dinsdag 19 maart 2019

Jeugdherinneringen


Gregoriuskerk in Brunssum

In het voorjaar van 1955 ben ik geboren in Heerlen als derde kind in het gezin. Na ongeveer een jaar zijn mijn ouders verhuisd naar het nabij gelegen Brunssum waar ze een vrijstaand huis konden betrekken, tegen de belachelijk lage koopprijs van fl. 17.000 ,- . Hier heb ik mijn hele jeugd doorgebracht, die gemiddeld genomen best gelukkig was. Ik herinner me het vele, eindeloze "spelen" in de lange achtertuin, waar we tunnels konden maken om erin te kruipen of juist hoog in de kersenboom te klimmen voor de heerlijke Spaanse spek-kersen.
We hadden ook lange rijen struiken met zwarte “miemelen”(aalbessen) en  lichtgroene “kroezele” (kruisbessen). Maar ook een heel veld aardbeien en frambozen. De Limburgse klei had veel te bieden, maar kostte veel inspanning om de vette brokstukken “om te spitten”.  

Dat betekende niet dat wij nooit buiten de deur kwamen. Integendeel want we gingen ook veel naar de dichtbij gelegen rolschaatsen-baan in de Beatrixstraat om er te voetballen, maar ook naar de vlakbij gelegen speeltuin. Daar ging het ook een keer mis, toen wij (mijn klasgenootje en vriendje Hans Lombarts) op een vochtige vakantie-ochtend, nog voor openingstijd, over de omheining van de speeltuin wilden klimmen. Ik schoot uit met één been en gleed zo onder het prikkeldraad door met een flinke jaap in mijn onderbeen als gevolg. Een tijdlang voelde ik helemaal niets en kon zo tot op het bot kijken en zag rood/wit gespikkeld vlees eromheen. Later heb ik het wel moeten laten hechten en dat is een levenslang litteken gebleven.  Voor mijn ouders was het zeker even schrikken want nog geen jaar daarvoor had ook mijn broer een ongelukje gehad in diezelfde speeltuin. Hij viel van de wip toen hij in het midden stond te balanceren en viel met de binnenkant van zijn bovenarm op een stalen ronde knop. Toen ontstond er ook een gat dat gehecht moest worden. 

Wat de gezondheid betreft was ik ook voor mijn ouders het “zielenpietje”, want ik leed al vanaf jonge leeftijd aan astmatische bronchitis. Heel vervelend om je eigen kind te horen piepen en naar adem snakken. In een vochtige douche werd het wat minder , maar het beste werkte de gezonde buitenlucht. Als ik weer een bronchitisaanval kreeg ging ik al vroeg buiten wandelen. Mijn ouders, die kennelijk niet veel vertrouwen hadden in reguliere medicijnen, hebben allerlei “kwakzalvers” bezocht uit het alternatieve gezondheidscircuit. Van magnetiseurs, helderzienden, paragnosten tot “strijkers”. Uiteindelijk vond ik er gelukkig ook baat bij. Een behandelaar zag of wist dat ik de aanvallen kreeg als ik op een bepaalde lichaamszijde lag. Hij raadde me dus aan om altijd op mijn rechterzijde te gaan slapen. Dat werkte. Misschien kwam het ook door een andere reden , want later werd bekend dat je ook eroverheen kon groeien in de puberteit. Psychologisch gesproken komt astma voor in gezinnen waar kinderen zich ook te weinig veilig en beschermd voelen. Deze kinderen  voelen als het ware een extra druk die letterlijk de longen bijna dichtknijpt. Misschien was ik als kind extra gevoelig , hetgeen ook bleek uit meerdere allergieën zoals voor huismijt en katten. 
Als kind voel je heel intuïtief hoe de verstandhouding tussen je ouders is en ik kromp in mijn bed in elkaar als ik ze hoorde bekvechten. Mijn vader was vrij autoritair en kon dan na een onenigheid dagenlang niets meer tegen mijn moeder zeggen, die daar erg onder leed. Als kind leed je mee, want je wil helemaal geen partij kiezen.


Altaar van de Gregoriuskerk 

Als jonge onderzoekers en belhamels haalden we in de speeltuin ook ondeugd uit. Zo wisten we de plaatselijke laagbegaafde jongen over te halen om zijn geslachtsdeel te laten zien, waarna wij hem ook nog uitlachten. Ook speelden we in de bosjes doktertje en bekeken dan de geslachtsstreek van een buurtmeisje. Toen dat ontdekt werd volgde een zware vernedering. Zelfs de politie kwam eraan te pas om mijn ouders te informeren en mij te bestraffen.

Toen ik wat ouder werd kreeg ik ook contact met een ander speelkameraadje uit de nabij gelegen Beatrixstraat, die iets ouder was en munten verzamelde net als ik. Wij ruilden volop, maar ik liet me ook overhalen om samen in een bejaardentehuis een “beurs” of spaarpotje te ontvreemden. Helaas werd dat  ontdekt en waren wij meteen onze kinderlijke onschuld kwijt. Mijn oudere zus moest mij zelfs van het politiebureau komen ophalen, nadat er proces-verbaal was opgemaakt. Of dit de juiste opvoedkundige aanpak is valt te betwijfelen. Misschien bestaat het begrip nog niet, maar een kindertrauma zou je er wel van kunnen krijgen. Braver ben ik er ook niet van geworden want de “streken” werden later op het internaat Rolduc alleen maar erger.  Er was in mij kennelijk een sterke onbewuste drang om uit de “beknellende” ban te springen.

Mijn moeder was een lieve, praktische vrouw  die zorgde voor het huishouden, de was, onze kleren en ze kon vooral lekker koken. Toen ik later als enige kind nog thuis woonde vanaf mijn 14e tot en met mijn 21e , zorgde zij vaak voor een lekkernij. Erwtensoep, gemaakt met Eisbein, zelf gemixte pannenkoeken, een koude schotel, zelfgedraaide kroketten of geklopte mayonaise waren haar specialiteiten. Bij feesten of feestdagen bakte ze ook een cake of een harde Wiener-taartbodem, die belegd werd met gekookte kersen. Als kind was ik nieuwsgierig en kon ik aandachtig  meewerken. Zelfs bij het poetsen mocht ik helpen door onder en achter het bed de plinten schoon te maken. Als klein "broekie" vond je dat heel normaal.
Braaf stopte zij ons ook in een plastic badteiltje in de keuken om ons te wassen voor het weekend. Later toen we een badkamer hadden laten aanleggen en ook een douche, hoefde dat gelukkig niet meer. 
Van mijn vader leerde ik de wat meer technisch klusjes, zoals een lamp vervangen, een elektrische stekker monteren,  een lamp ophangen en een fietsband plakken. Later heb ik mezelf het sleutelen aan een brommer geleerd. Ze vonden mij kennelijk zo slim daarin, dat ik later maar naar een technische school ben gegaan. De HTS is echter geen plek voor brommermonteurs, maar dat leerde ik later pas. Zie ook: 
https://bedrijfskunde-economie.blogspot.com/2018/02/hts-tijd-in-heerlen-1973-1977.html

Mijn vader was geboren in Venray (Noord-Limburg) en mijn moeder kwam uit Ravenstein (Gelderland). Toen zijn naar Zuid-Limburg verhuisden, moesten zij zich aanpassen. Mijn vader leerde dat snel door zijn werk als inspecteur van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid. Hij kwam op menige bouwplaats en bij veel  aannemers. Mijn moeder leerde het dialect vooral van de buren en door haar vrijwilligerswerk bij het UVV (Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers) en als collectante , maar ook als lid van het plaatselijke koor en de gymnastiekclub. Als kind leerde ik het spelenderwijs op straat al hoorde ik veel verschillende benamingen voor het veilige plaatsje thuis: “Ich goa nao Hoes, nao Heem of Hevish”.  Ik begreep het toch wel. 
 
