met vriendelijkheid. Vriendelijkheid is altijd ontwapenend en besmettelijk.
Dat zijn dus de ingrediënten voor een altruïstische revolutie !       
Zie hieronder de hele documentaire.


zondag 1 januari 2017

Mardoek, de planeet van de Goden

 
Zo heeft journalist en onderzoeker Zecharia Sitchin de planeet genoemd die in een omloop van 3600 jaar door ons zonnestelsel zou gaan en redelijk dichtbij de aarde komt. Deze planeet zou bevolkt worden door een hoge beschaving, de Nefilim (letterlijk zij die op de aarde zijn neergeworpen) en de Anoennaki die ongeveer 450.000 jaar geleden tijdens een ijstijdfase op onze aarde zijn geland, met hun “vurige raketten” en hier een beschavingsontwikkeling zijn begonnen. De Nefilim zijn de leiders van die planeet Mardoek (soms ook Nibiru genoemd)  geweest en de Anoennaki waren de lagere leden van de landingsgroep. Volgens schattingen zijn er in totaal zo'n 600 op aarde geweest die in groepen van 50 neerdaalden en die duizenden jaren op aarde het "gewone" werk moesten doen van steden bouwen en mijnwerkzaamheden uitvoeren. Volgens de overleveringen en Soemerische koningslijsten waren deze "goden" bijna onsterfelijk en regeerden over perioden van duizenden jaren op aarde. Kennelijk hebben ze het geheim van sterfelijkheid ontrafeld.  
Ze hebben steden gebouwd, vruchtdragende bloemen en planten laten ontstaan en ook landbouwgewassen meegebracht. Samen stichtten zij de hof van Eden ergens in Soemerië.
De beschaving in Soemerië stond op een heel hoog peil. Er waren grote steden met imposante piramiden, ziggoerats genaamd zoals Eridu, Ur, Uruk, Lagash, Nippur, Kish en Akkad met grote brede wegen en kanalen. Waar in de omgeving landbouw bedreven werd, muziek gemaakt, rechtspraak bestond en zelfs scholen en aangelegde tuinen. Het is een raadsel waar dit beschavingspeil vandaan komt, want we vinden nergens oudere bronnen of eerdere beschavingen. In een historisch korte periode is een geweldige welvaart ontstaan.
Uiteindelijk is er echter een opstand ontstaan omdat de Anoennaki het zware werk niet meer wilden doen. Na overleg tussen de goden is besloten om een soort werkvolk in het leven te roepen . Uiteindelijk hebben ze daarom de aardemens geschapen door middel van genetische manipulatie. Daarbij hebben zij hun eigen DNA (geschapen naar hun beeld) ingebracht in de eicel van een homo erectus (prehistorische aapmens-soort), waarna de homo sapiens ontstond.   Dat zou zo'n driehonderd duizend jaar geleden zijn gebeurd. De verschillen tussen de Homo sapiens en zijn aapachtige "voorouders" zijn ook enorm . Bij de mens gaat de ontwikkeling enorm snel en bij zijn genetische verwanten maar zeer traag. Rudolf Steiner , grondlegger van de antroposofie heeft ook altijd beweerd dat de mens niet van de "aapachtigen" afstamt,  maar ontstaan is door een geestelijke inmenging.  
 
Als je dit verhaal in het boek “De twaalfde Planeet” leest, dat voor het eerst in 1976 verscheen, dan denk je aan een spannend science fiction scenario dat uit de geest van de auteur is ontsproten. Je gaat er anders over denken als je leest dat deze van oorsprong Russische onderzoeker, geboren  in Bakoe (1920) ,  opgegroeid en gestudeerd in het Midden Oosten en zich later in de Verenigde Staten heeft gevestigd, ongeveer 30 jaar over deze studie heeft gedaan. Hij heeft zich zo verdiept in Oud Testamentische, Babylonische , Akkadische geschriften en zich zelfs het spijkerschrift van de Soemerische periode eigen gemaakt, dat hij met recht een wetenschapper mag worden genoemd. Al zijn beweringen probeert hij te staven met historische bronnen, zoals teksten op kleitabletten en afbeeldingen op kleizegels. Achterin in het boek vinden we een lange lijst van wel 87  historische en wetenschappelijke bronnen, die hij bestudeerd en gebruikt heeft.
Een hele belangrijke en zeer serieuze bron is Francis Crick, die de dubbele helix structuur van het DNA beschreef, waarvoor hij later ook de Nobelprijs kreeg. Jaren na deze ontdekking schreef hij met een collega Orgel  een wetenschappelijk artikel in 1973, met daarin de theorie van “gestuurde panspermie” . Volgens deze theorie is: “ het leven op aarde van buitenaardse oorsprong,  maar ook doelbewust op onze planeet gebracht door een hogere beschaving. Ze zijn dus niet als sporen uit het heelal op aarde neergedaald of als levende organismen in een meteoriet op aarde neergestort”.
Nog later schreef Crick het boek Life Itself (1982) , waarin hij nog steeds beweert dat het onmogelijk is dat het DNA-molecuul zich op aarde heeft gevormd en dat het van buitenaardse oorsprong moet zijn.  Het is ook heel vreemd dat het DNA bestaat uit elementen, die vrij zeldzaam zijn op aarde en juist niet bestaat uit elementen die veelvuldig voorkomen.  
 