De weekenden verliepen vaak hetzelfde met s’-ochtends een kerkbezoek bij de Gregoriuskerk of de Sint Jozefkerk. De kinderen gingen mee tot aan de puberteit. Mijn ouders waren beide katholiek en matig gelovig. Zelf vond ik de Bijbelverhalen en de Gregoriaanse gezangen en de Latijnse teksten indrukwekkend. Zeer bijzonder waren ook de processies, waarbij een Mariabeeld op de schouders werd rondgedragen en de wegen op sommige plaatsen kleurrijk met motieven waren versierd, bestaande uit zand, gekleurd poeder en bloemblaadjes. Aangezien ons huis halverwege aan een kleine heuvel lag, kon je dan de hele versiering prachtig overzien als je onderaan de Wilhelminastraat ging staan. De hele geloofsgemeenschap deed eraan mee. 

Nog heel goed weet ik nog de eerste Heilige Communie op 7-jarige leeftijd. Als kind kreeg je dan extra veel cadeaus van familie zoals een mooie bijbel of een rozenkrans met een Christus-kruisje en vooral ook (veel) geld. Voor die gelegenheid werd je ook in een deftig kinderkostuum gehesen met zwarte glimmende lakschoenen aan je voeten, zoals ik op de toen gemaakte foto terug kan zien. Datzelfde gebeurde bij de tweede plechtige Communie zo rond het 12e jaar.
 
 ‘s-Middags gingen we meestal op familiebezoek in Brabant of Noord-Limburg. Het grote voordeel was dat we op de terugweg dan meestal in een wegrestaurant gingen eten. Mijn ouders hadden zo hun vaste plekjes zoals bij een Nederlandse Chinees aan de Napoleonsweg onder Roermond, of een Van der Valk restaurant. Als kind herinner ik me nog de vele avondlijke terugritten, gezeten in de kattenbak van de Volkswagenkever en slaapdronken van het monotone motorgeluid en ritmische weggeluid. Op zo’n momenten weet ik nog kon ik mijn ouders bestoken met lastige vragen: “Hoe ver is de Maan? Wonen daar ook mensen”?  

Met mijn drie jaar oudere broer had ik bij vlagen wel een plezierige relatie. We deelden dezelfde slaapkamer en sliepen in hetzelfde tweepersoonsbed. Soms oefenden we allerlei circusacts , waarschijnlijk omdat we allebei ook een tijdje op gymnastiek zaten. Toch kon de stemming ook omslaan en dan irriteerde hij me mateloos. Zo herinner ik me nog dat ik een keer uit woede een dartpijltje in zijn richting gooide, dat pardoes in zijn voethiel bleef steken. Gelukkig zonder verdere, ernstige gevolgen. Onderling konden we ook bonje krijgen over de zenderkeuze op televisie, want we hadden ieder zo onze voorkeuren.  Met mijn vijf jaar oudere zus had ik niet zo veel op, waarschijnlijk vanwege het leeftijdsverschil. Ze kon nogal kattig en geïrriteerd zijn. Op latere leeftijd is de verstandhouding juist veel beter geworden.                        

 De lagere Katholieke jongensschool was vlakbij, onderaan de Wilhelminastraat en daar heb ik gezeten tot en met de vijfde klas. Daarna ben ik naar internaat Rolduc gegaan. Zie ook:  https://religieuze-ervaringen.blogspot.com/2017/10/abdij-en-internaat-rolduc.html
 Behalve het spelen met knikkers en met een mesje gooien in de grond was het vaak ook pittig vechten met sommige jongens uit de volksbuurten  de Egge en de Roozengaard. 

Uitzonderlijk waren ook de pakjesavonden ter gelegenheid van Sinterklaas. We werden overstelpt met cadeau's van onze ouders en oppas Miep, maar ook van Tante Marja en Ome Toon en Oma Ravenstein.  

Tijdens de zomer gingen we wel eens kamperen met een kleine caravan. Zo stonden we als gezin bijna twee weken op camping Ockenburg, nabij Den Haag. Het leek wel de grootste van Europa. Mijn vader zette ons dan af en vertrok daarna weer meteen. Ma met de kinderen bleven en wij amuseerden ons wel.

Veel herinneringen bewaar ik ook aan de eerste grote buitenlandse vakantie, via Duitsland, Oostenrijk naar Italië en op de terugweg via Zwitserland. We logeerden dan in een hotel in Lido di Jesolo vlakbij Venetië aan de Adriatische kust. Altijd mooi weer, een geweldig lang zandstrand, een oneindige boulevard met kleding- en schoenwinkels maar vooral ook kraampjes met heerlijke stukken roze meloen en super Italiaanse ijsrestaurants met enorme glazen "kommen" ijskoffie. Heerlijk. Ook de Italiaanse schonen waren de moeite waard.

Nu komen we alleen nog in Brunssum voor een jaarlijkse herdenkingsmis sinds beide ouders zijn overleden en dan bezoeken we ook hun graf. 




Overall gekeken heb ik een gelukkige jeugd  gehad in Brunssum. Na drie jaar Rolduc (in Kerkrade) kwam ik weer terug naar Brunssum om op het Romboutscollege de laatste drie jaar van de Havo af te maken. Daar werd het gezellig met de meisjes en uitgaan en vooral erg genieten van de in opkomst zijnde popmuziek. Dat begon met Radio Luxemburg en later de piratenzenders totdat alle Nederlandse radiozenders ook moderne muziek gingen draaien zoals Hilversum 3 op de FM-transisterradio''s.                             


vrijdag 21 december 2018

De voorspellingen van David Wilcock




Deze nog vrij jonge man , geboren in 1973 en zo’n 45 jaar oud heeft al een hele staat van dienst. Het gaat dan niet alleen om het uitgeven van drie dikke boeken van soms 500 bladzijden waaronder “The Ascension Mysteries”, maar daarnaast heeft hij eind 2018 ook al een indrukwekkende film met de titel “Above Majestic” uitgebracht. Hij wordt zelfs door de New York Times uitgeroepen tot bestselling author.
Nog indrukwekkender is echter de omvang van zijn kennis en diepe inzicht, die in de boeken en film naar buiten komen. Geen onderwerp lijkt overgeslagen te worden: oude buitenaardse beschavingen, Ufo’s, het geheime ruimtevaart programma van de Verenigde Staten, de Cabal of Illuminata, Karma en Reïncarnatie,  maar vooral het onderwerp van de kosmische en vooral ook aardse evolutie, waar wij allemaal mee te maken zullen hebben.

Wilcock is ervan overtuigd en heeft daarvoor vele verschillende bronnen dat wij als mensheid op een heel belangrijk evolutionair omslagpunt zijn aanbeland, waarbij een cyclus van 25.920 jaar is afgerond en wij volgens de Maya- kalender  vanaf 2012 in een hogere nieuwe cyclus terecht komen. De aarde is dan weer in het hart van ons planetair stelsel terecht gekomen en hogere energieën van de zon en ons sterrenstelsel zullen zorgen voor een “energieboost” van ongekende omvang, samenvallend met een enorme lichtflits vanaf de zon.  De mensheid zal daarna snel evalueren en transformeren naar een hoger kosmisch en evolutionair niveau, waardoor hogere vermogens zoals telepathie, telekinese, levitatie, astrale uittreding en astraal reizen, maar vooral kosmische liefde en medemenselijkheid voor alle mensen beschikbaar komen en ontwikkeld zullen worden. 

Er zal dan ook een einde komen aan de huidige invloed en macht van de Cabal en Illuminata die vooral hun eigen macht en welvaart nastreven, ten koste van de gehele mensheid.  Deze overgang is al lang voorspeld voor 2012 maar ook door de slapende helderziende Edgar Cayce , ook als de Apocalyps in de Bijbel en voorspellingen van Rudolf Steiner en Benjamin Creme. Het is een kosmisch evolutionair proces waarvan ook buitenaardse beschavingen (en dat zijn er vele)  op de hoogte zijn en ons begeleidden zodat wij zijn voorbereid op deze omslag/transformatie. Vanwege allerlei factoren is het exacte moment steeds verschoven maar volgens Wilcock zal deze overgang zeker plaatsvinden tussen 2017 en 2023. Nu eind 2018 zitten we er heel dicht tegenaan en zullen wij dit bijna allemaal nog gaan meemaken! Dat is de kern van de boodschap die David uitdraagt. 


Daarnaast is hij zeer actief geweest in het zogenaamde Disclosure programma (openbaring) wereldwijd om overheden en insiders  op te roepen om bekend te maken dat buitenaardse beschavingen daadwerkelijk bestaan en de aarde veelvuldig hebben bezocht in een ver verleden en nog steeds, daarbij zeer geavanceerde ruimtevaartvoertuigen gebruikten (Ufo’s) en zich konden verplaatsen in ons omringende zonnestelsels. Daarnaast moet ook bekend worden dat de VS een geheim en zeer  uitgebreid geheime ruimtevaartprogramma heeft, omdat zij de kennis en de technologie van de buitenaardsen hebben verkregen en via “reversed engineering”  hebben ontwikkeld en daarom nu ook beschikken over Ufo-achtige voertuigen. Het Roswell incident in 1947 heeft daarbij een grote rol gespeeld. Inmiddels wordt er in het geheim zelfs samengewerkt  met buitenaardse mensachtige beschavingen. 

David heeft intensief gesproken met meerdere insiders uit de hoogste NASA kringen en uit kringen van het geheime Ruimtevaartproject die hierover openheid van zaken geven en ook hebben aangegeven zelfs te willen getuigen voor een Senaatscommissie als hierom gevraagd wordt. Dat zijn hele moedige personen die de macht en invloed van de machthebbers trotseren en grote persoonlijke risico’s lopen. Denk aan het lot van eerdere klokkenluiders als Julian Assange (Wikileaks) en luitenant Snowden. Het vrijgeven van dit soort “staatsgeheimen” is levensgevaarlijk. 
Een belangrijke bron voor David Wilcock is bijvoorbeeld de hoge voormalige NASA- insider Maurice Chatelain , die ook het boek “Our Cosmic Ancestors” heeft uitgegeven. Officieel zoekt de NASA nog steeds naar leven en levensvoorwaarden op andere planeten in ons zonnestelsel en ontkennen en verdoezelen ze bijzonderheden als structuren op onze Maan en op Mars. Andere bronnen zijn voormalige Apollo-astronauten die jaren later openlijk hebben verklaard dat UFO’s actief waren tijdens de verschillende maanreizen. De Apollo 8 en haar bemanning was in staat om rondjes om de maan te maken en vele foto’s te maken, vooral van de achterkant van de maan die wij nooit te zien krijgen. Daar zijn lichten en structuren gezien/ontdekt, die fascinerend zijn en zeker een sterk bewijs vormen van buitenaardse beschavingen vroeger en nu. NASA heeft echter de foto’s later bewerkt en alle bijzonderheden weggepoetst. Gelukkig is dat niet helemaal gelukt en zijn er bewijzen overgebleven. Officieel zijn de foto’s en films van de Apollo en Maantrips echter op onverklaarbare wijze verdwenen. Dat weten we nu dankzij o.a. het Disclosure project.

David Wilcock beschrijft in dit 3e boek vooral ook zijn persoonlijk levensverhaal waarbij de lagere, middelbare en collegejaren meestal een verschrikking waren voor hem, omdat hij voortdurend gepest en geplaagd werd om hij dik was, een beetje zonderling en totaal niet sportief. Pas na jaren training in gevechtskunsten kon hij voor zichzelf opkomen. De scheiding van zijn ouders en deze moeilijke schooltijd verdrong hij met intensief drugsgebruik. Weed of Marihuana heeft hij meermaals per dag en gedurende meerdere  jaren volop gebruikt. Het zonderlinge in zijn persoonlijkheid of karakter had ook te maken met zijn belangstelling voor onderwerpen als astrale reizen, heldere lucide dromen, kennis van de Tarot, meditatie, karma en andere spirituele zaken. Hij experimenteerde daarmee en wist ook flinke vooruitgang te boeken.
Zo herinnerde hij zich al als kind prachtige dromen waarin een leermeester hem voorspellingen deed en aangaf dat Wilcock later zelf een belangrijke rol zou gaan vervullen als spirituele gids. De jarenlange training om iedere ochtend zijn dromen meteen op te schrijven en ook de betekenis ervan te achterhalen werd steeds geperfectioneerder en betrouwbaarder. Zo is hij in staat gebleken om vele voorspellingen te doen van wereldschokkende gebeurtenissen, als de aanslagen van 9/11 en de kernramp van Fukushima in Japan.  Op zijn website https://divinecosmos.com/    vinden we hiervan bewijzen. Hij kreeg deze kennis van helpers zoals hogere en buitenaardse wezens rechtstreeks doorgegeven. Mede door zijn eigen training ontwikkelde hij deze hogere vermogens van intuïtie en imaginatie. Zeer boeiend zijn ook zijn ontdekkingen omtrent optredende synchroniciteiten (Jung), waar ook een ander boek van Wilcock deels aan gewijd is.






The Synchronicity Key 
Deze dikke pil bestaat uit heel veel verrassende verhalen waarvan misschien wel het meest bijzonder de vermelding van het boek van de Nederlandse cardioloog dr. Pim van Lommel  is met de titel “Eindeloos Bewustzijn” . Daarin heeft deze medische specialist over een periode van jaren  ervaringen opgetekend van patiënten met hartstilstand en die zich na het weer ontwaken uit deze “doodstoestand” toch verschillende zaken herinneren. Zo zijn er vele voorbeelden over wat zij zagen en hoorden wat achteraf ook door betrokken is bevestigd. Hersendood betekent dus niet afwezigheid of het stoppen  van een persoonlijk bewustzijn.  Daarnaast zijn er ook vele verhalen van mensen die daarna nog hele andere belevenissen hebben zoals door een tunnel gaan naar het licht waar ze in een prachtige omgeving terechtkomen en geliefden ontmoetten.   Het licht, geluid en een gevoeld van onmetelijke liefde overspoelt hen. Van Lommel heeft zoveel van dergelijk verhalen opgetekend en er uiteindelijk een soort van algemeen patroon uit afgeleid met verschillenden fasen en ervaringen. Door deze nauwgezette wetenschappelijke aanpak kun je bijna bewijzen maar zeker heel aannemelijk maken dat er een ziele of geestelijke wereld bestaat. De mens is een onsterfelijk zieleleven dat na de fysieke dood verder leeft.
Dat bewijst ook de enorm uitgebreide studie van dr I.Stevenson naar zogenaamde vroegere levens. Hij heeft wereldwijd consciëntieus verklaringen opgetekend en interview gehouden met personen die meenden dat ze zich een vorig leven konden herinneren . Op basis van deze aanwijzingen kon men dit achteraf ook verifiëren.  De voorbeelden zijn zo talrijk, verrassend en tegelijkertijd overtuigend , dat reïncarnatie geen geloofskwestie meer is,  maar een bewezen wetenschappelijk feit.
Bij de meeste mensen is de kennis van vorige levens toegedekt en/of versluierd omdat het een belemmering kan zijn om dit nieuwe leven open in te stappen. Toch blijken kinderen  zich op een jonge leeftijd  zo van  3 tot 7 jaar wel vroegere levens te herinneren. “Vroeger toen ik groot was” (lees ook gelijknamige boek van theologe Joanne Klink)  is een gevleugelde uitspraak die veel prachtige verhalen heeft opgeleverd.  Bij volwassenen krijgen we ook een toegang maar dan meestal via hypnose,  hypnotherapie of geleide fantasie.
Een latere studie van dr. Stevenson ging vooral over uiterlijke lichaamskenmerken tussen meerdere levens. Als iemand door een messteek of schotwond ergens in het lichaam de dood vindt blijkt in een volgend leven op dezelfde plaats een moedervlek,  verkleuring of soms misvorming op te treden. Gezichtskenmerken blijken ook grote overeenkomsten te hebben bij opvolgende levens.  Op basis daarvan zien oude bekenden in David Wilcock de teruggekeerde ziener Edgar Cayce.  Met de tegenwoordige geavanceerde computers, smartphones met gezichtsherkenning  zijn er vele voorbeelden gevonden zoals bij het onderzoek van Jim Tucker. We kennen ook de prachtige boeken van dr. Raymond Moody naar bijna dood ervaringen (BDE).