Sitchin weet als geen ander te bewijzen dat veel bronnen terug te herleiden zijn op de tot nu toe oudst bekende beschaving waar we geschriften van hebben gevonden en dat is de Soemerische periode die mogelijk al ergens 4.000 voor Chr. begon. Dankzij deze bronnen kunnen we latere en afgeleide geschriften zoals het oude testament en met name het boek Genesis beter begrijpen.  Daar vinden we ook beschrijvingen  van o.a.  de Nefilim (meestal met goden of reuzen aangeduid) , het scheppingsverhaal van de mens ,  Hof van Eden, de verjaging van Adam en Eva uit het Paradijs. Al deze verhalen krijgen  door de interpretatie van Sitchin en na het lezen van dit boek een veel meer samenhangende en plausibelere betekenis. Voor de gevestigde wetenschap en theologie  is dit natuurlijk te "mooi om waar" te zijn en wordt deze visie daarom heftig bestreden en verworpen.
Mijn voorkennis bestond al uit de boeken van Erich von Däniken die in 1968 faam heeft gemaakt met een boek: “ Waren de Goden kosmonauten”. Daarin wordt dezelfde hypothese geformuleerd  en geprobeerd met vele historische bronnen te onderbouwen. Sitchin gaat eigenlijk verder waar von Däniken ophoudt.  Sitchin is in oktober 2010 overleden in New York en liet  twaalf indrukwekkende boeken achter. Zijn laatste boek is : “Journeys to the Mythical Past” uit 2007 . In Nederland zijn maar een paar boeken vertaald en verschenen, o.a “Het verloren Rijk", dat gaat over de Maya- en Azteken beschavingen in Zuid en Midden Amerika.
Een belangwekkend begin in het boek de Twaalfde Planeet  gaat over het eindeloze begin en de plotselinge beschaving. Daarin beschrijft Sitchin, mede gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek  de evolutie op aarde, die miljoenen jaren heeft geduurd vanaf het prille oerbegin tot de eencellige, daarna meercellige organismen en uiteindelijk tot de ontwikkeling van reptielen, zoogdieren en als laatste de mensachtigen. Op basis van de oude gevonden schedels in Zuid Afrika (Lucy), de Neanderthaler (Duitsland)  en de  Cro Magnon  (Indonesië) kunnen we een bepaalde ontwikkeling zien richting homo erectus (de rechtopstaande aapmens) . De stap naar de homo sapiens is evolutionair gezien echter heel klein, maar naar eigenschappen gekeken enorm. Deze denkende en creatieve mens ontdekte het vuur, gebruikte gereedschappen en  “veroverde” de hele omgeving.  Een meerderheid van de wetenschappers kan deze evolutionaire kwantumsprong niet verklaren en begrijpen. Zeker is wel dat het niet het resultaat is van het darwinisme. Er moet bijna een ingrijpen van buitenaf zijn en dat is volgens Sitchin de genetische manipulatie waarbij in de aarde-aapmens het DNA van de Goden is ingebracht. Na enig experimenteren waren de Goden tevreden en hebben zij veel mensen gekloond.
Pas na de verdrijving uit de Hof van Eden waar Adam en Eva na het eten van de (verboden) vrucht van de Boom van Kennis of boom van goed en kwaad opeens hun eigen naaktheid en dus seksualiteit opmerken en zich verschuilen voor God en hun naaktheid bedekken. Daarmee hebben Adam en Eva en dus ook de mens,  van hun God Nefilim de kennis en het vermogen gekregen om zich (zelfstandig) te “vermenigvuldigen”. In Bijbelvertalingen vinden we vaker "hij bekende zijn vrouw", waarmee geslachtsgemeenschap bedoeld werd.
 In het boek staat een afbeelding van het Hof van Eden met aan de ene kant de Boom des Levens (met een soort van vaginale vruchten) en aan de andere kant de Boom van (genetische) Kennis uitgebeeld als een boom met penisachtige vruchten.  In het midden de oppergod van de Nefilim en heerser van Mardoek (de twaalfde planeet afgebeeld met achtpuntige ster ) Enlil , gezeten op een berg waaruit ook water naar beneden stroomt.  Aan de linkerkant de beschermgod van de Aarde Enki. Deze beschermgod Enki  zorgde er later ook voor dat de mensheid niet helemaal uitstierf  als gevolg van de zondvloed. Hij gaf opdracht aan Noach om  soort van waterdichte (onderzee-) boot te bouwen en daarin genoeg voedsel en mensen en dieren om enige tijd te kunnen overleven.     
De Soemerische  gebeurtenis in het paradijs en hof van Eden 
  Om vanuit het heelal of ons zonnestelsel zomaar neer te dalen op aarde (en natuurlijk ook weer te kunnen vertrekken) is behalve veel astronomische kennis  ook een goed ontwikkelde ruimtevaarttechnologie nodig. Dankzij de moderne ruimtevaarttechnologie en het Apolloprogramma dat een reis en bezoek aan de Maan opleverde, hebben wij als huidige beschaving wel enig idee. Wij kennen de drietrapsraketten met bovenin een capsule voor de astronauten (het deel dat nodig is voor de maanlanding en aardelanding zelf) . We kennen de beelden van onze ruimtevaarders in witte opgeblazen ruimtepakken met doorzichtige helmen, zuurstofmaskers , slangen en communicatiemiddelen.  We hebben ook nog scherp in ons geheugen de lanceringen van de Apollo-rakketten die met donderend geraas en een vuurzee onder zich loodrecht omhoog steeg , steeds sneller en uiteindelijk verdween achter de wolken of dampkring.  Natuurlijk rijst dan de vraag maar hoe deden de oude Goden dat dan? Gek genoeg vinden we de antwoorden in deze oude Soemerische geschriften in de vorm van afbeeldingen en teksten die heel erg lijken op onze ontwerppogingen. De overeenkomsten van ruim 3.000 jaar oude bronnen zijn meer dan frappant.
 