Een voor mij nog meer uitgesproken onderzoek is dat van dr. Michaël Newton die vanaf 1947 als hypnotherapeut werkzaam is geweest en honderden mensen in een lichte vorm van hypnose of hypnotherapie heeft teruggebracht naar hun eigen jeugd, vorige levens maar ook naar ervaringen tussen twee aardse levens (“the afterlife” or “In between lives”) . Newton’s  eerste boek waarin hij dat beschrijft heet:  Journey of Souls” (reis van de zielen). Later kwam ook zijn tweede boek uit “Destiny of Souls
Dat is zo uitgebreid door deze Newton verzameld en door vele verschillende personen beschreven, dat ook hier op een  wetenschappelijke manier het algemene verloop is vastgelegd .  In het boek The Synchronicity key  wordt vanaf bladzijde  166 tot 195 een gedetailleerde beschrijving gegeven van de tien fasen:  
De reis van iedere menselijke ziel na het overlijden of sterven van het aardse lichaam:
1.    1.  Dood en vertrek
 Na het overlijden blijf je nog enige tijd in de buurt van je fysieke lichaam , maar dan is een astrale of geestelijke vorm zodat anderen jou niet kunnen zien. Daar neem je waar wat er gebeurt en hoe je omgeving reageert op het heengaan zonder zelf echte emoties te hebben. Er is wel een gevoel van waardering als vrienden en familie met respect over de overledene spreken.  Na enige tijd realiseer je je dat je moet vertrekken en wordt je naar iets anders getrokken door een extatisch gevoel van vrijheid en briljant licht. 
2.      2. Poort naar geestelijke wereld
Zoals bij bijna dood ervaringen gaan zielen door een donkere tunnel met aan het eind licht. Het lijkt ook alsof het voorafgaande leven in vogelvlucht en tot in grote details herbeleefd wordt. Eenmaal aangekomen bij het licht ervaren zielen prachtige kleuren, vormen en geluiden in een sprookjesachtig natuurlijk landschap  Soms lijken deze plaatsen enigszins bekend als een vergezicht of uitzicht vanaf een berg en zijn daarmee dan ook zeer vertrouwd. Meestal ontmoet je er bekenden of een wijze gids die je verwelkomt , gerust stelt en opmontert.  
3.       3.“Thuiskomen”.
Hiermee kom je terecht bij je geestelijke “peergroup”, de groep waar je gezien ontwikkelingsgraad “bijhoort” en met wie je eerder ook meerdere levens hebt doorgebracht en nog zult gaan doorbrengen. Daar zijn zielen bij die ook nog op aarde kunnen leven, maar dus in het hiernamaals zijn in hun energetische lichaamsvorm . Dat is een hartverwarmende ervaring om deze oude getrouwe mensen/zielen weer te ontmoeten na zo’n lange periode. Je wordt overstelpt met een gevoel van liefde, acceptatie en verlangen om hier te zijn en te blijven . Tegelijkertijd krijgt je steeds meer herinneringen van vorige levens en eerdere ervaringen. 
4.       4. Oriëntatie.
Allereerst is er een fase van  energetische gezondmaking.  Oud zeer, trauma’s , verdriet en heftige gevoelens worden gereinigd, behandeld of schoongemaakt  in een soort lichtbad/ douche waar je doorheen gaat. In een ziekenhuis-achtige omgeving wordt je weer in balans gebracht. Daarna volgt een coaching of counseling periode met je liefdevolle gids, die je helpt terug te kijken op je vorige leven en na te gaan of je verwachtingen zijn uitgekomen en voornemens  zijn gerealiseerd. Rudolf Steiner heeft deze gids ook wel de “kleine Wachter” genoemd .  In een later stadium ontmoet de ziel ook een zeer hoog ontwikkelde groep,  de raad van Meesters of Raad van Ouderen , die Rudolf Steiner "de Grote Wachter" heeft genoemd, die je ook helpen de goede keuze te maken voor een volgend leven.    
5.       5. Transitie.
Deze fase is misschien wel de meest hartbrekende of enerverende periode in het hiernamaals. We gaan naar een soort open gebied, waar we zielen zien komen en gaan zoals op een trein- of metrostation, maar dan op een enorme schaal. Er is geen zwaartekracht dus het lijkt meer op een web van interacterende energetische tunnels, die zielen naar hun mogelijke toekomstige bestemming brengen. Ze reizen langs lijnen van licht en staan telepathisch in contact met dierbaren.  
6.       6. Positionering.
Hierbij komen we in een school-achtige omgeving waar we ook veel bekenden ontmoeten in groepen van zo’n vijftien personen, een soort “Inner Circle”. In deze setting houden we ons bezig met ons levensboek dat er enerzijds uitziet als een dik leergebonden boek maar anderzijds ook een holografische projectietechnologie in zich heeft. Iedere bladzijde komt overeen met een periode uit onze levens , levendig verbeeldt tot in ieder detail. De nadruk ligt er ook op dat we ons nu  verplaatsen en kunnen invoelen wat we bij andere mensen hebben teweeggebracht. Ook de slechte gebeurtenissen worden herbeleefd.  Voor de al verder gevorderde zielen is er ook gelegenheid om hele andere taken of bezigheden te verrichten zoals meehelpen aan het scheppen van levensvormen op aarde-achtige planeten die later in hun ontwikkeling zijn. De geestelijke zielen zijn daadwerkelijk scheppers. Het is ook een soort van recreatieperiode.     
7.       7. Keuze voor volgend leven
Vroeger of later komt er een moment waarop je de keuze maakt om je voor te bereiden op een volgend aardeleven. Dat voelt in eerste instantie als een angstaanjagend moeilijk proces, want je verlaat de beschermde en liefdevolle geestelijke wereld en komt weer in moeilijke aardse omstandigheden. In vroeger tijden lag er gemiddeld zo’n tweehonderd jaar tussen incarnaties maar vanaf 1700 is dat eens per honderd jaar . Er wordt gezegd dat je in een soort futuristische cockpit terecht komt met verschillende beeldschermen die je indrukken geven van verschillende mogelijke levens  voor een volgende keer. Met een controlepaneel kun je vooruit en terugkijken in die levens.
In sommige gevallen kun je (vrijwillig) kiezen voor een volgend levend dat misschien vrij abrupt zal eindigen  op bijvoorbeeld  jeugdige leeftijd door ziekte of ongeluk. Dat stelt je dan in staat een groot deel van je karma “snel” in te lossen.         
8.       8. Keuze voor nieuw lichaam
Hierbij kun je kiezen welk fysiek instrument je gaat meenemen op je reis naar de aarde. Gezond of juist niet. Groot en gezond of juist zwak en behoeftig. Dat stelt je in staat bepaalde ervaringen te ondergaan. Vooraf kunnen we voelen en zien hoe dat lichaam zal zijn en hoe een lichaam “denkt”!
9.       9. Voorbereiding en inchecken.
In deze fase ontmoeten we dierbaren die we in een volgend leven zullen tegenkomen en plannen we ook bijzondere synchroniciteitsgebeurtenissen die we ons hopelijk zullen herinneren. Symbolen of sleutelmomenten zullen we ons inprenten die bepalend zijn, bijvoorbeeld  wie onze levenspartner zal zijn.  Na al deze voorbereidingen treffen we nog de Raad van Ouderen  met een serene uitstraling , die onze voornemens willen horen en ons op het hart drukken om onze idealen te realiseren in dat volgende leven als een soort laatste peptalk.   
1      10. Nieuwe geboorte 
Hierbij verliezen we het bewustzijn en gaan we ook door een  soort van tunnel en worden uiteindelijk geboren.          