Met grote precisie is deze "Ruimtevaarder-God" vastgelegd met overal
hoogwaardige ruimte-technologie.

Een ruimtestation of moederschip met uitgeklapte zonnepanelen en communicatie-
antennes in de ruimte. Links en rechts de ruimtevaart-Goden in hun technologische outfit. 

De (los-) koppeling van de ruimtevaartcapsule (GIR) van de draagraket (DIN) 
De tweede vereiste is een gedegen astronomische kennis van minimaal ons zonnestelstel met een centrale ster (de zon) en daaromheen een aantal hemellichamen/planeten die in elliptische banen om de zon cirkelen. Men zou de wiskundige en natuurkundige kennis moeten hebben om deze banen, precieze plaatsen en omlooptijden  te bepalen alsook hun eventuele verduisteringen. Al deze kennis hebben wij pas ongeveer een eeuw  na de ontdekkingen van onze belangrijkste planeten. Zo is Uranus in 1781 ontdekt met een telescoop. Neptunus in 1846 en pas in 1930 planeet Pluto. Het heliocentrische wereldbeeld met een centrale zon danken we aan Copernicus (1543). Wat wisten de oude Soemeriërs van dit alles?

De ster is de zon, maan en daarnaast zeven planeten(bolletjes)


 

Planeet Mardoek (de twaalfde planeet) zou in een enorme elliptische baan om de zon
draaien en iedere 3600 jaar voorbij Jupiter afbuigen naar de astroïden gordel
en dan het dichtst bij de aarde komen.  
 De Soemeriërs wisten al dat de maan een unieke planeet was (met een eigen samenstelling) en niet een van de aarde afkomstig deel, ondanks zijn baan om de aarde. De Sumeriërs kenden ook de onderlinge verhoudingen in grootte  met Jupiter en Saturnus veruit als grootste planeten en Uranus & Neptunus als een soort kleinere tweelingplaneten maar nog altijd veel groter dan Aarde, Mars, Venus, Mercurius en Pluto . In meerdere verschillende teksten (oa de Grote Sterrenlijst) worden vele hemellichamen gerangschikt en astronomische kennis beschreven.
Het meest bijzonder is echter dat er een tekst, het Scheppingsepos, bestaat, die de evolutie van ons eigen zonnestelsel beschrijft. Zover zijn "onze" astronomen nog niet gekomen.
Volgens dat verhaal zouden er in den beginne drie hemellichamen zijn in ons zonnestelsel: De zon (die er het eerste was en Apsoe genoemd werd) en verder Tiamat (bestaat niet meer) en Mercurius (Moemoe). Daarna ontstaan de planeten Mars (Lahmoe) en Venus (Lahamoe) . Weer later komen daar de reuzeplaneten bij van Jupiter (Kisjar), Saturnus (Ansjar) en de veel kleinere Pluto (Gaga). Als laatste Uranus (Anoe) en Neptunus (Ea). De aarde en de maan zijn weer later "geschapen", door een bijna-botsing tussen Tiamat en Mardoek (de godenplaneet) . Tiamat heeft in deze strijd het onderspit gedolven en is uiteen gevallen in een asteroïdengordel van kleinere brokstukken én .. de aarde en de maan. De asteroïdengordel vormt een soort grensvlak tussen de binnen- (zon, mercurius, venus, aarde/maan en mars) en buitenplaneten (Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto). Dit alles overziende is het bijna onvoorstelbaar dat een heel oude beschaving over al deze astronomische, wiskundige en natuurkundige kennis beschikte , tenzij het afkomstig is van een veel oudere buitenaardse beschaving,  die dit meebracht naar de aarde.
 Mijn conclusie is in ieder geval dat het aardse scheppingsverhaal van Sitchin, gebaseerd op de oudste overgeleverde bronnen meer waarheid bevat dan welk ander wetenschappelijk of religieus boek. De toekomst zal het ons leren !    


Update.
In juni 2017 hebben astronomen op basis van nieuwe berekeningen het sterke vermoeden uitgesproken dat er inderdaad in ons zonnestelsel nog een of zelfs twee extra planeten moeten zijn, die planeet 9 en 10 worden genoemd. Zou Nibiru of Mardoek dan toch reëel zijn?!
  http://www.ninefornews.nl/vreemde-zonnestelsel-objecten-baan/
 
 












 
 
 
















 
 

 
 
 
 

 





 
 
 
 

 
 
 
 
 
















 
 

zaterdag 5 november 2016

Reïncarnatie wetenschappelijk onderzocht.

In verschillende religies en volgens meerdere geleerden is reïncarnatie een vanzelfsprekend onderdeel van de levensfilosofie. In het hindoeïsme, boeddhisme en ook in de theosofie en antroposofie zijn het uitgangsprincipes. Pythagoras, Plato, Kant , Hume en Schopenhauer hadden ook  belangstelling voor de wedergeboorte. Emanuel Swedenborg  heeft er over geschreven en was er zelfs van overtuigd.       
 
 
De afgelopen decennia zijn er veel onderzoekers geweest die op verschillende manieren geprobeerd hebben voorbeelden van reïncarnatie of  van opnieuw geboren zielen  te bewijzen.
Zo kennen we  het bijzondere  boek  van Joanne Klink : “Vroeger toen ik groot was: vergaande herinneringen van kinderen”. Deze Nederlandse theologe studeerde in Leiden en werd later Remonstrans predikante in Haarlem. Haar grootste bekendheid heeft ze echter gekregen door haar vele boeken, die baanbrekend waren en met als terugkerend  thema: geloof &  kinderen. In het boek “Vroeger toen ik groot was”, heeft zij op basis van veel gesprekken met jonge kinderen hun verhalen zo nauwgezet mogelijk opgeschreven. Die verhalen geven de sterke suggestie  dat kinderen tot een bepaalde leeftijd nog kennis hebben van een eerder leven. De beschrijvingen zijn zo verrassend en authentiek , dat ze zeker niet geschaard kunnen worden onder de term kinderlijke fantasie. Het is echter geen wetenschappelijk boek, omdat Klink niet persoonlijk alle uitspraken van deze kinderen heeft kunnen toetsen.
Een andere benadering die veel uitgetest is, zijn voorbeelden van mensen, volwassenen in dit geval,  die onder verschillende vormen van diepe of lichte  hypnose gebracht worden, ook wel regressietherapie genaamd, en zich dan opeens verhalen over vorige levens herinneren. Vaak wordt er wat lacherig over gedaan omdat teveel mensen  suggereren dat ze een beroemdheid zijn geweest in een vorig leven, zoals Napoleon of Mozart.
Iemand die hier veel aan heeft bijgedragen is dr. Helen Wambach een professor in de psychologie. Haar belangrijkste boek heet: “Een mens heeft vele levens”. De verhalen zijn  indrukwekkend en voor de personen in kwestie zeer betekenisvol. Het kan dat daardoor diepgewortelde trauma’s opgelost worden of  juist  inzicht geven in een mogelijke herkomst van dat trauma  en dat draagt ook bij aan de verwerking. Wambach heeft ook geprobeerd om historische feiten te verifiëren en is daardoor ook veel wetenschappelijker.
 