maandag 6 augustus 2018

Nationaal Ruimtevaartcentrum



Space Expo.

Nederland heeft een heus ruimtevaartcentrum Space Expo ingericht in de nabijheid van het ESTEC onderzoekscentrum in Noordwijk , dat  onderdeel is van het Europese Ruimtevaart Agentschap (ESA) .
Model van Europese Ruimteraket Ariane

 Wetenschappelijk gezien heeft Nederland een grote naam binnen het vakgebied van de astronomie. Veel ontdekkingen zijn gedaan door Nederlandse heelalonderzoekers.  Al jaren is Nederland daarnaast actief betrokken bij de ontwikkeling van een Europese ruimtevaart en al bij de lancering van de Europese Raket Ariane vanuit Frans Guyana. Ook heeft Nederland veel expertise op het gebied van satellietontwikkeling en kennen we de deelname van de Nederlanders Wubbo Ockels en André Kuijpers aan het internationale ruimtevaartstation (ISS) . Kuijpers heeft al twee missies mogen meemaken en de laatste was voor enkele maanden in de ruimte zweven in het ISS-ruimtestation. Zelfs de Sojoez-capsule waarmee André en zijn mede astronauten weer terug op aarde kwamen, staat tentoongesteld (zie onder). Bij terugkeer door de dampkring ontstaan hoge temperaturen waardoor de buitenkant ook plaatselijk zwart geblakerd is.


Prachtig is ook de nagebouwde astronautenruimte van het ISS waar je in kunt lopen en kunt zien hoe astronauten slapen in de ruimte en hoe ze door kleine raampjes de aarde kunnen gadeslaan.  

Het meest indrukwekkend is de nagebootste maanlander waarmee de Amerikaanse NASA astronauten naar de maan zijn gebracht en waarvan iedereen de beelden van de eerste stappen op een andere planeet nog wel op zijn netvlies heeft staan.
Toch zijn er sceptici die beweren dat de beelden niet echt zijn, maar gemaakt in een filmstudio.  Volgens sommigen is het nog niet mogelijk om door de Vanallengordels te vliegen, die als gevaarlijke stralings- of deeltjesgordels rond de aarde aanwezig zijn.
Een ander argument zijn twijfels over de originele foto’s die de NASA heeft vrijgegeven, waarop de maanlander er gewoon lijkt te zijn "neergezet". Het is bijna onvoorstelbaar dat het landingsgestel niet deels in het rotsachtige zand of gesteente is gezakt of beland. De landing moet toch een flinke klap hebben gegeven. Op de originele foto zijn de poten van het landingsgestel echter goed zichtbaar.  Vreemd genoeg heeft NASA het oorspronkelijke beeld- en filmmateriaal niet volledig vrijgegeven. Delen ervan zijn zelfs kwijtgeraakt. Kun je je dat voorstellen? Van de belangrijkste ruimtemissie? Slordig omgaan met feiten en bewijsmateriaal?

In het najaar van 2018 is er ook een Amerikaanse film uitgekomen die draait om de eerste kosmonaut van de Verenigde Staten Neil Amstrong, die als eerste een stap op de maan zette in 1969. De titel is passend: "First Man". Een eerbetoon aan de man die in 2012 is overleden, maar ook publiekelijk heeft aangegeven dat zij niet alleen op de maan waren. Zie ook https://www.wanttoknow.nl/universum/neil-armstrong-zo-was-hij-nooit-op-het-nieuws/
In de film First Man komt dat totaal niet naar voren, misschien ook omdat NASA meewerkte aan de productie van de film en de regisseur inzage gaf in oude documenten, maar vreemde zaken bijna altijd in de doofpot stopte. De film is wel een aanrader omdat het laat zien onder welke druk en hoogspanning deze ruimtevaartpogingen waren, met dieptepunten maar gelukkig ook successen. Je wordt bijna "medepassagier" en beleeft wat er in die capsule allemaal gebeurde.
Interessant in dit geval is ook de persoon Maurice Chatelain die gedurende het hele Apollo-project verantwoordelijk was voor de communicatie in de ruimte. Hij beschreef later in een boek Our Cosmic Ansestors dat hij ervan overtuigd was dat "buitenaardsen" en Ufo's alle Apollovluchten nauwlettend hebben gevolgd tijdens de vlucht en ook bij hun landingen en rondjes om de maan. Ze hadden er een geheime code zelfs voor. Steeds als een van de astronauten zei "Santa Claus is here", dan wist men in Houston dat er een Ufo gezien werd. Commandant Frank Borman van de Apollo 8 die in 1968 een tiental rondjes om de maan maakte zei tot zijn eigen grote verbazing: "Santa Claus is real" , oftewel Sinterklaas/de Kerstman (lees Ufo's en buitenaardsen) bestaat!  NASA wil echter het grote stilzwijgen hierover bewaren, omdat men bang is dat er anders misschien paniek uitbreekt onder de mensen. Deze doofpot wereldwijd duurt al decennia en maar mondjesmaat durven steeds meer insiders de waarheid naar buiten te brengen en zo ook Neil Amstrong.       
     
 In het Nationaal Ruimtevaartcentrum is geprobeerd met name voor kinderen om enkele fascinerende zaken interactief te benaderen, zoals het wegschieten van een capsule in een plastic buis. Verder geeft men dit jaar ook lezingen gegeven,uitgaande van bekende stripverhalen die ook gaan over de Ruimtevaart zoals bijvoorbeeld die van Kuifje op de Maan. Door de vergelijking van reality en stripfictie worden feiten, onmogelijkheden en wetenswaardigheden duidelijk gemaakt. Dat is smullen voor the kids, die gefascineerd luisteren. In het Belgische Genk vinden we ook een mooi ruimtevaartcentrum, de Cosmodrome met een inpandige Sterrenwacht.