Prof dr. Ian Stevenson past ook in deze categorie van wetenschappelijke onderzoekers.  Hij was directeur van de parapsychologische afdeling  van de Universiteit van Virginia en is in 2007 overleden. Hij reisde de wereld over om diverse gevallen van mogelijke wedergeboorte te onderzoeken. In zijn boek “Reïncarnatie” , dat in het Nederlands in 1981 is verschenen  beschrijft hij uitgebreid  twintig van dergelijke  gevallen.  Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat kinderen in de leeftijd van drie tot vijf jaar spontaan kunnen gaan vertellen over een  vorig leven.   Vanaf de leeftijd van zes à zeven  jaar lijkt het doek weer te vallen en verdwijnen deze herinneringen weer.  Stevenson heeft de moeite gedaan om intensief met deze kinderen te praten en hun familieleden en alleen  als gebleken is dat de personen die ze zeggen te zijn geweest in dat vorige leven, ook aangetoond kunnen worden. Als die mensen nog leven (en dat is een voorwaarde) worden ook zij ondervraagd op alle mogelijke feiten en gebeurtenissen. De verhalen zijn werkelijk verbluffend en een aantal zal ik hieronder beschrijven.  Ze spelen in India , Ceylon (nu Sri Lanka), Libanon, Brazilië en zelfs een aantal in Alaska. 
 Later in zijn leven heeft Stevenson ook op andere manieren verbanden tussen levens onderzocht en wel op basis van onverklaarbare geboortekenmerken. Dat kunnen moedervlekken zijn of kleine lichaamsafwijkingen aan hoofd en oren. Stevenson heeft ontdekt dat personen vertellen hoe zij overleden zijn in een vorig leven en dragen daarvan soms steeds kenmerken in dit nieuwe leven. De wonden zijn weliswaar "geheeld", maar nog steeds zichtbaar.  Nu echter terug naar een aantal voorbeelden van vorige levens.
 
 
 
 
Prakash (India).   
Een jongen van tien jaar, genaamd Nirwal stierf in april 1950 aan de pokken in zijn ouderlijk huis te Koso Kalan, een stad in het district Mathura, Uttar Pradesh. Op de dag van zijn overlijden was hij prikkelbaar en ijlde hij. Hij zei tot twee keer toe tegen zijn moeder : “Jij bent mijn moeder niet, jij bent een Jatni (lagere kaste). Ik ga naar mijn eigen moeder en wees naar een ander stadje Chhatta (op ruim 9 kilometer afstand van Kosi Kalan)”.
In augustus 1951 beviel een vrouw in Chhatta  van een zoon die zij Prakash noemde. De jongen groeide op zonder bijzonderheden totdat hij ongeveer vierenhalf jaar oud was en toen door een nachtmerrie wakker werd en de straat oprende. Hij riep dat hij in Koshi Kalan thuishoorde, dat zijn naam Nirmal was en dat hij daar naartoe wilde. Dat wakker worden en dezelfde uitspraken gebeurde een aantal keren en hij noemde daarbij ook de naam van zijn vader Bholanath. De familie was verontrust en uiteindelijk besloot een oom om de jongen een keer naar die plaats te brengen, omdat het niet ver af. Eenmaal aangekomen wees de jongen op een huis/winkel, die toebehoorde aan Bholanath Jain . Later toen er eenmaal een contact was gelegd bleek inderdaad dat deze familie een kind had verloren aan de ziekte pokken en Nirmal heette. Het kind, Prakash wist zich nog veel van de familie te herinneren en ook feiten die vreemden normaal niet kunnen weten. Het is een opvallend voorbeeld omdat de wedergeboorte  zo kort na elkaar plaats vindt. Het is maar ruim een jaar later en ook nu weer in het lichaam van een jongen en niet in dat van een meisje, zoals wel vaker wordt beweerd. Je incarneert om beurten als vrouw en dan weer als man. Dat maakt een onderzoek als dit wel heel goed mogelijk. Verder is het ook toevallig dat de geboorteplaatsen dichtbij elkaar liggen (nauwelijks 10 kilometer verwijderd van elkaar). In andere gevallen liggen de plaatsen en tijden ver uit elkaar met soms honderd jaar ertussen en continenten van elkaar verwijderd. Natuurlijk blijft het nog een raadsel hoe Prakash in de uren van zijn sterven (op tienjarige leeftijd) kan herinneren of beweren dat hij een ander leven had/heeft dat nog moet beginnen een jaar later. Is dit een vorm van precognitie, of juist een vorm van progressie als een beeld van een toekomstig leven. Hoe gek het ook klinkt waar dr. Helen Wambach heeft hier ook onderzoek naar gedaan en meerdere voorbeelden beschreven. Het  boek "Visioenen van de toekomst" is daar het bewijs van.   
 