Toch zou er meer aandacht mogen komen voor de nog niet ontrafelde vraagstukken. Hoe kan het eigenlijk dat we steeds tegen dezelfde kant van de maan aankijken en dus nooit de achterkant van de maan kunnen zien?  Daarover is ook een speelfilm gemaakt waarbij het verhaal aangeeft dat Hitler en een deel van zijn mensen naar de achterkant van de maan vertrokken zijn en daar nog steeds verblijven.
Hoe kan het dat op basis van bodemmonsters blijkt dat de maan ouder is dan de aarde, terwijl het een satelliet van de maan is die rondjes om de aarde maakt. Wat deed die maan toen de aarde er nog niet was??  Hoe kan het dat Mars , als rode planeet ooit "vernietigd" is door kernexplosies? Het zou mooi zijn om het publiek juist uit te dagen en te prikkelen met deze vragen. 

Interieur van Sojoez-capsule


Sojoez-capsule André Kuipers




zondag 5 augustus 2018

Sterrenmensen zijn onder ons.


 
 
In het boek uit 1971 met deze titel geeft Jochim Pahl ons een inkijkje in een voor velen verrassend verleden. Hij kiest daarbij voor een bijzondere mens- en wereldvisie zoals die ook door Erich von Däniken,  atoomfysicus Jac Bergier, Charroux , Pauwels maar vooral ook door Zecharia Sitchin naar voren is gebracht. De essentie daarvan is dat de aarde en zelfs  mensheid tot ontwikkeling zijn gebracht door het bewust ingrijpen van een buitenaardse soort, sterrenmensen genoemd, die in een ver verleden de aarde hebben bezocht en later ook nog vele malen zijn teruggekomen.
Lees ook: http://religieuze-ervaringen.blogspot.com/2014/06/de-terugkeer-van-de-goden.html  en ook http://religieuze-ervaringen.blogspot.com/2018/06/science-fiction-uit-de-verre-prehistorie.html 
Volgens Pahl gebeurde dat bijna iedere 600 jaar . Daarbij baseert hij zich op ontwikkelingssprongen in de menselijke cultuurhistorie. Volgens Sitchin is het echter zo’n 3600 jaar,  overeenkomstig de omlooptijd van een planeet X of Nibiru die dan dichtbij de aarde komt. Dat lijkt veel geloofwaardiger en plausibeler. Vooral ook omdat we daar bewijzen voor hebben in de vorm van de oudste geschreven bronnen op aarde. Dat zijn de kleitabletten uit Soemerië. Daarin vinden we astronomische kennis van het hoogste niveau terwijl de kleitabletten minimaal 4 á 5000 jaar oud zijn. Moderne astronomen hebben recent ook serieuze aanwijzingen gevonden voor deze feitelijk nog onbekende planeet "X". Zie ook: http://religieuze-ervaringen.blogspot.com/2017/01/mardoek-de-planeet-van-de-goden.html

Een andere hele interessante hypothese van Pahl is het eerste bezoek, waarbij hij aanwijzingen heeft dat de Sterrenmensen mogelijk kernwapens gebruikt hebben om de doodse en ijzig bevroren aarde een “oppepper” te geven. Hierdoor gingen de ijsmassa’s smelten en ontstond er geleidelijk een waterhoudende atmosfeer, die leven mogelijk maakte. Het is een soort van geo-engineering zoals enkele huidige astronomen er ook over denken om bv op de maan of mars  ook zoiets “uit te proberen”.  Pahl schrijft over zeker negen kernontploffingen en de oudste zouden al ruim 3370 voor Christus hebben plaatsgevonden. Dit jaartal is ontleend aan het jaar nul van de Maya- geschiedenis. De Dode Zee, was heel vroeger een zoetwatermeer waar nu geen boom of struik meer wil groeien, zou daar een restant van zijn . Andere aanwijzingen daarvoor zijn verglaasde zelfs gesmolten rotsen en stenen op verschillende plaatsen zoals op een hoogvlakte in het Andesgebergte . Verder ook een neutrale zone , genaamd At Tawal, tussen Irak en Saoedi-Arabië  waar men het epicentrum van een eerdere kernexplosie vermoedt, is zo’n tienduizend vierkante kilometer groot  zonder één bewoner. Alleen talloze moerassige plekken, drijfzand en watergaten zijn er. In totaal zijn er volgens Pahl twee kernexplosie’s geweest in het Midden Oosten, drie in India, twee in Zuid-Amerika en twee in Midden Amerika. Sitchin beschrijft die ook, maar dan als gevolg van onenigheden en strijd tussen verschillende Annunaki-Goden. Ze gebruikten deze kernwapens in hun onderlinge ruzies. Daarbij werden ze soms  ook verrast door de desastreuze effecten en uitgestrektheid, waardoor ze zelf ook moesten vluchten.     

Door NASA gemaakte foto van de Maan.
 
 
De aardegeschiedenis kende inderdaad vele ijstijden, die soms vrij abrupt tot een einde kwamen waarbij niet duidelijk is of dit door vulkanische uitbarstingen, op aarde gestorte kometen en meteorieten of mogelijk een kernramp is veroorzaakt. Het omgekeerde is echter ook gebeurd, zoals resten van palmbomen op Groenland of gevonden mammoeten in Siberië met de maaginhoud van plantenresten uit een zonnig klimaat.
Pahl is er net als Sitchin en Von Däniken sterk van overtuigd dat de mens ook door genetische manipulatie, en dus door ingrijpen van  buitenaardsen is ontstaan. Men heeft daarbij genetisch materiaal van een vroegere mensaap verrijkt met zaad van een verder ontwikkelde mensensoort die niet op aarde voorkwam. Onze schepper, God, was waarschijnlijk een leider van een buitenaardse soort die door Sitchin en Soemerische bronnen Annunnaki  worden genoemd. De evolutietheorie heeft niet  kunnen aantonen dat er een geleidelijke stapsgewijze ontwikkeling is geweest tussen mensapen en de homo sapiens sapiens. Daarvoor ontbreken teveel tussenstappen en is de tijd voor de vele “toevallige” mutaties te kort geweest.
Medio 2018 hebben meer dan 500 wereldwijd vermaarde wetenschappers zelfs gepleit in een manifest voor het sterk relativeren van de evolutietheorie. Er zijn te veel "open eindjes". DNA-wetenschappers, o.a. Nobelprijswinnaar Crick  hebben ook aangegeven dat delen van ons DNA  “buitenaards” zijn of van sterrenstof afkomstig zijn en dus geen aardse oorsprong hebben.

 
Het boek van Pahl bevat veel, heel veel gedegen informatie over de Soemerische cultuur, de Incacultuur en de vroeg-Egyptische cultuur. Hij heeft zijn huiswerk gemaakt en deelt ons veel bijzonderheden mee. Zo beschrijft hij dat tijdens de Inca-periode de rechten van mannen en vrouwen vrijwel gelijk waren. Hij beschrijft ook heel mooi de seksuele vrijheid, die er toen bestond waarbij tijdens een jaarlijks feest naakte mannen met een achterstand achter naakte vrouwen aanrenden om hen te “veroveren”. Haalden de mannen een vrouw in dan was de vrouw bereid om zich aan deze man te geven. De Inca’s hadden ook de meest complete astronomische kennis van ons zonnestelsel en een enorme tijdskalender. Zie ook een boekbespreking van Von Däniken,  http://religieuze-ervaringen.blogspot.com/2014/06/de-dag-dat-de-goden-kwamen-een.html

De Soemerische cultuur, in een gebied tussen de Eufraat en de Tigris in het huidige Irak, is dankzij de bewaard gebleven kleitabletten zo goed gedocumenteerd dat we een vrij volledig beeld hebben van dit hoge beschavingspeil. Ze leefden in stadstaten met een ontwikkelde stedelijke economie. Ze hadden al wetten en voorschriften, rechtspraak met gelijkberechtiging van vrouwen ten opzichte van mannen, onderwijs, landbouw, goede gezondheidszorg en natuurlijke geneesmiddelen. Verder prachtig aangelegde grote steden met geplaveide straten,  parken en riolering. Daarnaast ook veel kunstuitingen. In schilder en beeldhouwkunst, literatuur maar ook prachtige kleurrijke kledingstoffen. Men heeft ook een stuk van een zilveren harp gevonden als bewijs van hun muzikale instrumentenkennis. Ze konden al bier brouwen  uit hop en mout. Ze kenden het huwelijk, maar er kwamen ook al scheidingen voor. Het doet ons erg veel denken aan onze huidige ontwikkelingspeil. Toch was dit alles was al in de vroegste mensheidsperiode waarbij wij hier in West Europa nog in kleine groepjes een nomadenbestaan leefden en jaagden op wild. Een meer georganiseerde samenleving ontstond hier pas duizenden  jaren later in de vroege Middeleeuwen. Ook in de Soemerische tijd was er al een enorme astronomische én wiskundige kennis. Zij wist toen al dat de aarde een afgeplatte bol was en dat er tien(!) planeten (zonder zon en maan) waren in ons zonnestelsel. In hun gebeitelde geschriften op klei schrijven ze dat ze al deze kennis van hun goden, de Annunnaki of Sterrenmensen hebben gekregen. Het werd hun eenvoudigweg geschonken.
Uit de vele archeologische opgravingen in de omgeving is nergens gebleken dat er al vergelijkbare vroegere beschavingen waren die mogelijk voorlopers waren. In een evolutionair korte tijdsspanne is deze zeer hoge beschaving ontstaan, dankzij steun van buitenaf. Datzelfde schrijven ook de Inca’s en Maya’s en oude Egyptenaren. Wij doen die verhalen echter af als mythen, dus als geloof of verzonnen verhalen.    

Pahl geeft ons ook mooie beschrijvingen van de planeet Maan en Mars waar de moderne mens eigenlijk nog vrij weinig vanaf weet. Zo beweert Pahl dat er op de Maan en ook op Mars mogelijk piramideachtige structuren zijn gevonden. Ook daar zijn kennelijk de Sterrenmensen geweest. Op de Maan is vooral het gebied "De toppen van Blair" interessant. Amerikaanse ruimtesondes, zoals de Luna Orbiter II hebben vanaf 37 km hoogte boven de maan al in 1966 aan de rand van Mare Tranquillitatis heeft een dergelijke structuur gefotografeerd. Deze foto's zijn echter door NASA niet voor publicatie vrijgegeven. De kunstmatige structuren variëren in hoogte van 36 tot 216 meter . 
Het boek is een prachtige aanrader voor wie écht geïnteresseerd is in de aarde én de mens.                       

Foto gemaakt door Hubble van Mars.

zondag 17 juni 2018

Science fiction uit de verre prehistorie.




De onderzoeker en publicist Zecharia Sitchin heeft een aantal bestsellers geschreven en een daarvan is “The lost book of Enki”. Sitchin is een van de weinige onderzoekers die goed bekend is met het oudste schrift van de geschiedenis. Het gaat dan om het spijkerschrift dat gevonden is op de oudste kleitabletten van Soemerië . Het geeft een beschrijving van een welvarend rijk uit een ver verleden, met prachtige steden en een  zeer hoog ontwikkelingspeil. Men had er wegen, kende het wiel, had wetgeving & rechtspraak, prachtige tuinen, volop verbouwd voedsel en zelfs het schrift en  onderwijs in scholen. Veel over het gewone leven is vastgelegd op deze kleitabletten en is zo bewaard gebleven.

Een aantal van deze bronnen zijn extra bijzonder, omdat ze ons beschrijvingen geven van hùn geschiedenis, hùn ontstaan en hùn verre verleden. Zo kennen we allemaal ook het bekende Gilgamesj Epos dat ook een geschiedkundig verhaal is van het leven van koning Gilgamesj en zijn latere vriend Enkidoe. Een verhaal dat dateert van twee duizend voor Christus uit Soemerië en vastgelegd op kleitabletten.
Dit uitzonderlijke verloren boek van Enki gaat over het begin van de beschaving op aarde. Gek genoeg lijkt het hoogst modern, ja bijna science fiction,  omdat de kolonisatie en ontwikkeling van de aarde, zoals beschreven,  ons meteen doet denken aan de huidige plannen om nieuwe bases op de Maan en Mars te gaan vestigen om daar kostbare metalen te ontginnen.
Volgens bronnen op de kleitabletten hebben de bewoners van een nu nog onbekende planeet Nibiru , Anunnaki genaamd , in een ver verleden ( 445.000 jaar geleden voor het eerst) de lange weg naar de aarde afgelegd omdat ze zeker wisten dat hier voldoende goud aanwezig was. Met behulp van speciale apparatuur konden zij de samenstelling van de aarde, het water en de atmosfeer vaststellen. Eerste filterde men goud uit het water maar dat leverde te weinig op. Later ging men in de grond zoeken naar gouderts en vond die in Zimbabwe en Zuid-Oost Afrika. Archeologische studies hebben aangetoond dat er mijnactiviteiten waren. Vanaf 35.000 tot 60.000 jaar voor Christus vond men sporen op basis van houtskoolresten en mijnschachten tot wel 20 meter diep. Alweer een soort van bewijs.

Het bestaan van de aparte planeet Nibiru met een omloopsnelheid van 3600 jaar is nog steeds niet definitief aangetoond al zijn er wel steeds meer kleine aanwijzingen. Sitchin is ervan overtuigd dat dit wetenschappelijk bewijs er zeker zal komen en nog wel binnen decennia. Lees ook http://religieuze-ervaringen.blogspot.com/2017/01/mardoek-de-planeet-van-de-goden.html
Dat edelmetaal goud hadden zij heel hard nodig om het ontstane gat in de Nibiru-atmosfeer te kunnen dichten. Zij konden het zuivere goud in minuscule deeltjes laten oplossen en uitstrooien boven de dampkring van Nibiru zodat het bescherming bood tegen kosmische en elektromagnetische straling vanuit de ruimte en de zon. De huidige ruimtevaart doet iets vergelijkbaars. Ook de ramen van de ruimtecapsules worden bedekt met een dunne goudlaag die beschermt tegen kosmische straling.
  
De oudste bronnen zijn al bijna 6000 jaar oud, maar geven accurate beschrijvingen van de planeten uit ons zonnestelstel die wij pas sinds kort echt kennen. Hoe de planeten als Jupiter, Venus, Mercurius, Uranus en Saturnus eruit zien en welke eigenschappen zij hebben is al op kleitabletten te lezen, terwijl wij die kennis pas redelijk kort “herontdekt” hebben dankzij satellieten en ruimtesondes als de Voyager 1 en 2. Deze stuurden kleurrijke foto's en zelfs close-ups van Uranus en Neptunus naar de aarde tussen 1979 en 1989.  Sitchin was zo "brutaal" om vooraf via ingezonden opinie-artikelen in toonaangevende kranten in de VS en Europa al een voorspelling te doen van het uiterlijk van deze nog te ontdekken planeten. Toen de echte foto's verschenen bleek dat vrij nauwkeurig overeen te komen met de voorspelling van Sitchin. Sitchin voorspelde dat echter niet. Hij gebruikt alleen omschrijvingen uit oude teksten van de Soemerische kleitabletten. 