 
Sukla , dochter van Sen Gupta, uit Kampa, een dorp in West-Bengalen in India, werd in maart 1954 geboren.  Toen zij een jaar of twee oud was zag men haar vaak een kussen of stuk hout wiegen en tegelijkertijd het woord Minu uitsprekend. Op een vraag uit de familie wie dat was zei ze: “mijn dochter”. Dit kinderspel is zeker niet uniek te noemen, en juist veel voorkomend.  In de daarop volgende jaren echter vertelde zij meer bijzonderheden over “haar kind” en eerdere man die als familie in Rathala (een wijk in Bhatpara) leefden, zo’n 18 kilometer verwijderd van Kampa.  Enige tijd later hoorde men via een kennis dat er inderdaad een wijk in Bhatpara was die zo heette. Bij navraag in deze wijk bleek dat er inderdaad een familie was, waarvan de moeder  Mana heette, die enige jaren tevoren, in januari 1948, was gestorven en een dochtertje achterliet met de naam Minu.  
Dat was voor de familie Gupta genoeg reden om met Sukla, toen zij ongeveer 5 jaar was, naar Rathala te reizen en contact te zoeken met deze familie. Sukla wees rechtstreeks het huis aan en benoemde ook verschillende familieleden en wees op bepaalde voorwerpen in huis. De ontmoeting met haar “vorige man en kind Minu” bracht Sukla hevig in beroering en zij wilde blijven.  Gedurende haar verdere leven heeft ze voortdurend contact gehouden met haar vroegere familie, want de genegenheid was wederzijds.

Ook hier is de reïncarnatie amper na 5 jaar en op nog geen 20 kilometer van elkaar verwijderd, hetgeen een gedegen onderzoek mogelijk maakte. Het jonge kind Sukla wist zoveel details, voorvallen en intimiteiten te vertellen van haar vorige leven dat dit het gebeuren extra authentiek maakt. De wedergeboorte is ook nu weer als  vrouw. Volgens sommige theorieën zou een snelle reïncarnatie alleen optreden in het geval van kinderen. Dan is een tijdspanne van een paar jaar tussen levens mogelijk, omdat kinderen eigenlijk nog geen "karma" hebben opgebouwd. Bij volwassenen moet je eerder denken aan gemiddelde tussenpozen van honderd jaar, zo stelt ook Rudolf Steiner, grondlegger van de geesteswetenschap antroposofie.   

Maria Januaria de Oliviera (Brazilië) lag op haar sterfbed als gevolg van tuberculose en belooft haar beste vriendin Ida Lorenz: "Als ik ben wedergeboren, zal ik geboren worden als een dochter van jou. Als ik oud genoeg ben om te spreken zal ik dingen vertellen die alleen wij twee weten en daaraan zul je herkennen dat ik het ben en dat ik ben teruggekeerd". Tien maanden later schonk Ida het leven aan een dochter Martha. Toen zij bijna drie jaar oud was begon ze te vertellen over oude gebeurtenissen uit Maria's leven. In totaal heeft zij wel 120 verklaringen afgelegd over voorvallen tussen beide vrouwen.
Deze reïncarnatie is helemaal bijzonder, omdat  de persoon ik kwestie kennelijk zelf kan kiezen en bepalen hoe zij zal terugkomen in een volgend leven. Dat is geen goddelijke of geestelijke bestemming, maar deels kennelijk een eigen keuze.