De oude Soemeriërs wisten ook al van het bestaan van de Asteroïde gordel, die het reizen door ons zonnestelsel extra moeilijk maakte. Zij maakten toen ook al gebruik van kernwapens en laser- en hoge waterdrukwapens om zich een veilige doortocht te banen. Dat hebben onze huidige astronauten tot op heden nog nooit gedaan, maar die zijn ook nog niet zover met een ruimteraket gekomen.  Zij wisten ook dat er een aantrekkingskracht bestaat op planeten die in sterkte varieert. Zij maakten daarom ook "rondjes" om een planeet of maan om snelheid te verminderen en veilig te kunnen landen.  Precies zoals de huidige ruimtevaart dat ook doet bij benadering van een planeet. Zoiets "technisch" kun je niet verzinnen  en is alleen aan ingewijden bekend. Kennelijk had men die kennis ook al bij de Anunnaki.        
Nog uitzonderlijker is het feit dat deze Anunnaki, of Goden zoals ze genoemd worden omdat ze uit de lucht/hemel kwamen, beschikten over veel technologie maar ook kennis van het leven en de schepping. Ze kenden de bouwstenen van het leven, ja zelfs onze genetische DNA code en konden daarmee experimenteren . Zo hebben zij door een eicel van een op aarde voorkomende mensaap bevrucht met een Anunnaki zaadcel en zo een naar het beeld van de Anunnaki geschapen wezen gemaakt, de mens. Eerst de Adam en later de vrouwelijke tegenhanger Eva zodat zij zichzelf konden voortplanten. De Anunnaki hadden deze wezens nodig om het zware werk in de goudmijnen , zoals het delven van het gouderts en later splijten en zuiveren van het goud  te kunnen overnemen. Wij waren nuttige werkers voor de Goden/Anunnaki. Naar de opvatting van de Annunaki is er ook een schepper geweest die alle leven heeft gemaakt en die zij ook Vader noemden. Er was ook in hun religie dus een hogere scheppende macht.

Deze ontstaansgeschiedenis sluit heel goed aan bij een aantal onverklaarbare zaken in de huidige Darwinistische evolutietheorie. Er ontbreken teveel "missing links", oftewel schakels tussen mens en mensaap om een sluitend bewijs te vinden voor het geleidelijk evolueren van mensaap naar homo sapiens (mens). Het moet evolutionair gezien een hele lange tijd geduurd hebben voordat met kleine stapjes, "toevallige gewenste mutaties" zouden kunnen optreden. Zet de verschillen tussen mens en mensaap maar eens naast elkaar. Kijk maar naar het hoofd, de lichaamsbouw, het strottenhoofd, de stand van handen en voeten etc. etc.
Het liep met de goden echter niet goed af, want onderlinge strijd tussen de Annunaki  leidde ook tot het gebruik van kernwapens op aarde en door een verkeerde wind werden hun eigen steden en woonplekken bedreigd. Er was uiteindelijk geen andere oplossing dan met hun hemelvaartuigen zelf weer te vertrekken van de aarde. Op internet zijn verschillende bronnen te vinden. Heel praktisch  zijn de vertaalde teksten van het verloren boek van Enki op onderstaande website.  https://de-ware-wereld.nl/sumerische-kleitabletten/

Het leest als een echt science fiction verhaal , maar je moet bedenken dat dit ònze geschiedenis is!  Veel historici vinden dat Sitchin te vrij is geweest bij zijn interpretaties en vertalingen van deze historische bronnen. Mogelijk is dat hier en daar zeker het geval geweest. Toch ligt het zeker niet aan een net wat anders vertaald of geïnterpreteerd woord. Het geheel is nog steeds plausibel, logisch en begrijpelijk met de kennis van nu. Dat valt niet te ontkennen.  Ze geven zelfs een beschrijving van het ontstaan van ons zonnestelsel waar onze huidige wetenschap nog pas wat puzzelstukjes heeft.  Duidelijk is wel dat er zoveel abnormaliteiten zijn aangetroffen bij planeten en hun satellieten (manen) dat het zeker niet zo is dat ons zonnestelsel zo'n 4,5 miljard jaar is ontstaan en al vrij snel een stabiele vorm kreeg, met alle planeten en omloopbanen. Integendeel er zijn duidelijke aanwijzingen dat er behoorlijk heftige wijzigingen zijn geweest waardoor de asteroïdengordel is ontstaan na een interactie van twee grote planeten. Daarbij is uiteindelijk ook de aarde overgebleven als kleiner deel van de oorspronkelijke planeet Tiamat die op een soort ramkoers lag met Nibiru. Daardoor kan het ook zomaar gebeurd zijn dat onze maan die feitelijk ouder is dan de aarde toch een satelliet van de aarde blijft. Verrassend genoeg vinden we daar ook nauwkeurige beschrijvingen van op de Soemerische kleitabletten.   De wetenschappelijke zoektocht naar planeet X of Nibiru gaat intussen nog steeds intensief door. Men hoopt binnen luttele jaren een hard bewijs te vinden. Lees ook:   https://www.scientias.nl/hoe-zit-het-met-de-zoektocht-naar-planeet-x/

dinsdag 8 mei 2018

Schauberger, een bijzondere natuuronderzoeker.


 
Deze in Oostenrijk geboren boswachter (1885-1958) heeft vele dagen en zelfs nachten eenzaam doorgebracht in de uitgestrekte bossen, bergmeren en –bronnen. Door zijn nauwe verbondenheid met de natuur leverde dat ook bijzondere ontdekkingen op. Zo observeerde hij hoe forellen “stil” kunnen staan in een snelstromende beek en zelfs in staat zijn tegen een waterval “omhoog” te springen (bijna gedragen) om bij de bron te komen waar ook gepaard wordt. Hij bestudeerde nauwgezet het verloop van water in een rivier en observeerde verschillen tussen binnenkant en buitenkant in temperatuur en zelfs wijze van wervelingen. Water is de bloedstroom van de aarde en brenger van leven. Het maakt een cyclus door vanuit de lucht en via regen op aarde tot diep in de aarde en dan weer een omgekeerde beweging verzadigd met mineralen uit de aarde omhoog om ergens als bron op te wellen op een berg of heuvel. Ook een gezond bos leeft in een nauwe symbiose met het water dat voedsel tot boven in de kruin brengt . Hij zag parallellen met de kosmos en ons zonnestelsel waar de aarde en andere planeten in elliptische banen rond de zon draaien en ook nog om hun eigen as. Water maakt vergelijkbare bewegingen.  





Op basis van deze inzichten ontwierp Schauberger een waterbaan (uit houten materialen), die kronkelend als een rivier boomstammen van boven op een heuvel tot in het dal brengt. Alle ingenieurs hadden het voor onmogelijk gehouden maar deze natuurvorser bewees dat het kon. Toen het gelukt was mocht hij het op meer plaatsen realiseren in Europa.



 Voor de landbouw heeft hij ook een belangrijke bijdrage geleverd door ijzeren ploegen en gereedschappen (die magnetisch en geen edelmetaal zijn) te vervangen door koperen gereedschappen die de bodemvruchtbaarheid bevorderen.  Hij ontwikkelde ook een houten of koperen waterleiding met aan de binnenkant een soort gebogen plaatjes of geleiders die het water juist naar binnen laten circuleren waardoor het water zuiverend en gezondmakend werkt, zoals bronwater.  

Schauberger was ervan overtuigd dat de natuur werkt met gezonde mechanismen en principes die we moeten onderzoeken en overnemen. De explosie- en brandstofmotor  is schadelijk voor de mens en de natuur en zou beter vervangen moeten worden door implosie-motoren . Hij ontdekte dat water over fijne energieën beschikt en dat we die kunnen gebruiken. Hij maakte/ontwierp zelfs een levitatiemotor maar moest het geheim daarvan achterlaten bij Amerikaanse officials waar hij de laatste periode van zijn leven doorbracht.